Klikzink
Een felsbaan met geïntegreerde zonnecellen is in de eerste plaats een dakbedekking. De opwekking zit in het materiaal, niet erbovenop, en dat verandert een aantal dingen die bij een gewoon paneel op beugels niet aan de orde zijn. Dit advies gaat over die verandering: wat er constructief anders is, waar je op moet letten bij het ontwerp, en wanneer een systeem op beugels toch de verstandigere keuze blijft.
De baan zelf is de bekende klikfels die Klikzink al levert zonder cellen: Sendzimir verzinkt staal met een matte organische coating, werkende breedte 475 mm, een haaks opstaande fels van 35 mm, blind bevestigd met klemmen die onder de fels grijpen. Bij de uitvoering met zonnecellen komt daar niets bovenop. De cellen liggen in het vlak van de baan, op dezelfde hoogte als het staal ernaast, in dezelfde matte donkere kleur. Wie op een afstand naar het dak kijkt ziet geen paneelvelden, hij ziet een dakvlak met her en der stroken die iets donkerder ogen of helemaal niet opvallen, afhankelijk van de indeling die je kiest.
Omdat er geen beugel, geen rail en geen tweede laag boven het dak komt, is er ook geen enkele doorboring extra nodig om de opwekking te bevestigen. De klemmen die de felsbaan aan de ondergrond bevestigen, bevestigen tegelijk de cellen. Dat is de kern van het bouwtechnische verhaal: er is één bevestigingssysteem voor twee functies, waterdicht dak en stroomopwekking, in plaats van twee systemen die los van elkaar op het dak staan en elkaar in de weg kunnen zitten.
Bij een paneel op beugels ligt de waterdichtheid van het dak los van de constructie die het paneel draagt. Bij een felsdak met geïntegreerde cellen valt dat samen: de fels die het water afvoert is dezelfde fels die de cel op zijn plek houdt. Dat betekent dat de aansluitdetails, de plek waar de baan overgaat in een kilgoot, een dakrand, een doorvoer of een aansluiting op een ander dakvlak, met evenveel aandacht ontworpen moeten worden als bij een dak zonder cellen. Er verandert bouwkundig weinig aan hoe een felsdak aansluit op de rand of op een schoorsteen; wat verandert is dat je bij het ontwerp van die aansluitingen ook moet weten waar de bekabeling de baan verlaat en waar die naar binnen gaat. Dat werk je uit op tekening, per dakvlak, omdat de indeling van cellen en blinde banen per project verschilt.
De bekabeling zelf loopt vanaf de achterzijde van de baan naar een verzamelpunt, meestal bij de daklijn of bij een doorvoer die daarvoor al in het ontwerp is opgenomen. Hoe dat precies loopt, hangt af van de vorm van het dak, de plek van de meterkast of de omvormer, en de lengte van de banen. Bij een eenvoudig zadeldak met een rechte goot is dat een kort traject; bij een dak met meerdere kilgoten, dakkapellen of een knik in het vlak vraagt het meer overleg vooraf. Dat overleg voeren we met de aannemer en de installateur samen, voordat de banen op maat gewalst worden, omdat een felsbaan niet achteraf wijzigt.
Een voorbeeld uit de praktijk: een aannemer die een vrijstaande woning met een eenvoudig zadeldak had, wilde de zuidhelling volledig met cellen uitvoeren en de noordhelling blind, dus zonder cellen. Op tekening bleek dat de bekabeling van de zuidhelling het makkelijkst kon samenkomen bij de nok, waar toch al een doorvoer voor de ventilatie gepland stond. Door die twee doorvoeren te combineren kon de dakdekker met één opening werken in plaats van twee, en bleef het dakvlak aan de buitenkant helemaal gesloten. Dat soort keuzes maak je vóór de levering, niet erna.
Een felsbaan met cellen is, net als een baan zonder cellen, een individueel element dat je kunt vervangen. Raakt een baan beschadigd, door bijvoorbeeld vallende takken, hagel of werkzaamheden op het dak, dan wordt die baan losgemaakt uit de fels en vervangen door een nieuwe, op dezelfde manier als bij een felsdak zonder cellen. Het verschil is dat die ene baan ook de opwekking van dat deel van het dak verzorgt, dus bij vervanging wordt niet alleen de dakbedekking hersteld maar ook de aansluiting van die baan op de bekabeling. Voor het overzicht van hoe onderhoud en levensduur van het felsdak zelf werken, verwijzen we naar de pagina daarover; hier gaat het vooral om het bouwtechnische gegeven dat een defecte baan een lokaal probleem blijft en niet het hele dakvlak raakt.
Schoonmaken en toegankelijkheid van het dak veranderen weinig ten opzichte van een blind felsdak. Er zijn geen kieren tussen paneel en dakbedekking waar vuil en water kunnen blijven staan, en er is geen montageframe waar bladeren achter blijven liggen. Dat is een bouwtechnisch gevolg van het ontbreken van een tweede laag, niet een uitspraak over hoeveel stroom het dak levert; daarvoor is de pagina over opbrengst de plek.
Het bouwtechnische advies is niet compleet zonder de andere kant. Een felsbaan met geïntegreerde cellen is duurder per wattpiek dan een paneel op beugels op een bestaand dak, en dat verschil verdwijnt niet door slimme detaillering. De reden dat het toch loont, is dat je in één keer betaalt voor dak en opwekking samen, in plaats van eerst een dak en dan nog een keer een montagesysteem erbovenop. Dat rekenkundige punt speelt vooral wanneer het dak toch al aan vervanging toe is of wanneer je van de grond af nieuw bouwt. Heeft het bestaande dak nog jaren mee en is er geen aanleiding om de dakbedekking te vervangen, dan is een regulier paneel op beugels vaak de nuchtere keuze, simpelweg omdat je dan niet betaalt voor een nieuw dak dat je niet nodig had. Voor die twee situaties, dakvervanging en nieuwbouw, hebben we apart uitgewerkt hoe het proces eruitziet.
Er zijn ook dakvormen waar het minder voor de hand ligt. Een dak met veel doorbrekingen, dakkapellen, schoorstenen of installaties dicht bij elkaar, levert weinig doorlopend vlak op voor cellen en veel aansluitdetails om uit te werken. Dat is niet onmogelijk, maar het bouwtechnische voordeel, één bevestiging voor dak en opwekking samen, wordt kleiner naarmate er meer onderbrekingen in het vlak zitten. Ook een dakhelling die voor het grootste deel op het noorden ligt, verandert niets aan de bouwtechniek maar wel aan de vraag of het de moeite waard is; dat rekenwerk hoort bij opbrengst, niet bij constructie.
Omdat elke dakvorm anders is, geven we dit advies altijd op basis van een tekening: de vorm van het dak, de plek van doorvoeren, de lengte van de banen en de plek waar de bekabeling samenkomt. Op basis daarvan werken we uit hoeveel banen met cellen en hoeveel blinde banen een dakvlak nodig heeft, waar de aansluitdetails komen en hoe de levering aansluit op de planning van de aannemer. Dat meedenken op tekening kost niets, en het is de enige manier om van een dakvorm op papier een werkend, waterdicht en verzorgd dakvlak te maken.