Klikzink

Mos en vervuiling op oost en westdaken

Een dak dat oost en west ligt, in plaats van zuid, kent geen uur waarop de zon er loodrecht op staat. De oostkant vangt de ochtend, de westkant de late middag en avond, en tussen die twee momenten valt het licht schuiner dan op een zuiddak. Dat heeft gevolgen voor de opwekking, maar ook voor iets dat minder vaak besproken wordt: hoe een dakvlak droogt, en waar mos en vuil de kans krijgen zich te vestigen.

Op een oostvlak trekt de ochtenddauw langzamer weg dan op een zuidvlak, omdat de zon er later en minder fel op staat. Diezelfde vochtigheid is precies waar mosspecies van houden. Op een gewoon dak met panelen op beugels blijft die vochtigheid onder de panelen het langst hangen, in de spleet tussen paneel en pan of dakplaat, waar geen wind bij kan en waar het laatste beetje ochtendzon niet komt. Bij solarfels ligt er geen spleet: de baan met de cellen ligt vlak in het dakvlak, zonder ruimte erachter waarin lucht stil kan blijven staan. Het vlak droogt dus over zijn hele oppervlak in hetzelfde tempo, ook op een dakhelft die naar het oosten kijkt.

Waar mos dan wél houvast zoekt, is bij de fels zelf en bij de aansluitingen, precies zoals wij uitleggen bij [het waterdicht houden van een woonhuisdak](/dakstroom/woonhuis/waterdicht). De haaks opstaande naad van 35 mm vangt geen blad en geen naaldresten op de manier waarop een dakpan met zijn overlappende schubben dat doet, maar aan de voet van de fels, waar twee banen elkaar raken, kan zich over jaren een dun laagje organisch materiaal opbouwen als het dak nooit wordt schoongehouden. Op een westdak, waar 's avonds vaker neerslag met wind meekomt dan in de vroege ochtend, spoelt dat laagje vanzelf vaker weg dan op een oostdak dat rustiger in de wind ligt. Het verschil is niet groot, maar het is er, en het is de reden dat een oostvlak op een schoonmaakbeurt net iets eerder toe is dan het westvlak van hetzelfde huis.

De opbrengst zelf laat op oost en west een ander patroon zien dan op zuid, en dat patroon is precies waarom veel opdrachtgevers voor deze combinatie kiezen ondanks dat het dagtotaal lager ligt dan bij een zuiddak. De oostkant piekt in de ochtend, wanneer een huishouden koffie zet, doucht en het licht aandoet. De westkant piekt in de namiddag en vroege avond, wanneer er gekookt wordt en de apparaten in de huiskamer aanstaan. Twee vlakken die elkaar op die manier aanvullen, leveren minder totale wattpiek dan één zuidvlak van gelijke oppervlakte, maar wat ze leveren valt vaker samen met het moment dat het huis het nodig heeft. Voor wie zonder grote accu werkt, is dat een reëel verschil, ook al is het geen verschil dat wij in een percentage voor u invullen: dat rekenen we uit op tekening, voor uw eigen dakvlak en uw eigen verbruik.

Mos heeft op geen van de twee vlakken evenveel kans als op een dak waar de begroeiing van de omgeving het daglicht al beperkt. Onder een boom, aan de noordzijde van een schoorsteen, of in de schaduw van een naburig pand blijft ieder dakdeel vochtiger, welke kant het ook op ligt. Dat is de omkering waar de ligging zelf niet de doorslag geeft: een oostdak vrij in de wind en zon droogt sneller dan een zuiddak dat drie kwart van de dag in de slagschaduw van een buurhuis ligt. Bij het opnemen van een dak kijken we dus niet alleen naar het kompas, maar ook naar wat er omheen staat.

Een tweede punt waarop de ligging het antwoord verandert, is de hoek van inval bij vervuiling. Stof en fijn zand dat met de wind meewaait, legt zich neer op elk vlak dat niet steil genoeg is om het vanzelf te laten afglijden. Op een steil oost of westdak, boven een helling van ongeveer 40 graden, spoelt regen dat stof grotendeels mee naar de dakrand. Op een flauwere helling van dezelfde oriëntatie blijft het langer liggen, simpelweg omdat het water zelf langzamer over het vlak trekt. Dat verschil in hellingshoek weegt voor de opbrengst zwaarder dan het verschil tussen oost en west onderling.

Voor de bekabeling en de aansluiting maakt de oriëntatie op zichzelf weinig uit: een oostvlak en een westvlak worden ieder als eigen string aangesloten, en de kabels lopen onder de banen naar de eerste doorvoer, ongeacht welke kant het dak op kijkt. Bij een zadeldak met een oost-westas is dat zelfs praktischer dan bij een enkel zuidvlak, omdat beide dakhelften op de nok samenkomen en de bekabeling daar gebundeld naar binnen kan, op dezelfde manier zoals te lezen bij de aansluiting van een zadeldak met twee vlakken.

Wanneer een van de twee vlakken gedeeltelijk in de schaduw ligt, verandert de afweging opnieuw. Een dakkapel, een schoorsteen of een hoge boom aan de westzijde kan het avondrendement van dat vlak zo ver terugbrengen dat de oostkant feitelijk het enige vlak is dat nog telt. In dat geval is het niet de vervuiling die het verschil maakt, maar simpelweg de vraag of er licht op valt, en dat weegt zwaarder dan elk verhaal over mos.

Of oost-west voor een specifiek gebouw de juiste keuze is, hangt af van het dak zelf: de helling, de omgeving, en wat er in het huis gebruikt wordt op de momenten dat elk vlak piekt. Dat rekenen we uit op tekening, met de gegevens van uw eigen dak, zonder vooraf een cijfer te beloven dat voor uw situatie toch weer anders uitpakt.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink