Klikzink
Een dakvlak op het oosten wekt op als de zon opkomt en is aan het einde van de ochtend al over zijn piek heen. Het vlak op het westen begint dan pas goed en levert zijn piek in de namiddag en vroege avond. Op één woning met een oost west kap staan dus in feite twee kleine centrales die elkaar nooit tegelijk op hun sterkst hebben. Dat is een ander patroon dan een zuiddak, waar alles rond het middaguur samenkomt in één hoge piek die het net op dat moment moet verwerken.
Wat er op het net terechtkomt hangt af van wat er op dat moment in huis gebeurt. Bij een zuidkap valt de piek vaak in een paar uur waarin een gezin niet thuis is; die stroom gaat linea recta het net op. Bij oost west ligt dat anders. De ochtendpiek van het oostvlak valt samen met het moment dat mensen opstaan, koffie zetten, douchen, de vaatwasser aanzetten voor ze naar hun werk gaan. De avondpiek van het westvlak valt samen met thuiskomen, koken, de wasmachine, het opladen van een auto. Het verbruik van een gewoon huishouden volgt die twee pieken vrij aardig, en dat is precies waarom dit net anders werkt dan het net bij een dak dat maar één piek geeft.
Het dagtotaal aan opgewekte stroom ligt bij oost west lager dan bij een zuiddak van dezelfde omvang. Dat klinkt als een nadeel, en op papier, in kilowattuur per jaar, is het dat ook. Maar de vraag die ertoe doet is niet hoeveel er wordt opgewekt, het is hoeveel daarvan wordt gebruikt op het moment dat het wordt opgewekt. Iedere kilowattuur die je zelf gebruikt op het moment van opwekken heeft een andere waarde dan een kilowattuur die je aan het net teruglevert en later, tegen andere voorwaarden, weer terugkoopt. Een dak dat minder opwekt maar beter aansluit op het verbruikspatroon van het huis kan in de praktijk gunstiger uitpakken dan een dak dat meer opwekt maar vooral op momenten dat er niemand thuis is.
Neem een rijtjeswoning met een kap die de helft naar het oosten en de helft naar het westen heeft. 's Ochtends vroeg, als de wasmachine draait en het ontbijt wordt gemaakt, levert het oostvlak al een groot deel van dat verbruik. Rond het middaguur, als het huis leeg staat, wekken beide vlakken minder op dan een zuiddak zou doen; er gaat dan weinig overschot het net op, simpelweg omdat er weinig wordt opgewekt op dat moment. Aan het einde van de middag, als het westvlak op zijn sterkst is en het gezin thuiskomt, dekt die opwek een flink deel van het koken en het opladen van de auto. Het net ziet in dit huis dus geen scherpe piek die het moet afvoeren, het ziet twee gematigde stromen die grotendeels in het huis zelf verdwijnen.
Dit beeld klopt voor een gewoon woonhuis met een dagpatroon van vroege ochtend en late middag. Het klopt minder voor een pand waar het verbruik zich juist rond het middaguur concentreert, zoals een kantoor, een school of een bedrijfshal die van negen tot vijf draait. In dat geval is de piek van een zuiddak juist wel het moment waarop het gebouw stroom nodig heeft, en verliest oost west zijn voordeel; dan wek je 's ochtends vroeg en 's avonds laat op wanneer er weinig vraag is, en mis je de opwek net op het middaguur waar het verbruik zit. Voor zo'n gebouw is de vraag wat het net doet dus een andere vraag dan bij een woonhuis, ook al ligt het dak er identiek bij.
Het omslagpunt zit ook in de grootte van het dakvlak en in hoe scheef de verdeling tussen oost en west is. Een kap die grotendeels naar het westen wijst en maar een klein stukje naar het oosten gedraagt zich in de praktijk meer als een westdak met een korte ochtendbult, en dan verschuift het zwaartepunt van wat het net ziet naar de namiddag. Andersom geldt dat net zo goed. Op een groot dakvlak, waar de opwek zelfs in de daluren van het huishouden ruim boven het eigen verbruik uitkomt, gaat er alsnog een deel het net op, ook al is de piek minder scherp dan bij een zuiddak. De vorm van het dak bepaalt daarbij hoeveel vlak er precies naar elk kompaspunt wijst, en dat verschilt weer tussen een zadeldak, een schilddak of een lessenaarsdak, zoals wij uitleggen bij [wat het net ermee doet op een zadeldak](/dakstroom/het-net/zadeldak) en bij [wat het net ermee doet op een schilddak](/dakstroom/het-net/schilddak).
Ook de manier waarop de opwekking in het dakvlak zelf zit, in plaats van erop, verandert niets aan dit verhaal over ochtend en avond; die twee pieken ontstaan door de hoek naar de zon, niet door de manier van bevestigen. Wat de felsbaan met geïntegreerde cellen wel meebrengt is dat er geen tweede laag boven het dak komt die op een van beide vlakken slagschaduw of een warmteopbouw geeft die de opbrengst van het andere vlak zou kunnen verstoren; de cellen liggen vlak in het dak, in dezelfde matte kleur en op dezelfde lijn als de banen ernaast, op een oostvlak net zo goed als op een westvlak.
Of een oost west dak nu vooral een net ontlast of vooral het net gebruikt hangt dus af van wanneer er in het gebouw stroom nodig is, hoe groot ieder vlak is, en hoe scheef de verdeling tussen de twee hellingen ligt. Bij een gewone woning met een ochtend en avondpatroon werkt de ligging vaak in het voordeel van wat er zelf wordt gebruikt, ook al is het dagtotaal lager dan bij een zuiddak. Bij een gebouw met verbruik rond het middaguur is dat voordeel er niet, en is de vraag wat het net ermee doet weer een heel andere.
Omdat dit per dak, per gebruikspatroon en per verdeling tussen de twee vlakken verschilt, rekenen wij dat uit op tekening in plaats van er een algemeen getal op te plakken. Stuur de kapconstructie en een indruk van het verbruik in het gebouw, en Klikzink, Boylestraat 22 in Ede, kijkt mee naar wat oost en west in dit specifieke geval voor het net betekenen.