Klikzink
Een dakvlak op het zuiden geeft doorgaans het hoogste dagtotaal van alle liggingen, met een duidelijke piek rond het middaguur. Dat is voor de opbrengst gunstig, maar het zegt niets over waar de omvormer moet hangen. Die vraag wordt bepaald door drie dingen die met de ligging op het zuiden zelf weinig te maken hebben: waar de kabel vandaan komt, waar een droge en koele plek beschikbaar is, en hoe ver die twee punten uit elkaar liggen.
De omvormer zet de gelijkstroom van de felsbanen om in wisselstroom die naar de meterkast gaat. Hij moet ergens hangen waar hij niet in de volle zon staat, niet in een vochtige ruimte, en met een kabelroute die niet onnodig lang of ingewikkeld wordt. Bij een zuiddak met een groot, aaneengesloten vlak ligt de string vaak over de volle breedte van het dak. Dat betekent dat de kabel vanaf het laagste punt van die string naar binnen moet, meestal bij de goot, en van daar via zolder of spouw naar de plek waar de omvormer hangt.
Bij een zolder onder een zuiddak is die zolder vaak de warmste ruimte van het huis in de zomer, juist door de instraling die het dak zo geschikt maakt voor opwekking. Een omvormer die daar tegen de onderzijde van het dakbeschot hangt, kan boven zijn werktemperatuur uitkomen op een hete middag, en dat is niet iets waar je aan wilt beginnen te twijfelen achteraf. In de praktijk hangen we de omvormer dan liever een verdieping lager, in een meterkast, garage of technische ruimte, ook als de kabel daardoor een paar meter langer wordt. Een paar meter extra gelijkstroomkabel is een kleine ingreep, een omvormer die te warm wordt is een storing die je liever niet krijgt.
De hoge en scherpe piek van een zuiddak, meestal rond het middaguur, wordt vaak aangehaald als het sterkste argument voor zuid. Voor de plek van de omvormer is die piek relevant op een andere manier dan je zou denken: hoe hoger de piekopbrengst, hoe groter het vermogen dat de omvormer op zijn drukste moment moet verwerken en hoe belangrijker een koele opstelplek wordt. Een omvormer die in de brandende zon aan de buitenmuur zou hangen, moet zijn vermogen terugregelen zodra hij te warm wordt, en dat gebeurt nu net op het moment dat er het meeste te winnen is. Binnen hangen, uit de zon, is bij een zuiddak dus niet alleen een kwestie van comfort voor het apparaat maar ook van simpelweg niet inleveren op de momenten dat het dak het hardst werkt.
Of die piek op het middaguur ook de beste keuze is voor het gebouw, hangt af van wanneer de stroom wordt gebruikt. Een kantoorpand met een bezette werkdag verbruikt veel stroom precies rond het middaguur, en dan valt de piekopbrengst van een zuiddak samen met de piekvraag. Een woonhuis waar de bewoners overdag weg zijn, verbruikt op dat moment vooral het huishoudelijk sluimerverbruik, en de rest van de opbrengst gaat het net op of in een batterij, als die er is. Dat verandert niets aan waar de omvormer hangt, want die plek wordt bepaald door bekabeling en klimaat, niet door het verbruiksprofiel. Het is wel de reden waarom we bij een zuiddak altijd vragen hoe het gebouw gebruikt wordt, voordat we iets zeggen over of zuid hier de beste keuze is.
Bij een groot zuiddakvlak, zoals op een loods of een vrijstaande woning met een breed zadeldak, is de afstand tussen het dakvlak en de meterkast een reële overweging. Hoe verder de omvormer van de meterkast af hangt, hoe langer het wisselstroomtraject wordt, en dat kost meer bekabeling en soms een dikkere kabel om spanningsverlies te beperken. Bij een dakvlak van vijftien meter breed loont het om te kijken of de omvormer dicht bij het punt kan hangen waar de kabel toch al naar binnen komt, ook als dat een paar meter verder van de meterkast is dan ideaal. Die keuze maken we op tekening, met de werkelijke maten van het pand, niet met een algemene regel die voor elk dak evengoed opgaat.
Bij een schuin dak dat aan één kant op het zuiden ligt en aan de andere kant op het noorden, zoals bij een zadeldak, verschuift de vraag een beetje: dan ligt de string met de hoogste opbrengst op het zuiden en die met de laagste op de andere kant, en het is vaak praktisch om de omvormer bij het zuiddeel te laten binnenkomen omdat daar het grootste vermogen vandaan komt. Hoe die twee hellingen samen aangesloten worden, leggen we uit bij [de omvormer op een zadeldak](/dakstroom/omvormer/zadeldak). Bij een pand met vier dakvlakken, waarvan één op het zuiden, geldt eigenlijk hetzelfde principe maar dan met een extra keuze erbij, en dat werken we uit bij [de omvormer op een schilddak](/dakstroom/omvormer/schilddak).
Er zijn situaties waarin de ligging op het zuiden minder bepalend is dan hij op het eerste gezicht lijkt. Een zuiddak dat voor een groot deel in de schaduw van een naastgelegen gebouw of een boom ligt, verliest een deel van zijn voorsprong, en dan wordt de plek van de omvormer weer vooral bepaald door waar de kabel praktisch naar binnen kan, net als bij elke andere ligging. Een zuiddak met een steile helling geeft een andere invalshoek van de zon dan een vlak dak op het zuiden, en dat verandert het dagverloop van de opbrengst enigszins, zonder dat het iets verandert aan waar de omvormer hoort te hangen.
Bij een gebouw met een warmtepomp die vooral 's avonds en 's nachts draait, is de middagpiek van een zuiddak minder waardevol dan bij een gebouw dat overdag stroom vraagt. Dat is een reden om bij het ontwerp te kijken of een deel van het dakvlak juist op oost of west beter past bij het verbruik, iets wat we toelichten bij [de omvormer op oost en west](/dakstroom/omvormer/oost-west). Voor de plek van de omvormer zelf maakt die keuze weinig verschil: die blijft afhankelijk van de kortste droge en koele route naar de meterkast, welke kant het dak ook op ligt.
De felsbanen met geïntegreerde cellen liggen bij een zuiddak net als bij elke andere ligging in het vlak van het dak, blind bevestigd onder de fels, zonder doorboring voor de opwekking zelf. Waar de omvormer komt te hangen, hoeveel kabel daarvoor nodig is en of de gekozen ruimte koel genoeg blijft op een zonnige middag, rekenen we uit op de tekening van het specifieke dak. Bij Klikzink in Ede doen we dat zonder kosten vooraf, met de eigen walsmachines en levering op maat als basis voor wat er daarna op het dak komt te liggen.