Klikzink
Wie ons belt met de vraag welke dakhelling nodig voor felsdak zonnecellen eigenlijk vereist is, krijgt van ons geen rond getal als antwoord. Er zijn twee zaken die meespelen: de afwatering van het felswerk zelf, en het rendement van de geïntegreerde zonnecellen. Die twee lopen niet altijd synchroon.
Een felsdak is in de basis een metalen dak met staande naden. Dat systeem werkt bij een flauwe helling prima, zolang water via de sponningen kan wegstromen zonder dat het blijft staan of onder de naad kruipt. Hoe vlakker het dak, hoe belangrijker het is dat de platen, de overlappen en de aansluitingen bij dakdoorvoeren en kilgoten goed zijn uitgevoerd. Bij een steile kap is die marge groter, simpelweg omdat water en vuil sneller wegstromen en er minder kans is dat er iets blijft liggen. Een architect die twijfelt tussen een flauwe en een steile uitvoering kiest dus niet alleen op basis van uitstraling, maar ook op basis van hoe het dak het water kwijt moet.
Bij een gewoon felsdak zonder zonnecellen is een lage helling vaak geen probleem, mits de detaillering klopt. Met geïntegreerde zonnecellen komt er een extra overweging bij: vuil, bladeren en stof blijven op een vlak oppervlak langer liggen dan op een steil oppervlak. Dat heeft geen invloed op de waterdichtheid, maar wel op de opbrengst, omdat vervuiling de cellen gedeeltelijk afschaduwt. Bij een steilere kap spoelt regen dat vuil grotendeels vanzelf weg. Bij een flauwe helling, zeg onder de tien graden, merken we dat klanten eerder geneigd zijn het dak af en toe te laten reinigen, puur om de opbrengst op peil te houden. Dat is geen vereiste, maar wel iets om in uw overweging mee te nemen als rendement voor u zwaarder weegt dan onderhoudsgemak.
De oriëntatie van het dakvlak, dus de richting waarin het ligt ten opzichte van de zon, heeft op de opbrengst meestal meer invloed dan een paar graden extra of minder helling. Een zuidgericht dak op twintig graden helling presteert doorgaans beter dan een oostgericht dak op veertig graden, ook al oogt die laatste steiler en dus 'beter' voor zonnepanelen. Wij kijken daarom altijd naar de combinatie van hellingshoek en ligging, niet naar de helling alleen.
Er is wel een ondergrens. Bij een dak dat vrijwel vlak ligt, is een felsdak met zonnecellen meestal niet de juiste keuze; daarvoor verwijzen we u graag naar ons artikel over felsdak met zonnecellen op een plat dak. Daar gelden andere regels voor waterafvoer en bevestiging, en de voordelen van het felssysteem komen dan minder goed tot hun recht.
Aan de andere kant van het spectrum, bij een zeer steile kap zoals bij sommige villa's of mansardedaken, is een felsdak met zonnecellen juist goed te verantwoorden. De steile hoek zorgt voor een vanzelfsprekende zelfreiniging, al daalt de opbrengst per vierkante meter doordat het dakvlak minder direct zonlicht opvangt op momenten dat de zon hoog staat. Dat is een rekensom die per gebouw verschilt en waar we u in een concreet geval graag doorheen leiden.
Samengevat: er is geen vaste minimumhelling die voor elk project geldt. Vanaf een paar graden kan het technisch al werken, mits de detaillering klopt, maar voor opbrengst en onderhoudsgemak ligt het prettigst ergens tussen een lichte en een gemiddelde dakhelling, met de oriëntatie als minstens zo belangrijke factor.
Heeft u een dakhelling en oriëntatie in gedachten voor uw project? Stuur ons de maatvoering en de ligging van het dakvlak, dan kijken we samen of een felsdak met zonnecellen voor die situatie een logische keuze is.