Klikzink

Per baan zien wat hij doet, distributiecentrum

Op een huis loop je even over het dak en zie je een vuile plek, een tak, een schaduwlijn die niet klopt. Op een distributiecentrum kan dat niet. Het dakvlak is vaak groter dan het gebouw waar je onder staat je zou vermoeden, tienduizend vierkante meter of meer is niet ongewoon, en niemand loopt daar dagelijks over. Als één deel van dat vlak minder oplevert dan de rest, wil je dat weten zonder dat iemand naar boven moet.

De vraag of je dat per baan kunt zien, valt in twee stukken. Het eerste stuk is wat er technisch te meten valt. Het tweede is wat je daarmee doet op een gebouw van dit formaat, waar de aansluiting op het net vaak eerder de beperkende factor is dan het dak zelf.

Wat er te meten valt

De cellen in de felsbaan zitten in stroken die samen een string vormen, en die strings komen samen bij de omvormer. Standaard zie je dus de opbrengst per string: een blok banen, niet elke baan afzonderlijk. Dat is dezelfde logica als bij losse paneelvelden op een schuin dak, alleen liggen hier de cellen in het dakvlak zelf in plaats van erboven.

Wil je fijnmaziger, tot op het niveau van een enkele baan of een klein groepje banen, dan kan dat met optimizers of module-elektronica per sectie. Dat is een keuze die je vooraf maakt, bij het ontwerp van de installatie, niet iets wat je er achteraf aan vastschroeft. Op een dakvlak van deze omvang is dat een reële afweging: hoe groter het vlak, hoe eerder een extra laag meetpunten zich terugbetaalt in de tijd die je bespaart bij het zoeken naar een storing.

Bij een gewoon paneel dat los op het dak ligt, kun je bij twijfel altijd naar boven en met het blote oog kijken of er iets kapot is, vervuild is, of in de schaduw ligt. Bij een felsbaan met geïntegreerde cellen is dat lastiger: de cellen liggen vlak in het dak, zonder de rand of de kader die een los paneel wel heeft, en een storing is van de grond of vanaf een drone niet altijd te zien. Meten wordt dan niet een extraatje maar de manier waarop je een probleem opmerkt voordat het opvalt op de energierekening.

Waarom dat hier meer uitmaakt dan bij panelen die je kunt bekijken

Op een klein dak met een handvol paneelrijen zie je een verschil in opbrengst vaak vanzelf, en is de oorzaak meestal ook snel gevonden: een boom die groter is geworden, een dakraam dat schaduw geeft. Op een distributiecentrum met een dakvlak van honderden meters lang werkt die intuïtie niet. Een string die twintig procent minder doet dan de string ernaast kan een kapotte cel zijn, een losse verbinding, vervuiling door een afvoer van de luchtbehandeling op het dak, of gewoon een deel van het dak dat een paar graden anders op de zon staat. Zonder meetgegevens per sectie ga je gissen, en gissen op een dak van deze afmeting kost meer tijd dan het meten zelf.

Daar komt bij dat een distributiecentrum vaak maar één, misschien twee inkomende aansluitingen op het net heeft, terwijl het dakvlak potentieel veel meer kan opwekken dan die aansluiting kan verwerken. In dat geval is het net de beperking, niet het dak. Dan is het minder interessant om elke baan afzonderlijk te volgen en belangrijker om te weten hoeveel vermogen er op elk moment beschikbaar is uit het geheel, zodat dat optimaal wordt ingezet of teruggeleverd. Wij rekenen dat per gebouw door: wat de aansluiting toelaat, wat het dakvlak kan leveren, en waar de knop op zit.

Wat dit betekent voor het ontwerp

Omdat de bekabeling van de cellen naar binnen dezelfde weg volgt als de bevestiging van het dak, zoals wij uitleggen bij [hoe de stroom naar binnen komt](/dakstroom/distributiecentrum/stroom-naar-binnen), ligt de indeling in strings al vast op het moment dat het dak wordt ontworpen. Dat is het moment om te bepalen hoe fijn je wilt kunnen meten. Wil de technische dienst per dakvlak, per hoek van het gebouw, of per rij banen kunnen zien wat er gebeurt, dan leggen we dat vast in de stringindeling en de plek van de omvormers. Achteraf een baan apart bekabelen is niet reëel; vooraf kiezen wel.

Bij een distributiecentrum met meerdere dakvlakken, bijvoorbeeld een hoofdgebouw en een aangebouwde loods met een andere hellingshoek, is dat verschil in indeling meteen zichtbaar in de meting. Elk dakvlak krijgt zijn eigen strings en, als dat gewenst is, zijn eigen omvormer, zodat een dip in opbrengst op het ene vlak niet wegvalt in het gemiddelde van het andere.

Waar dit ophoudt en waar het net begint

Als de vraag is of je op elk moment precies kunt zien welke individuele baan van de duizenden banen op het dak minder doet, dan is het antwoord dat dat technisch kan met de juiste elektronica, maar dat het de vraag is of dat de investering waard is naast de vraag hoe je dat vermogen door de aansluiting krijgt. Bij een dak van dit formaat is de knelpuntanalyse van het net vaak leidend voor het ontwerp van de installatie, en die tekenen we per gebouw uit. Wat er op maat zit aan meetniveau, aan indeling van strings en aan plek van de omvormers, verschilt per dakvlak en per aansluiting, en dat rekenen wij uit op tekening, niet in algemene getallen op deze pagina.

Heeft u een dakvlak dat u wilt laten uitrekenen, met of zonder de vraag hoe fijnmazig u wilt kunnen meten, dan bekijken wij dat op basis van de tekening van het gebouw en de aansluiting die er ligt.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink