Klikzink
Een distributiecentrum heeft meestal het grootste dakvlak van het hele bedrijventerrein. Duizenden vierkante meters, weinig obstakels, weinig schaduw van buurpanden. Dat is precies waarom deze daken interessant zijn voor opwekking, en het is ook waarom wind en hagel er anders op inwerken dan op een kantoorpand met een klein zadeldak.
Wind grijpt altijd aan waar iets loskomt van het vlak. Een paneel op een montagesysteem staat een paar centimeter boven het dakvlak, met een randje ertussen waar de luchtstroom onder kan komen. Bij hoge windsnelheden ontstaat daar onderdruk, en die onderdruk is de kracht die montagesystemen los kan trekken, vooral bij de randen en hoeken van een groot dakvlak waar de wind versnelt. Bij een felsbaan met geïntegreerde cellen is die rand er niet. De cel ligt in het vlak van de baan, op dezelfde hoogte als de banen ernaast, vastgeklemd onder de fels net als de rest van het dak. Er is geen kier waar de wind onder kan grijpen, dus valt het hele mechanisme van optillen en losrukken weg dat bij montagesystemen de kwetsbare plek is.
Wat overblijft aan risico bij storm is dus niet het dak optillen, maar het dak beschadigen door wat erop terechtkomt. Een losgewaaid stuk dakbedekking van een naastgelegen loods, grind van een ballastdak in de buurt, een tak. Dat risico is er bij elk hellend dak, met of zonder cellen, en het is niet iets waar deze uitvoering iets aan verandert of aan moet veranderen. De klemverbinding onder de fels is dezelfde als bij een baan zonder cel, met dezelfde windbelasting waarop hij berekend wordt op tekening, per project en per hoogte van het gebouw.
Hagel is een ander verhaal, omdat hagel niet aan het dak trekt maar erop inslaat. Bij een paneel op beugels is het glas van het paneel het kwetsbare oppervlak, vrij dun en vlak bevestigd op een frame dat bij een harde klap kan doorbuigen. Bij een felsbaan met geïntegreerde cel ligt de cel verwerkt in een stalen baan. Het staal zelf is hetzelfde Sendzimir verzinkte materiaal met de matte coating die op de rest van het dak ligt, en dat materiaal is gemaakt om weersinvloeden op een hellend dak te verduren, hagel inbegrepen. Een hagelkorrel die op een felsdak valt, valt op staal dat daar al voor bedoeld is. Bij welke hagelgrootte een cel zelf schade kan oplopen, welke laag daarboven zit en hoe dat zich verhoudt tot een vrijstaand paneel, is iets waarvoor we de technische specificatie van de gebruikte celtechniek erbij pakken op het moment dat het voor een project relevant wordt. Wat vaststaat is dat er geen los frame is dat bij een klap kan verschuiven of breken los van de rest van het dakvlak: de cel beweegt niet apart van de baan waarin hij zit.
Bij een distributiecentrum met een dakvlak van duizenden vierkante meters is er nog een praktische kant aan storm en hagel die weinig met de techniek van het dak te maken heeft en veel met de schaal. Een groot dakvlak betekent een grote potentiële opwekking, en een grote opwekking moet ergens naartoe. Op veel bedrijventerreinen is de aansluitcapaciteit van het net de eerste plek waar een plan vastloopt, niet het dak. Een distributiecentrum met een fors dakoppervlak kan in theorie meer stroom opwekken dan de aansluiting kan wegzetten op momenten dat het hard waait en er weinig productie is, of juist op een heldere dag met veel opwekking en weinig eigen verbruik omdat de vestiging net gesloten is. Dat is geen reden om van geïntegreerde opwekking af te zien, maar het is wel iets om vooraf met de netbeheerder en de eigen energieadviseur uit te zoeken, los van wat het dak zelf aankan.
Die twee dingen, de weerbestendigheid van het dakvlak en de beperking van de aansluiting, staan los van elkaar maar komen bij een distributiecentrum wel samen op tafel. Het dak kan meer produceren dan de meeste andere gebouwtypes, juist omdat het vlak zo groot is en zo weinig onderbroken wordt door dakramen, schoorstenen of installaties. Wat er met die opwekking gebeurt bij storm of hagel is voor een groot deel een vraag over het dak zelf, en wat er met die opwekking gebeurt op een gewone rustige dag is voor een groot deel een vraag over het net. Beide horen in het ontwerp, en beide zijn dingen die per dakvlak en per aansluiting verschillen.
Wat de installatie in de praktijk betekent bij storm is vooral dat er minder is dat kan losraken. Bij een groot plat of licht hellend dakvlak met paneelvelden op montagesystemen is een storm het moment waarop een installateur na afloop het hele veld nalopen op verschoven klemmen, verbogen rails en her en der een gebarsten paneel. Bij een felsdak met geïntegreerde cellen is de controle na een storm in de kern dezelfde controle die je op elk felsdak doet: kijken of er ergens een baan beschadigd is, of er iets tegenaan gewaaid is, of de randafwerking nog goed zit. Er is geen apart systeem boven op het dak dat een eigen inspectieronde vraagt.
Hoe de precieze windbelasting en hagelklasse voor een specifiek dakvlak eruitzien, hangt af van de locatie, de hoogte van het gebouw, de dakhelling en de vorm van het pand, en dat rekenen we uit op tekening per project. Wat we hier kunnen zeggen is het principe: een vlak dak zonder opstaande delen heeft simpelweg minder aangrijpingspunten voor wind, en een stalen baan met de cel erin verwerkt heeft geen los onderdeel dat apart van het dak kan bezwijken bij een klap. Voor een distributiecentrum met een dakvlak van deze omvang is dat een andere afweging dan bij een klein pand, precies omdat de schaal en de blootstelling aan wind groter zijn.
Wie voor een concreet distributiecentrum wil weten wat de windbelasting op het dakvlak wordt, wat de aansluiting op het net toelaat en wat de uitvoering van het dak in die situatie kost aan staal en cellen samen, kan de tekening van het gebouw aanleveren. Daar rekenen we het op door.