Klikzink
Een dak dat naar oost en west helt heeft geen enkel moment de volle zon recht op één vlak. De ochtendzon raakt het oostvlak, de avondzon het westvlak, en tussen die twee pieken in ligt een middagdal waarin beide vlakken schuin belicht worden. Dat is meteen ook het antwoord op de vraag wat er verandert als één baan op zo'n dak stuk raakt: het is nooit de piek van de dag die wegvalt, want die piek bestaat hier niet als één moment. Er zijn twee kleinere pieken, en een storing raakt er maar één van de twee.
Stel dat er op het oostvlak een felsbaan met zonnecellen kortsluiting maakt of geen opbrengst meer geeft. De baan zelf beslaat 475 mm werkende breedte, dus het gaat om een smalle strook in een groter vlak. Op het oostvlak valt daardoor de ochtendopbrengst van die strook weg, precies op het moment dat het dak toch al aan het opbouwen is naar zijn eigen piek. Het westvlak merkt er niets van. De avondpiek blijft intact, en omdat veel woningen 's avonds meer verbruiken dan 's ochtends, is het praktische effect vaak kleiner dan bij een dak dat in één richting naar het zuiden kijkt en waar een storing midden in de enige piek van de dag valt.
De felsbaan is en blijft in de eerste plaats dakbedekking. De cel ligt in het stalen vlak van de baan, niet erboven, en de fels van 35 mm die haaks tussen twee banen staat is een mechanische verbinding die niets met de elektrische functie te maken heeft. Als een cel uitvalt, blijft de rest van de baan gewoon staan zoals hij vóór montage al stond: Sendzimir verzinkt staal met matte coating, blind bevestigd met klemmen onder de fels. Er zit geen schroef of beugel door het dakvlak, dus een defecte baan is geen gat en geen lek. Het dak op oost en west blijft dicht, ook als een baan elektrisch niets meer doet.
Dat onderscheid is precies waar deze oplossing verschilt van een paneel dat los op het dak ligt. Bij panelen op beugels is de onderliggende dakbedekking een apart systeem dat los van het paneel al waterdicht moet zijn; een defect paneel is een probleem van de bovenlaag, niet van het dak zelf. Bij een felsbaan met cellen erin is de baan de dakbedekking. Een storing in de cel is dus een storing in de opwekking, niet in het dak. Dat maakt het antwoord op oost en west feitelijk niet anders dan op andere richtingen: de waterdichtheid en de elektrische functie staan los van elkaar, en dat geldt op elke oriëntatie.
Omdat de bevestiging blind is, met klemmen onder de fels, is een enkele baan te vervangen zonder de rest van het dakvlak los te trekken. In de praktijk betekent dit dat een aannemer de aangrenzende banen loskoppelt van de klemmen, de defecte baan uitneemt en een nieuwe baan op maat inschuift. Bij een dak met oost en west richting is dat meestal iets praktischer te plannen dan bij een zuiddak, simpelweg omdat er op elk moment van de dag een kant van het dak in de schaduw of minder felle zon ligt waarin gewerkt kan worden, terwijl de andere kant blijft opwekken. Op een zuiddak staat het hele vlak tegelijk in de volle zon en is er geen luwe kant om op te werken zonder de opbrengst van het hele vlak stil te leggen.
Hoeveel werk het precies is, hangt af van waar de baan ligt: bij de dakvoet is ze makkelijker te bereiken dan bij de nok, en bij een lange baan is er meer om los te maken dan bij een korte. Dat rekenen we uit op tekening voor het specifieke dak, niet in algemene termen op deze pagina.
Een dakvlak op het zuiden haalt de hoogste piekopbrengst op één moment van de dag. Oost en west samen geven een lager dagtotaal dan diezelfde oppervlakte zuid zou geven, maar de opbrengst is verspreid over een langere periode en valt vaker samen met wanneer een huishouden daadwerkelijk stroom gebruikt: ontbijt en vertrek in de ochtend, koken en verlichting in de avond. Voor de vraag over een defecte baan is dat relevant, want het betekent dat de impact van uitval ook verspreid is. Er is niet één piekmoment waarin alles samenkomt en waarin een storing het zwaarst telt. Er zijn twee gematigde pieken, en een storing raakt er telkens maar de helft van.
Dat is een andere afweging dan bij een schuin dak dat maar één kant op helt. Op een enkelvlaks zuiddak valt een storing samen met de enige piek die er is. Op oost en west blijft er, wat er ook uitvalt aan één kant, altijd de andere kant die op een ander moment van de dag levert. Voor een opdrachtgever die de balans zoekt tussen risico en zekerheid van levering, is dat een reden waarom oost en west als combinatie vaak als prettig wordt ervaren, los van de vraag of het dagtotaal hoger of lager ligt dan bij zuid.
De situatie draait om wanneer één van beide vlakken veel groter is dan het andere, of wanneer er verschil in hellingshoek is tussen oost en west, bijvoorbeeld bij een asymmetrisch zadeldak. Dan is de balans tussen ochtend en avondopbrengst zoek en telt een storing op het grotere vlak zwaarder dan op het kleinere. Ook als er een schoorsteen, dakraam of ander obstakel op één van beide vlakken staat waardoor daar al minder oppervlak beschikbaar is, verschuift het gewicht van de twee vlakken. In die gevallen is het zinvol om vooraf te bekijken welk vlak in de praktijk het meest bijdraagt, zodat duidelijk is welke kant het zwaarst weegt bij eventuele uitval.
Ook de vraag of dit systeem überhaupt de juiste keuze is voor het dak, staat los van oost of west. Het loont vooral wanneer het dak sowieso aan vervanging toe is of bij nieuwbouw, omdat dak en opwekking dan in één keer worden meegenomen. Bij een dak dat nog jaren meegaat, is een paneel op beugels vaak de logischere stap, en de keuze tussen beide hangt niet af van de windrichting maar van de staat van het dak zelf.
Stel dat een monitoringsysteem een terugval signaleert op het oostvlak op een doordeweekse ochtend. De eerste vraag is of het om één baan gaat of om een groter deel van het vlak; dat is te zien aan het patroon van de terugval. Gaat het om één baan, dan blijft de rest van het oostvlak normaal presteren en het westvlak toont geen enkele afwijking omdat het elektrisch en constructief een gescheiden deel van het dak is. Er volgt dan een planning voor vervanging van die ene baan, waarbij rekening wordt gehouden met welke kant van het dak op dat moment in de zon staat, zodat het werk aan de luwe kant kan gebeuren zonder de opwekking aan die kant stil te leggen. Dat is een praktisch voordeel van oost en west dat een dak met één hoofdrichting niet heeft.
Wie dit overweegt voor een bestaand of nieuw dakvlak met oost en west richting, kan de precieze indeling van banen en de te verwachten opbrengstverdeling laten uitrekenen op tekening. Dat gebeurt zonder kosten en zonder dat er getallen worden gegeven die niet aan het specifieke dak zijn getoetst.