Klikzink
Een dak met een oostkant en een westkant heeft geen enkel moment waarop de zon recht op één vlak staat. Het oostvlak vangt de ochtend, het westvlak de avond, en tussen die twee pieken in ligt een dal rond het middaguur waarin beide vlakken schuin belicht worden. Voor onderhoud is dat een andere situatie dan bij een zuiddak, waar alle vervuiling en alle opwarming op één moment van de dag samenkomen. Op oost west verdeelt zich dat over de dag, en dat heeft gevolgen voor wat er te controleren en schoon te maken is.
Het eerste dat opvalt bij een felsbaan met geïntegreerde cellen is dat er geen frame en geen tussenruimte is waarin blad, mos of vogelpoep kan blijven liggen. De cellen liggen in het vlak van de baan, op dezelfde hoogte als het staal ernaast, zonder rand waarachter water en vuil kunnen ophopen. Bij panelen op beugels ontstaat onder en tussen de panelen juist een schaduwzone die minder snel opdroogt, en daar hecht vervuiling zich makkelijker. Op een oost west dak, met zijn twee schuine invalshoeken, is dat verschil groter dan op een plat vlak: schuine regen en schuine wind spoelen een vlakke felsbaan grotendeels zelf schoon, terwijl ze onder een paneelframe juist vuil naar binnen kunnen blazen.
Wat er op oost en west wél gecontroleerd moet worden, is voornamelijk gebonden aan de kant die het meest bewolkt of beschaduwd raakt. Een boom naast het huis, een schoorsteen op de nok of een dakkapel kan op het oostvlak 's ochtends een schaduwstrook geven en op het westvlak juist 's avonds. Dat is geen onderhoud in de zin van schoonmaken, maar wel iets om bij oplevering en daarna een keer per jaar te bekijken: staat er iets in de weg dat er een jaar geleden nog niet stond. Bomen groeien, en een tak die vijf jaar geleden nog los hing kan nu tegen de baan aan liggen.
Oost en west krijgen allebei met dauw te maken, maar op andere momenten. Het oostvlak droogt 's ochtends op onder de eerste zon, het westvlak houdt de nachtelijke condens vaak iets langer vast omdat de zon er later bij komt. Op een gewoon stalen dakvlak maakt dat weinig uit, condens verdwijnt vanzelf. Bij een dakvlak met cellen is het enige waar dat praktisch iets voor betekent de frequentie van controle op mos of algengroei op de kant die het langst vochtig blijft, meestal de westzijde in een dichter beplant gebied. Dat is geen jaarlijkse klus die specifiek voor solarfels geldt, het is dezelfde controle die je op elk stalen dak zou doen, en de gladde, doorlopende ondergrond zonder klemranden maakt afspoelen daar makkelijker dan bij een paneel met kabelgoot aan de achterzijde.
De bekabeling loopt vanaf de fels naar binnen, zonder dat er een leiding over het dakvlak zichtbaar hoeft te liggen of onder een paneel weggewerkt moet worden. Op een dak met twee hellingen komt dat twee keer voor, eenmaal aan de oostkant en eenmaal aan de westkant, en beide doorvoeren zitten op de plek waar de fels toch al de aansluiting verzorgt. Bij de jaarlijkse dakinspectie, die op een woonhuis vaak samen met het reinigen van de goot gebeurt, is dat een van de twee of drie punten die je bekijkt: zit de doorvoer nog droog, is er geen zichtbare slijtage aan de kabel bij de invoer. Hoe die doorvoer precies is opgebouwd, leggen wij uit bij de aansluiting op de nok, en dat geldt voor oost west net zo goed als voor een enkel hellend vlak.
Een vlak dat het meeste opbrengst mist, is een vlak waarop nog gewerkt is nadat het is opgeleverd: een schotelantenne die er later bij komt, een zonwering die aan de gevel onder het dakvlak wordt gemonteerd en van onderaf schaduw op de onderste rij banen werpt. Bij oost west is dat risico op beide vlakken gelijk, en het is iets waar de eigenaar zelf invloed op heeft. Onderhoud in die zin is dus ook: bij een volgende ingreep aan het huis even nagaan of die ingreep niet toevallig op het dakvlak schaduw gaat werpen.
Als een enkele baan op het oostvlak beschadigd raakt, door bijvoorbeeld een vallende tak, dan valt dat stuk uit zonder dat de rest van dat vlak meegaat. Het westvlak merkt daar niets van, het is een aparte string. Vervanging van die ene baan gebeurt op maat, want de banen worden per project gewalst en niet uit voorraad gehaald. Dat is dezelfde procedure als bij een zuid- of noordvlak, met dit verschil dat een oost west dak vaker twee strings heeft die elk apart uitgelezen kunnen worden, waardoor een storing op het oostvlak meteen aanwijsbaar is zonder dat het hele dak nagelopen moet worden.
Of oost west de juiste ligging is om hier geld in te steken, hangt af van het verbruik van het gebouw. Twee pieken die de ochtend en de avond dekken sluiten vaak beter aan bij het verbruik van een woning dan één piek rond het middaguur, zoals bij een zuiddak. Het dagtotaal aan opgewekte stroom ligt lager dan bij zuid, maar een lager totaal dat beter samenvalt met het moment dat er daadwerkelijk stroom gebruikt wordt, is voor een bewoond huis vaak nuttiger dan een hoog totaal rond een moment dat er niemand thuis is. Hoe dat afgewogen wordt tegenover een zuidvlak, staat uitgebreider beschreven bij [onderhoud op een zuiddak](/dakstroom/onderhoud/op-het-zuiden), en het verschil tussen twee hellende vlakken in het algemeen, ongeacht de windrichting, komt aan de orde bij [onderhoud op een zadeldak](/dakstroom/onderhoud/zadeldak).
De situatie draait om wanneer een van de twee vlakken structureel in de schaduw ligt, bijvoorbeeld door een naastgelegen pand dat hoger is dan het eigen huis en dat aan de westzijde staat. Dan wekt dat vlak vanaf de late ochtend al vrijwel niets meer op, en is de vraag of het de investering waard is om ook daar cellen te leggen in plaats van alleen op het oostvlak, of om op dat westvlak gewoon stalen felsbanen zonder cellen te gebruiken en de opwekking te concentreren op de kant die wel vrij ligt. Dat soort keuzes hangt af van de tekening van het specifieke dak, en dat rekenen wij door voordat er iets besteld wordt.