Klikzink
Een carport met geïntegreerde zonnecellen maakt stroom zolang er licht op valt, ook als niemand thuis is, ook als de auto er niet onder staat, ook midden in de nacht bij straatverlichting. Dat geldt voor elk systeem dat zonlicht omzet in stroom, of het nu op een dak met een gebouw eronder ligt of op een vrijstaande overkapping. Bij een carport is er alleen geen bewoond gebouw onder het dakvlak, geen isolatielaag waar warmte in kan blijven hangen, en meestal een langere kabelweg naar het punt waar de stroom het echte gebouw binnenkomt. Dat verandert niet wat er met de veiligheid moet gebeuren, maar wel waar je op moet letten bij het ontwerp.
Zolang er licht op het dakvlak valt, staat het gedeelte tussen de cellen en de omvormer onder spanning. Dat is niet anders dan bij paneel-op-beugel-systemen. Het verschil bij een geïntegreerde felsbaan is dat de cellen in het dakvlak zelf liggen, blind bevestigd onder de fels, zonder kabels die los over het dak lopen. Er is dus geen bekabeling die je vanaf de grond kunt zien liggen of per ongeluk kunt raken met een ladder. De kabels lopen onder de banen door naar een verzamelpunt, vaak bij de dakrand van de carport, en van daar in een mantelbuis naar het gebouw waar de omvormer staat.
Een carport heeft, net als elk dak met geïntegreerde opwekking, een voorziening om het dakvlak spanningsloos te maken. Dat gebeurt met een schakelaar die het circuit tussen de cellen en de omvormer onderbreekt. Bij nieuwbouw of verbouw wordt die schakelaar op een vaste, bereikbare plek gezet, meestal bij de meterkast of bij het punt waar de kabel het gebouw binnenkomt, zoals ook beschreven staat bij [waar de omvormer komt](/dakstroom/carport/omvormer). Voor een vrijstaande carport zonder aangrenzend gebouw wordt die schakelaar bij de voet van de constructie gemonteerd, op een hoogte die zonder ladder te bereiken is.
De reden dat die schakelaar er is, heeft alles te maken met wat er gebeurt bij een incident. Als de brandweer bij een brand in de buurt van een carport moet ingrijpen, wil ze niet aan een dakvlak werken dat nog spanning voert. Een paneel op beugels is met een kniptang of een haak van het dak te trekken; een geïntegreerde felsbaan is dat niet, en dat is precies waarom de spanningsloze schakeling zo is ingericht dat ze het hele vlak in één handeling uitschakelt, zonder dat iemand het dak op moet. Dat is anders dan bij losse paneelvelden, waar een deel van de bekabeling soms pas bij de omvormer zelf is te onderbreken.
Bij een carport is er nog een praktisch punt: omdat er geen bewoond gebouw onder het dakvlak staat, is er ook geen brandbare vulling, isolatie of dakconstructie die snel vlam vat als er iets misgaat bij de cellen zelf. Het stalen felsdak zelf is niet brandbaar. Wat overblijft als aandachtspunt is de kabel die van het dakvlak naar het gebouw loopt, en die leg je daarom in een beschermende mantelbuis, met een tracé dat een installateur vooraf op tekening bepaalt.
Bij een vrijstaande overkapping ligt de omvormer meestal niet onder het dak van de carport zelf, maar in de meterkast van het woonhuis of het bedrijfsgebouw waar de carport bij hoort. Dat betekent dat de kabel van de cellen een stuk grond of gevel moet overbruggen voordat hij bij de omvormer aankomt, zoals ook aan de orde komt bij [de stroom die naar binnen komt](/dakstroom/carport/stroom-naar-binnen). Hoe langer die afstand, hoe belangrijker het is dat de kabel goed beschermd ligt en dat de spanningsloze schakelaar op een plek zit waar hij ook echt te vinden is, niet verstopt achter de auto of onder een berging.
In de praktijk werkt dat zo: bij een tekening voor een carport van bijvoorbeeld twee auto's breed, met de meterkast twaalf meter verderop in de garage van het huis, bepaalt de installateur waar de kabel de grond ingaat, waar hij weer boven komt bij de meterkast, en waar de schakelaar komt die het hele stuk tussen dak en meterkast spanningsloos maakt. Die keuzes verschillen per situatie: bij een korte, rechte kabelroute is een enkele schakelaar bij de meterkast voldoende, bij een langere route met een tussenliggend gebouw wordt vaak ook bij de carport zelf een schakelpunt gezet. Wij rekenen dat uit op tekening, niet in algemene regels, omdat elk perceel een andere afstand en een andere kabelroute heeft.
Bij nieuwbouw met een carport die zonnestroom opwekt, komt de brandveiligheid meestal terug in het bouwplan dat bij de gemeente wordt ingediend. Daar wordt gevraagd waar de spanningsloze schakelaar zit en hoe die te bereiken is zonder het dak op te moeten. Voor een garage of berging die aan de carport grenst, geldt vaak een net iets andere eis dan voor een volledig vrijstaande overkapping op het erf, omdat de afstand tot een eventueel brandcompartiment meetelt. Dat is iets wat een architect of installateur met de brandweer of de gemeente afstemt aan de hand van de concrete situatie, niet iets wat op deze pagina in een vaste regel is te vangen.
Wat vaak over het hoofd wordt gezien, is dat een carport dikwijls wordt gecombineerd met een laadpunt voor een auto. Dan lopen er twee stroomcircuits vlak bij elkaar: het circuit dat stroom opwekt uit het dakvlak en het circuit dat stroom levert aan de laadpaal. Beide moeten onafhankelijk van elkaar uit te schakelen zijn. Een laadpaal die stroom trekt terwijl het dakvlak nog spanning voert, is geen brandveiligheidsprobleem op zichzelf, maar het is wel een reden om bij het ontwerp goed te kijken naar welke schakelaar wat doet en waar die schakelaars zitten ten opzichte van elkaar.
Bij een carport met losse panelen op een montageframe zit de bekabeling vaak los onder het paneel, aan de achterkant, bereikbaar met een schroevendraaier. Dat is in sommige situaties juist prettig, omdat een monteur snel bij een stekker kan om iets los te koppelen. Bij een geïntegreerde felsbaan ligt die bekabeling verzonken onder de fels, wat de kans op beschadiging van buitenaf verkleint, maar het betekent ook dat je niet zomaar even een los stukje kabel lostrekt. De spanningsloze schakelaar is daarom niet iets wat je erbij monteert als extra veiligheidsmaatregel, maar een vast onderdeel van hoe het systeem is opgebouwd, en dat wordt op tekening meegenomen voordat de eerste baan gewalst wordt.
Wat dit voor een concrete carport betekent, hangt af van de afstand tot het gebouw, van of er een laadpaal bij komt, en van de eisen die de gemeente of de brandweer aan die specifieke locatie stelt. Wij denken dat door op tekening, kosteloos, zodat de schakelaar op de juiste plek komt voordat er iets gebouwd wordt. Neem contact op via solarfels.com of via Klikzink, Boylestraat 22 in Ede, met de situatie van de carport erbij.