Klikzink

Per baan zien wat hij doet: carport en overkapping

Een carport heeft geen zolder waar je even kunt kijken of het dak nog goed werkt. Er is geen ruimte erboven, geen inspectieluik, geen tweede blik van binnenuit. Wat je ziet is de onderkant van het dakvlak en de auto die erop staat, of de fietsen, of de terrastafel. Als één baan minder gaat leveren, merk je dat niet aan het dak zelf. Je merkt het aan de cijfers, als je die tenminste kunt uitsplitsen.

Bij een dakvlak met losse panelen kun je nog opklimmen en met het blote oog zien of een paneel vuil is, beschadigd of scheef ligt. Bij een felsbaan met geïntegreerde cellen ligt het vlak vlak, mat en donker, zonder onderbreking. Dat is precies het punt van dit dak: er is niets dat opvalt. Maar het betekent ook dat je voor de vraag wat een baan doet, afhankelijk bent van meting in plaats van kijken. Dat is geen nadeel dat uniek is voor dit systeem, het geldt voor elk paneel dat je niet dagelijks bekijkt, maar het is wel iets om vooraf te regelen in plaats van achteraf te missen.

Wat er te meten valt, hangt af van hoe de installatie is opgebouwd. Op stringniveau kun je zien of een deel van het dakvlak minder stroom aflevert dan de rest, vergeleken op een zonnige dag. Dat vertelt je dat er iets is, niet noodzakelijk welke baan het is. Voor meting per paneel of per baan is aanvullende elektronica nodig, vergelijkbaar met optimizers die ook bij gewone paneelinstallaties gebruikt worden. Of dat de moeite waard is, hangt af van de grootte van het dakvlak. Bij een carport van twee auto's breed loont het uitpluizen van een enkele baan minder dan bij een grote overkapping met tientallen banen, waar één zwakke schakel makkelijker onopgemerkt blijft in het totaal.

Bij een carport speelt nog iets anders: vaak wordt zo'n dak gecombineerd met een laadpunt. De stroom van het dak gaat dan niet naar het net en niet naar het huis, maar rechtstreeks of via de meterkast naar de auto die er onder staat. Dat maakt het aantrekkelijk om te weten wat het dak op dat moment levert, want het bepaalt of je bijlaadt vanaf het net of niet. Voor die vraag is totaalmeting meestal genoeg. Voor de vraag of één baan onderpresteert, niet.

Waarom dat hier meer uitmaakt dan bij een dak op een woonhuis, zit in de kabelweg en in het ontbreken van isolatie. Een carport heeft geen geïsoleerde ruimte eronder, geen dakbeschot met een spouw waar je warmteverlies aan kunt aflezen, en vaak een langere afstand tussen dak en de plek waar de stroom binnenkomt, bijvoorbeeld de meterkast van de woning op een paar meter afstand. Hoe die kabel van het dak naar binnen komt, en dus ook hoe je bij de aansluitpunten van elke string kunt komen om te meten, leggen we uit bij [hoe de stroom naar binnen komt](/dakstroom/carport/stroom-naar-binnen). Bij een langere kabelweg is het praktischer om de meetpunten dicht bij het dak te plaatsen, in een kastje aan de constructie, dan helemaal bij de meterkast van het huis.

Een voorbeeld uit de praktijk: een overkapping bij een bedrijfspand, acht meter breed, met twintig felsbanen naast elkaar. Na een storm bleek de opbrengst over de hele maand een paar procent lager dan verwacht op basis van de zoninstraling. Zonder stringmeting was dat een vermoeden. Met stringmeting kon worden aangewezen welk deel van het dakvlak achterbleef, en bleek het te gaan om een paar banen aan de kant waar een boom 's middags schaduw gooit. Geen probleem met het dak of de cellen, gewoon een kwestie van locatie. Wat schaduw op een dakvlak precies doet met de opbrengst van de rest van het vlak, staat toegelicht bij [wat schaduw doet](/dakstroom/carport/schaduw). Zonder die uitsplitsing had iemand het dak zelf verdacht, terwijl het antwoord in de omgeving lag.

Er is ook een simpeler niveau van zien wat een baan doet, en dat is visueel, niet elektrisch. Bij een felsdak met geïntegreerde cellen liggen de banen in één lijn, dus een baan die kapot is of ernstig vervuild raakt, valt vanaf de grond soms al op als een andere tint in het vlak. Dat is geen vervanging voor meting, maar wel een eerste signaal, vooral bij een carport waar je toch elke dag onder je auto vandaan loopt en omhoog kijkt.

Of uitsplitsing per baan de investering waard is, hangt dus af van de grootte van het dak, van hoeveel het je uitmaakt om binnen een dag te weten welk deel van het vlak achterblijft, en van wat je met die informatie doet. Bij een kleine carport met een handvol banen is totaalmeting vaak voldoende: als de opbrengst over een paar weken duidelijk afwijkt van wat vergelijkbare installaties in de buurt halen, is dat al een signaal om te laten kijken. Bij een grotere overkapping met veel banen naast elkaar, zeker een met een laadpunt erbij waar de stroom direct gebruikt wordt, is een uitsplitsing per string vaak wel te verdedigen, omdat een sluipend verlies anders makkelijk wegvalt in het totaal.

Wat een enkele defecte baan doet met de rest van het dakvlak, en of dat dan uitvalt of gewoon minder levert, staat beschreven bij [wat er gebeurt als één baan stuk is](/dakstroom/carport/een-baan-stuk). Dat is een andere vraag dan of je het ziet, maar de twee horen samen: eerst moet je kunnen vaststellen dat er iets mis is, dan volgt de vraag wat dat voor de rest van het dak betekent.

Welke mate van uitsplitsing zinvol is voor een specifieke carport of overkapping, hangt af van de afmeting van het dakvlak, de indeling in strings en de vraag of er een laadpunt aan hangt. Dat rekenen wij uit op tekening, per project, zonder daar vooraf een getal op te plakken dat voor het ene dak wel en het andere niet klopt.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink