Klikzink

Waar de omvormer komt bij dak met zonnecellen

De omvormer zet de gelijkstroom uit de felsbanen om in de wisselstroom die in het net past. Dat kastje moet ergens hangen, en die plek is geen bijzaak. Hij moet droog blijven, koel genoeg blijven werken en dicht genoeg bij zowel het dakvlak als de meterkast staan om de kabels behapbaar te houden. Bij een dak met geïntegreerde zonnecellen komt daar nog iets bij: de opwekking zit in het dakvlak zelf, dus de route van dak naar omvormer naar meterkast is niet iets wat je achteraf even oplost met een extra beugel. Die route bedenk je bij voorkeur op tekening, voordat de eerste baan gewalst wordt.

In de meeste gevallen komt de omvormer op zolder, in een technische ruimte of tegen een binnenwand die grenst aan de plek waar de kabel het dak verlaat. De reden is simpel: hoe korter de kabel van dak naar omvormer, hoe minder verlies en hoe minder gedoe met doorvoeren. Bij een klein dakvlak op een woonhuis is dat vaak een kwestie van een paar meter kabel door de spouw of langs een gordijnkast. Bij een groot dakvlak, zoals bij een bedrijfshal of een schuur met een lang doorlopend dakvlak, wordt die afstand een echte vraag: hang je één grote omvormer dicht bij het dak en trek je dan een lange kabel naar de meterkast, of hang je hem dicht bij de meterkast en accepteer je een langere kabel vanaf het dak? Beide kan, en welke keuze goedkoper en overzichtelijker uitpakt, hangt af van hoe het gebouw is ingedeeld en waar de meterkast al staat.

Wat een groot dakvlak vraagt

Bij een dakvlak van honderden vierkante meters wordt vaak niet met één omvormer gewerkt, maar met meerdere, elk verantwoordelijk voor een deel van het dak. Dat heeft twee praktische voordelen. De kabels blijven korter, want elke omvormer hangt dichter bij zijn eigen stuk dak. En als er iets misgaat met één omvormer, valt niet de hele opwekking uit maar alleen het deel dat aan die omvormer hangt. Bij een langgerekte loods met een dakvlak dat van kop tot staart doorloopt, is het dan ook gebruikelijker om op twee of drie plekken langs de nok of langs de gordingen een omvormer te hangen, elk met een eigen korte kabelroute naar een verdeler, dan om alles naar één punt te trekken.

De ligging van het dakvlak zelf speelt hierin ook mee, zoals wij uitleggen bij [waar de omvormer komt op een zuidhelling](/dakstroom/omvormer/op-het-zuiden): een vlak dat op de zon gericht ligt, levert meer stroom en dus meer stroom die door de omvormer moet, wat van invloed is op hoeveel vermogen die omvormer moet kunnen verwerken. Bij een schilddak met vier hellingen, zoals behandeld op de pagina over [de omvormer op een schilddak](/dakstroom/omvormer/schilddak), speelt bovendien mee dat de vlakken elk een andere opbrengst hebben, wat betekent dat je soms per vlak of per paar vlakken een eigen omvormer overweegt in plaats van alles op één punt samen te brengen.

Droog, koel en bereikbaar

De technische eisen aan de plek van de omvormer zijn bij een geïntegreerd dak niet anders dan bij panelen op beugels: droog, koel, en bereikbaar voor onderhoud of vervanging. Een omvormer in de volle zon of in een warme spouw onder een donker dakvlak werkt minder efficiënt en gaat sneller kapot. Daarom wordt hij zelden vlak onder de dakbedekking gehangen, ook al zou dat de kortste kabel geven. Een technische ruimte, een garage, een kelder of een goed geventileerde zolder is vrijwel altijd de betere plek, ook als dat betekent dat de kabel een paar meter langer wordt. Bij een bedrijfsgebouw met een verlaagd plafond in de hal is dat plafond vaak een praktische plek om de kabels weg te werken naar een technische ruimte verderop.

Bij een gebouw met meerdere bouwlagen komt daar de vraag bij hoe de kabel van dak naar begane grond komt. Een schacht, een bestaande leidingkoker of een kabelgoot langs een trappenhuis is meestal al aanwezig en wordt dan benut, in plaats van dat er een nieuwe doorvoer wordt gemaakt. Bij nieuwbouw is dat eenvoudiger te plannen dan bij een bestaand gebouw, waar je soms met de bestaande indeling moet werken en de omvormer daardoor niet op de theoretisch kortste plek komt, maar op de plek waar een schacht al loopt.

Wat er per gebouwtype verschilt

Bij een woonhuis is de afstand tussen dak en meterkast meestal klein genoeg dat de plek van de omvormer weinig discussie oplevert; die hangt op zolder of in de meterkast zelf, zoals ook te lezen is bij hoe de stroom van dakvlak naar meterkast gaat in een woonhuis. Bij grotere gebouwen, denk aan een showroom, een sporthal of een agrarische loods met een dakvlak van honderden vierkante meters, ligt dat anders. Daar bepaalt de indeling van het gebouw net zo zeer waar de omvormer komt als het dakvlak zelf. Een kantoorvleugel met een verlaagd plafond en een technische ruimte op de begane grond geeft een andere route dan een open hal zonder tussenvloer, waar de kabel misschien wel dertig meter langs een spant naar de zijgevel moet.

Ook het aantal dakvlakken speelt mee. Bij een zadeldak met de nok als scheiding tussen twee hellingen, kan het voordeliger zijn om aan elke kant van de nok een eigen omvormer te hangen in plaats van de kabels van beide vlakken naar één kant te trekken. Bij een lessenaarsdak, met maar één hellend vlak, is die knoop er niet; daar is de vraag eerder waar in het gebouw onder dat ene vlak de omvormer het handigst hangt.

Wat dit betekent op tekening

De plek van de omvormer is dus nooit een vaste plek die je van het ene dak op het andere kunt overzetten. Het is een afweging tussen kabellengte, warmte, vocht, bereikbaarheid en de indeling van het gebouw, en die afweging verandert met elk dakvlak en elk gebouw. Bij een dak met geïntegreerde zonnecellen komt die afweging bovendien eerder in het proces dan bij panelen die je achteraf op een bestaand dak legt, omdat de kabelroute vanaf de banen al vastligt zodra de felsbanen gewalst en gelegd zijn. Klikzink rekent dat samen met de architect of aannemer uit op tekening, per dakvlak en per gebouw, zonder dat daar kosten aan hangen. Een dakvlak van tien vierkante meter op een garage vraagt een andere aanpak dan een dakvlak van vijfhonderd vierkante meter op een bedrijfshal, en dat verschil zit precies in de vraag waar de omvormer het beste kan hangen.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink