Klikzink
Een dakvlak op het zuiden levert over de dag gerekend het meeste op van alle standaardliggingen. Geen wolken, geen obstakel, en de zon staat vanaf het ochtenduur tot diep in de middag in een gunstige hoek op de baan. Wie alleen naar het dagtotaal kijkt, kiest zuid en heeft daarin gelijk. Het probleem zit niet in de hoeveelheid, het zit in het moment waarop die hoeveelheid ontstaat.
Op een zuiddak valt de opwek geconcentreerd rond het middaguur. Van elf tot twee uur staat de teller op zijn hoogst, en precies in die uren staat een gewoon huishouden vaak niet thuis. De wasmachine draait 's avonds, het koken gebeurt tussen zes en acht, de verwarming trekt aan in de vroege ochtend en de late avond. De piek van het dak en de piek van het verbruik vallen op andere tijden van de dag. Wat er in dat middaguur wordt opgewekt en niet direct wordt gebruikt, gaat het net op.
Dat is de kern van wat er verandert bij deze ligging, en het is een andere vraag dan hoeveel er wordt opgewekt. Een kilowattuur dat je zelf gebruikt op het moment dat het ontstaat, is voor de eigenaar iets anders waard dan een kilowattuur dat om twaalf uur 's middags het net op gaat en pas 's avonds als stroom terugkomt. Bij een dakvlak dat naar oost en west ligt, zoals wij uitleggen bij [wat het net ermee doet als het dak naar oost en west ligt](/dakstroom/het-net/oost-west), spreidt de opwek zich vanzelf over de ochtend en de avond en sluit die meer aan op het patroon van een huishouden. Zuid doet het tegenovergestelde: alles bij elkaar, op één moment.
De uitkomst hangt sterk af van wie er onder het dak zit. Een kantoorpand, een school of een productiehal met dagploegen heeft juist tussen negen en vijf zijn grootste verbruik: koeling, verlichting, machines, ventilatie. Bij dat soort gebouwen valt de piek van het zuiddak vrijwel samen met de piek van het verbruik, en dan is zuid de ligging die het meeste eigen gebruik oplevert zonder dat er iets bijzonders voor nodig is. Een showroom met koelvitrines, een bakkerij met ovens die overdag branden, een kantoor met serverruimte: die situaties passen goed bij een zuiddak.
Bij een woning met bewoners die overdag werken, ligt dat anders. Daar wordt het grootste deel van de stroom in de vroege ochtend en na etenstijd gebruikt, buiten de uren waarin het zuiddak zijn piek heeft. Wie een warmtepomp heeft die overdag bijstookt, of een thuisbatterij die het middagoverschot bewaart voor de avond, verschuift een deel van dat verbruik terug naar het moment van opwek en verbetert daarmee wat er zelf gebruikt wordt. Zonder batterij en zonder overdag actief verbruik gaat een groter deel van een zuiddak het net op dan de meeste mensen verwachten wanneer ze alleen naar de jaaropbrengst hebben gekeken.
Er zijn situaties waarin zuid niet de vanzelfsprekende keuze is, ook al levert het dakvlak op papier de hoogste jaaropbrengst. Een vakantiewoning die vooral in het weekend wordt gebruikt, een bedrijfspand dat 's avonds en in het weekend dicht is, een woning met een bewoner die in ploegendienst werkt en overdag slaapt: in al deze gevallen ontstaat er een mismatch tussen het moment van opwek en het moment van verbruik die groter is dan bij een gemiddeld huishouden. In die gevallen kan een dakvlak met een lagere piek maar een bredere spreiding, zoals een lessenaarsdak op oost of west, per saldo meer stroom opleveren die ook echt zelf wordt gebruikt.
Ook de vorm van het dak speelt hierin mee. Bij een zadeldak met twee vlakken, zoals wij bespreken bij [twee dakvlakken, twee momenten van opwekken](/dakstroom/het-net/zadeldak), kan één kant op het zuiden liggen en de andere op het noorden, of één kant oost en de andere west. Die spreiding over twee momenten van de dag geeft vaak een beter beeld van eigen verbruik dan één groot zuidvlak, ook al is het dagtotaal van dat ene zuidvlak op papier hoger. Bij een enkelvoudig zuiddak, zoals een lessenaarsdak dat recht naar het zuiden wijst, is die spreiding er niet en concentreert alles zich vanzelf in het middaguur.
Voor solarfels verandert de ligging niets aan hoe het dak in elkaar zit. De cellen liggen in het vlak van de baan, blind bevestigd onder de fels, ongeacht of dat vlak naar het zuiden, het oosten of een andere richting wijst. Wat de ligging wel bepaalt, is hoe de opwek van dat dakvlak zich verhoudt tot het verbruik in het gebouw, en daarmee hoeveel van de opgewekte stroom het net op gaat in plaats van in het gebouw zelf te worden gebruikt.
Dat is precies waarom een keuze voor of tegen een zuidgerichte uitvoering niet op een vuistregel kan worden gebaseerd. Een kantoorpand met dagverbruik en een woonhuis met bewoners die overdag afwezig zijn, hebben met hetzelfde zuiddak een heel ander resultaat in eigen gebruik. Wij rekenen dat door op basis van de tekening van het gebouw, de oriëntatie van het dakvlak en het verbruikspatroon dat de opdrachtgever aangeeft, en laten zien wat er van de opwek naar verwachting zelf gebruikt wordt en wat er richting het net gaat. Wie twijfelt tussen een zuidgerichte indeling en een verdeling over meerdere vlakken, kan die tekening met ons delen voordat er een knoop wordt doorgehakt.