Klikzink
Een gebogen dak is geen vlak dat gewoon krom is getekend. Het is een oppervlak waarbij elke felsbaan een iets andere hoek naar de zon heeft dan de baan ernaast. Op een tongewelfd dak of een gebogen loods loopt de kromming vaak van de goot naar de nok, of van de ene kant naar de andere. Het gevolg is dat de zonnecellen in de banen aan de ene kant van de kromming op een ander moment van de dag hun piek hebben dan de cellen aan de andere kant.
Bij een plat vlak, hellend of niet, is dat simpel: alle cellen wijzen dezelfde kant op, dus de opbrengst van het hele vlak stijgt en daalt op hetzelfde moment. Bij een gebogen vlak zit die piek uitgesmeerd over de dag. Het ene deel van het dak vangt de ochtendzon beter, het andere deel de namiddagzon. Dat lijkt een nadeel als je alleen naar het totaal aan het einde van de dag kijkt, maar het is precies waar het net iets anders mee doet dan met een vlak dat alles in één keer aflevert.
Wat je niet zelf gebruikt op het moment dat het wordt opgewekt, gaat het net op. Dat is de kern van hoe wij overal op deze site naar opwekking kijken, en bij een gebogen dak is die kern relevanter dan bij een plat vlak. Een vlak dak dat op het zuiden ligt, zoals wij uitleggen bij [wat het net ermee doet op het zuiden](/dakstroom/het-net/op-het-zuiden), levert rond het middaguur een uitgesproken piek. Die piek moet ergens heen: naar apparaten die op dat moment aanstaan, naar een batterij, of naar het net. Een gebogen dak spreidt die piek uit. De ochtendkant van de kromming levert al vroeg iets, de namiddagkant blijft nog laat iets leveren. Voor een gebouw waar overdag continu wordt verbruikt, een kantoor, een werkplaats, een stal met ventilatie die de hele dag draait, kan die spreiding betekenen dat een groter deel van de opgewekte stroom meteen ter plekke wordt gebruikt in plaats van teruggeleverd.
Dat is precies waarom de omvang van het dakvlak op zichzelf niet het enige is waar je op moet rekenen. Een groot gebogen dakvlak met een gespreide opbrengst kan voor het gebruik van het gebouw waardevoller zijn dan een even groot plat vlak met een korte, hoge piek, ook als het plat vlak op papier een hoger totaal aan kilowattuur per jaar haalt. Het gaat om het moment waarop de stroom er is, niet alleen om hoeveel er in totaal binnenkomt.
Op een gebogen dak liggen de felsbanen niet allemaal in exact hetzelfde vlak, maar ze zijn wel allemaal onderdeel van dezelfde blind bevestigde constructie. De klemmen onder de fels houden de kromming net zo goed vast als een recht vlak; er verandert niets aan de manier waarop het dak zelf dicht en bevestigd is. Wat wel verandert is de opbrengst per baan, en dus de manier waarop de bekabeling en de omvormer die stroom bij elkaar brengen. Banen die op hetzelfde moment van de dag ongeveer dezelfde hoek naar de zon hebben, worden bij voorkeur samen op één string aangesloten. Banen met een duidelijk andere hoek, bijvoorbeeld de cellen aan de andere kant van de kromming, lopen beter op een eigen string of via een eigen optimizer. Dat voorkomt dat de zwakste baan in een string de sterkste naar beneden trekt, iets dat bij een gebogen dak eerder voorkomt dan bij een vlak dat overal dezelfde kant op wijst.
Bij een hal met een flauw gebogen dak die wij op tekening hebben doorgerekend, lag de kromming zo dat het middendeel vlak bovenop wees en de twee zijkanten elk een andere ochtend- of avondkant kregen. De oplossing was drie strings in plaats van één, met de middelste als grootste blok en de twee zijkanten elk apart aangesloten. Dat kost een paar extra meter kabel en een extra aansluitpunt op de omvormer, maar het voorkomt dat de zijkanten de opbrengst van het midden beperken.
De felsbaan zelf is een stalen plaat die op de bouwplaats of in de fabriek wordt gewalst en die een bepaalde minimale kromtestraal verdraagt voordat de plaat gaat plooien of de fels onder spanning komt. Bij een flauwe, ruime kromming, zoals bij een tongewelfd dak met een grote straal, is er weinig aan de hand: de baan volgt de vorm net zo soepel als hij een recht vlak zou volgen. Bij een kleinere straal, een sterk gebogen dak zoals bij sommige loodsen met een halfronde kap, wordt de kromming van de baan een aandachtspunt voordat de kromming van de opbrengst dat wordt. Er is een punt waarop de plaat de vorm niet meer zonder vervorming volgt, en dat punt ligt eerder bij een felsbaan met geïntegreerde cellen dan bij een blanco felsbaan, omdat de cel in het vlak niet meebuigt zoals het staal dat wel een beetje doet. Welke straal precies haalbaar is, hangt af van de plaatdikte en de lengte van de baan, en dat rekenen wij uit op tekening; een getal daarvoor op deze pagina zetten zonder de tekening erbij zou een gok zijn, en die gok maken wij niet.
Voor de meeste gebogen daken die in de praktijk voorkomen, tongewelfde kappen, licht gebogen loodsen, ronde overkappingen met een ruime boog, is de kromming ruim binnen wat de baan aankan. Bij een scherpe knik, zoals bij een puntdak dat plotseling van richting verandert in plaats van geleidelijk te buigen, is dat geen kromming meer maar een hoekverandering, en dan gedraagt het dak zich eerder als twee of meer platte vlakken naast elkaar dan als één gebogen vlak. Dat verandert de berekening opnieuw, en dan gelden de overwegingen die ook voor een schilddak spelen, zoals te lezen bij [wat het net ermee doet op een schilddak](/dakstroom/het-net/schilddak).
De spreiding van de opbrengst over de dag is een voordeel voor een gebouw dat overdag continu stroom gebruikt. Voor een gebouw dat vooral 's ochtends of vooral aan het einde van de middag piekt in verbruik, een kantoor met airconditioning die pas na de lunch flink aanslaat, kan een gerichte oriëntatie op dat moment van de dag meer waard zijn dan de spreiding die een gebogen dak nu eenmaal geeft. Dan is de vraag niet meer hoe het net omgaat met een gebogen vlak, maar of een recht vlak met een bewust gekozen richting niet dichter bij het verbruikspatroon komt. Ook geldt, net als bij elk ander dakvlak, dat dit vooral rendabel is wanneer het dak toch vervangen wordt of bij nieuwbouw. Een gebogen dak dat er al ligt en dat nog jaren meekan, is geen reden om het te vervangen voor de opwekking alleen; dan ligt een oplossing die niet aan het dakvlak zelf vastzit eerder voor de hand.
Voor een gebouw met een gebogen dak dat om andere redenen aan vervanging toe is, een loods waar de oude golfplaat aan het einde van zijn levensduur is, is de kromming zelf zelden een reden om af te zien van geïntegreerde opwekking. Het is een reden om de indeling van de strings en de plaats van de optimizers goed te laten doorrekenen op de tekening van dat specifieke dak, zodat de vorm van het vlak werkt vóór de opbrengst in plaats van ertegen.