Klikzink

Eén baan stuk op het zuiden: wat gebeurt er

Een dakvlak op het zuiden krijgt over de dag gerekend het meeste licht binnen, met een duidelijke piek rond het middaguur. Dat maakt het zuiden voor veel gebouwen het eerste vlak waar de opwekking wordt gelegd. Het maakt de vraag wat er gebeurt als één baan daar uitvalt ook net iets anders dan bij een vlak dat oost, west of noord ligt: op het zuiden loopt de opbrengst per baan over de dag heen gelijkmatiger op en af, en de piek van die ene baan valt precies samen met de piek van de rest van het dak. Als daar één baan uitvalt, mis je het stukje van de dag waarin die baan het hardst werkte.

Wat er precies uitvalt hangt af van hoe de banen elektrisch zijn ingedeeld. De felsbanen met cellen erin zitten in strings, een reeks banen die achter elkaar is geschakeld. Valt een baan binnen die string uit door een kras, een inslag of een defecte cel, dan levert die string minder op zolang de storing er is. De banen in andere strings op hetzelfde zuidvlak blijven gewoon werken. Bij een zuiddak dat in meerdere strings is verdeeld, wat bij een groter vlak vaak het geval is, merk je een uitval dus als een dip in het totaal van het vlak, niet als een dak dat plotseling niets meer doet. Hoe dat opgesplitst wordt in strings, en waar dat elektrisch verschil vandaan komt, werken we uit op tekening per dakvlak; dat is niet iets waar één vaste regel voor geldt.

Wat er niet gebeurt, is dat het dak lek raakt. De fels blijft de fels, ook boven een baan met een defecte cel. Het waterafvoerende deel van het systeem, de opstaande haakse naad van 35 mm en de klemmen onder de fels, werkt onafhankelijk van de elektrische laag erin. Een cel die stopt met stroom leveren verandert niets aan hoe die baan regenwater afvoert. Dat is een verschil met een constructie waarbij een paneel los boven op het dak is gemonteerd: daar is de bevestiging van het paneel een aparte laag boven de waterkerende laag, en hoe dat verschilt van dit systeem lees je bij het verschil tussen solarfels en een paneel op beugels. Bij solarfels is de bevestiging van het dak ook de bevestiging van de opwekking, dus een storing in de opwekking is nooit een storing in de waterdichtheid.

Vervangen van één baan is precies wat je zou verwachten bij een felsdak: de klemmen onder de fels van de betrokken baan losmaken, de baan met de defecte cel eruit nemen en een nieuwe baan op maat erin klikken. Er wordt niet geboord en er komt geen nieuw gat in het dakvlak, want dat gat is er nooit geweest. De nieuwe baan wordt op maat gewalst en heeft dezelfde matte, donkere kleur en dezelfde lijn als de rest, zodat je op het dakvlak zelf niet ziet dat er iets vervangen is. Bij een zuiddak dat goed zichtbaar is vanaf de straat of vanaf een naburig gebouw, telt dat mee: een reparatie die opvalt door een andere kleur of een ander materiaal is op een prominent zuidvlak vervelender dan op een schuin achteraf liggend dakdeel.

De kabels van elke baan lopen onder de banen door naar de rand van het dakvlak en vandaar naar binnen. Bij welke doorvoer dat precies gebeurt en hoe die aansluiting verder loopt richting meterkast, lichten we toe bij hoe de stroom naar binnen komt bij een woonhuis. Voor de vraag over een defecte baan is vooral relevant dat die bekabeling per baan of per klein groepje banen is opgezet, en niet als één ononderbroken lus over het hele vlak. Dat is de reden dat één kapotte baan een deel van de string raakt en niet het hele dakvlak.

Of de uitval van één baan op het zuiden zwaarder telt dan ergens anders, hangt af van wanneer het gebouw de stroom gebruikt. Een kantoor dat overdag draait, met de grootste belasting rond het middaguur door verlichting, apparatuur en koeling, gebruikt de stroom precies op het moment dat het zuiddak hem het hardst levert. Daar valt een storing in een string samen met het moment waarop die stroom het meest nodig was. Een woonhuis waar de bewoners overdag weg zijn, gebruikt die piekstroom voor een groot deel niet zelf op het moment zelf; daar is de timing van een storing minder kritisch, ook al blijft het jaartotaal van het zuidvlak het hoogst.

Daarmee is het zuiden niet het vlak waar een defecte baan het grootste risico geeft, het is het vlak waar de timing van die defecte periode het meest merkbaar is in het gebruikspatroon. Op een oost- of westvlak ligt de piek vroeger of later op de dag, en valt een storing dus samen met een ander deel van het verbruik. Op het noorden is de opbrengst per baan al laag, dus een uitval daar is in absolute stroom het minst ingrijpend maar relatief soms net zo goed merkbaar. Welke van die situaties voor een gebouw het zwaarst telt, hangt af van het verbruiksprofiel, niet van de ligging alleen.

Voor een zuiddak dat toch al aan vervanging toe is, of voor nieuwbouw waar het zuidvlak sowieso wordt ingedekt, is de vraag over een defecte baan vooral een vraag over onderhoud op langere termijn: hoe snel een storing wordt opgemerkt, hoe eenvoudig een baan te vervangen is en of het dakbeeld daarna weer gelijk is. Wij rekenen dat per dakvlak door op tekening, inclusief hoe de strings op het zuidvlak worden ingedeeld en wat dat betekent als er ooit één baan uitvalt.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink