Klikzink
De zonnecellen zitten in de felsbaan en leveren gelijkstroom. Voor die stroom bruikbaar wordt op de meterkast en voor de laadpalen op de werkplaatsvloer, moet hij eerst langs een omvormer. Dat apparaat zet gelijkstroom om in wisselstroom en moet ergens hangen: droog, koel, met voldoende ruimte eromheen om warmte kwijt te kunnen, en met een kabelpad dat niet dwars door een ruimte loopt waar met hijsmiddelen of voertuigen wordt gewerkt. Bij een garagebedrijf is die plek zelden vanzelfsprekend, en dat is precies waar deze pagina over gaat.
Een garagebedrijf heeft een dak dat vaak groter is dan het paar bij een woonhuis, en een gebouw eronder dat is ingedeeld rond de werkplaats, niet rond een technische ruimte. De meterkast zit doorgaans bij het kantoor of de entree, aan de andere kant van het pand dan de brug of de spuitcabine. De afstand tussen dakvlak en meterkast is dan al snel tien tot dertig meter, en die afstand kost. Hoe verder de gelijkstroom moet reizen voor hij wordt omgezet, hoe dikker de kabel moet zijn om verlies te beperken. Dat is een reden om de omvormer niet automatisch bij de meterkast te hangen, maar dichter bij het dakvlak zelf, ergens op de overgang tussen dak en werkplaats.
De werkplaats zelf is meestal geen goede plek. Er hangt vocht van natte voertuigen, er kan stof zijn van slijpwerk, en de temperatuur loopt in de zomer op onder een dak dat de hele dag in de zon staat. Een omvormer die te warm wordt, gaat vermogen terugregelen om zichzelf te beschermen, en dat kost rendement op precies de momenten dat de zon het hardst schijnt. Bij garagebedrijven kiezen we daarom vaak voor een technische ruimte, een berging, of een gangetje tussen werkplaats en kantoor: een plek met buitenlucht of mechanische ventilatie, uit de buurt van een brug of een cabine waar met chemicaliën wordt gewerkt.
De laadpalen die bij veel garagebedrijven op het terrein staan, veranderen die keuze niet fundamenteel, maar ze maken de plek wel belangrijker. Overdag wordt er getest, gereden en geladen, en de stroom die het dak opwekt kan direct naar die laadpunten in plaats van eerst het net op en weer terug. Dat werkt beter als de omvormer, de meterkast en de laadpalen niet elk in een andere hoek van het gebouw zitten, maar met een kort, logisch tracé aan elkaar vast te knopen zijn. Bij een verbouwing is dat vaak nog te sturen; bij een bestaand pand is de meterkast een gegeven en werken we om die plek heen.
Als de omvormer eenmaal een plek heeft, moet de kabel van het dak daar nog komen. Bij solarfels loopt die kabel niet over het dakvlak in beugels en clips zoals bij paneelsystemen, maar wordt hij op een vaste plek naar binnen gebracht, zoals wij uitleggen bij [de kabeldoorvoer, het enige gat dat er nog is](/dakstroom/garagebedrijf/kabeldoorvoer). Bij een garagebedrijf ligt die doorvoer vaak niet boven het midden van het dak, maar boven een kopgevel of een randkanaal, precies omdat de omvormer daar het dichtst bij zit. Dat is een detail dat je op tekening bepaalt, niet achteraf op het dak zelf: de plek van de doorvoer, de route van de kabel binnendoor en de plek van de omvormer horen bij elkaar en worden in één keer uitgedacht.
Op een pand met een enkel dakvlak en een meterkast eronder is die keuze snel gemaakt. Bij een garagebedrijf met een showroom aan de voorkant, een werkplaats in het midden en een wasstraat of magazijn aan de achterkant loopt het dak vaak in meerdere richtingen en op meerdere hoogtes. Dan kan het verstandiger zijn om twee kleinere omvormers te plaatsen in plaats van één grote, elk dicht bij het deel van het dak waar hij bij hoort. Dat scheelt kabellengte, het beperkt de schade als er ooit iets uitvalt, want dan ligt niet het hele dak stil, en het maakt het makkelijker om een dakvlak later uit te breiden zonder de bestaande installatie aan te passen, zoals ook aan de orde komt bij de vraag of je bij een garagebedrijf later kunt [uitbreiden met solarfels](/dakstroom/garagebedrijf/uitbreiden).
Bij nieuwbouw is er meestal wel een technische ruimte te vinden of te maken, maar bij een bestaand garagebedrijf dat wordt heringericht is de ruimte vaak al ingevuld: met een compressor, een lift, een archief. De omvormer heeft dan niet veel nodig, een muurdeel van ongeveer een vierkante meter met vrije lucht eromheen volstaat meestal, maar die ruimte moet wel apart worden gereserveerd voordat de rest van de verbouwing wordt ingepland. Wachten tot het dak klaarligt en dan pas zoeken naar een plek binnen, is de meest gehoorde reden waarom een kabeltracé achteraf te lang of te omslachtig wordt.
Wat op tekening precies de beste plek is, verschilt per pand: de ligging van de meterkast, de plek van de laadpalen, de indeling van de werkplaats en de vorm van het dak spelen allemaal mee, en dat rekenen wij uit op tekening voordat er iets wordt besteld. Klikzink, Boylestraat 22 in Ede, denkt daarin mee zonder dat dat vooraf iets kost.