Klikzink

Solarfels op een flauwe helling: het net en de vuilafspoeling

Een flauwe helling, zeg tussen de tien en twintig graden, doet twee dingen tegelijk met een dak dat zelf stroom opwekt. Het eerste gaat over de zon en het net, het tweede over water en vuil op het vlak. Ze lijken los van elkaar te staan, maar op een felsbaan met geïntegreerde cellen komen ze samen, omdat het vlak dat opwekt hetzelfde vlak is waar het water overheen moet.

Bij een flauwe helling valt de zon een groot deel van de dag onder een gunstige hoek op het vlak, vaak gunstiger verspreid over de dag dan bij een steil dak dat op één kant gericht staat. Dat levert overdag een vlakkere opbrengstcurve op: minder een korte piek rond het middaguur, meer een bredere periode waarin het dak wat doet. Voor het net maakt dat verschil. Een dak dat vooral rond het middaguur een piek levert, stuurt in dat korte venster veel stroom terug, en die stroom is op dat moment het minst waard omdat iedereen met zuidgerichte panelen op hetzelfde moment levert. Een dak dat de opwekking over de dag uitsmeert, past beter bij wanneer een gebouw zelf stroom gebruikt: de ventilatie die de hele dag draait, de koeling van een bedrijfshal, de apparatuur op een kantoor. Wat niet op het moment van opwekken zelf verbruikt wordt, gaat het net op, en juist daar zit de beperking die zwaarder telt dan de vraag hoeveel vierkante meter dakvlak er ligt. Een groot dakvlak dat vooral 's middags levert aan een gebouw dat 's middags leegstaat, wekt veel op en gebruikt weinig zelf. Een kleiner dakvlak met een vlakkere curve, gekoppeld aan een gebruiker die de hele dag stroom vraagt, benut een groter deel van wat het zelf opwekt. Dat is precies waarom eigen verbruik op het moment van opwekken meer gewicht heeft dan de omvang van het dakvlak: de meter aan de voordeur telt niet in vierkante meters, maar in het moment waarop vraag en aanbod samenvallen.

Het tweede punt bij een flauwe helling gaat over wat er op het vlak blijft liggen. Bij een steil dak loopt regenwater snel weg en neemt het het meeste stof en blad met zich mee. Bij een helling van rond de tien tot vijftien graden blijft water langer op het vlak staan, en spoelt vuil minder makkelijk mee naar de dakrand. Op een gewoon dak is dat vooral een kwestie van esthetiek en, op termijn, van mos of algengroei op de coating. Op een felsbaan die ook stroom opwekt, is het een ander punt: een laag stof, blad of vogeluitwerpselen op een cel beperkt de opwekking van precies die baan, ook als de rest van het dak schoon is. Een enkele natte herfstblad op een steil dak schiet er zelf weer af. Op een flauwe helling blijft het liggen tot iemand het weghaalt of tot de wind het meeneemt.

Dat betekent niet dat een flauwe helling een slechte plek is voor dit dak. Het betekent dat de manier waarop het vlak vuil wordt en weer schoon wordt, meetelt in de afweging, waar dat bij een gewoon dak zonder cellen vooral een kwestie van uiterlijk was. Bij een bedrijfshal met een flauwe kap, bijvoorbeeld naast een weg of onder bomen, is het de moeite waard om vooraf te kijken hoe vaak het dak van nature schoonspoelt en hoe bereikbaar het is voor een controle. Bij een vrijstaande loods in open veld, ver van bomen, speelt dat een stuk minder: daar valt vooral fijn stof en dat spoelt bij normale regenval grotendeels vanzelf weg, ook op een flauwe helling.

De felsbaan zelf verandert niets aan hoe het dak waterdicht blijft op deze helling. De haakse fels van 35 millimeter en de blinde bevestiging onder de fels werken bij een flauwe helling net zo als bij een steile: de klemmen zitten onder het vlak, er gaat geen schroef doorheen, en de overlap van de banen is dezelfde manier van dichtheid houden als op elk ander hellend dak met dit systeem. Wat verandert, is de afwatering over het vlak zelf, niet de aansluiting tussen de banen.

Wanneer keert de ligging het antwoord om? Als een dak zo flauw wordt dat het feitelijk richting een lessenaarsdak of een vlak dak gaat, verandert de afweging fundamenteel, en dat is een ander vraagstuk dan hier behandeld wordt. Bij een helling die nog wel een duidelijke afwatering heeft, maar traag, is het vooral een kwestie van onderhoudsritme: iemand die het dak twee keer per jaar laat controleren, haalt uit een flauw hellend dak met cellen ongeveer wat hij ervan verwacht. Iemand die een dak wil dat zich vanzelf schoonspoelt en nooit bekeken hoeft te worden, is bij een steiler dakvlak beter af, of moet bij een flauwe helling rekening houden met een controle die op een steil dak overbodig zou zijn.

De uitkomst hangt ook af van wat er rond het dak staat. Onder een boom, naast een weg met veel stof, of in een omgeving met veel vogels, telt de trage afwatering van een flauwe helling zwaarder dan op een schoon, open erf. In dat laatste geval is de flauwe helling vooral een kwestie van hoek voor de zoninstraling en van het spreiden van de opwekking over de dag, met minder gewicht bij het vuilprobleem.

Of een flauwe helling in een concreet geval meer oplevert dan een steiler dakvlak, en hoe zwaar de vuilafspoeling er meetelt, hangt af van de precieze hoek, de ligging ten opzichte van de zon en de omgeving van het gebouw. Dat rekenen we uit op tekening, per dakvlak, zonder daar vooraf een getal aan te plakken dat voor het ene dak wel klopt en voor het andere niet.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink