Klikzink
Een dakvlak met zonnecellen erin staat onder spanning zodra er licht op valt, en dat geldt voor elke oriëntatie. Het verschil op het zuiden is niet dat er iets anders gebeurt, maar dat het langer en heviger gebeurt. Een zuidvlak vangt vanaf de vroege ochtend tot de late middag licht, met een piek rond het middaguur die hoger ligt dan bij elke andere richting. Er is dus een langer venster per dag waarin het dak onder spanning staat, en op het moment van de piek staat het onder de hoogste spanning die de installatie kent. Voor de dagelijkse werking is dat precies waarom een zuiddak vaak wordt gekozen: het levert het hoogste dagtotaal. Voor de brandweer is het de reden waarom een zuidvlak in het ongunstigste geval het langst een risico blijft vormen, ook laat in de middag wanneer een noord- of oostvlak al veel minder spanning zou geven.
Bij een felsbaan met de cellen in het vlak zelf ligt er geen tweede constructie boven het dak. Er is geen beugel, geen luchtspouw onder een paneel, geen tweede laag waar een vlam onder kan kruipen of waar bluswater onder blijft hangen. De bekabeling loopt via de bevestigingsklemmen onder de fels naar binnen, dezelfde klemmen die het dak vasthouden. Dat maakt het aantal doorvoeren en losse verbindingen op het dakvlak kleiner dan bij een paneel dat los op een dragerconstructie is gemonteerd. Minder verbindingen betekent minder plekken waar een kabel kan doorschuren, loskomen of oververhit raken, en dat is onafhankelijk van de kant waarop het dak ligt.
De spanning zelf verdwijnt niet omdat het dak anders is opgebouwd. Zolang er licht op de cellen valt, wekken ze stroom op, en die spanning staat op de bekabeling tot aan het punt waar hij wordt omgezet of onderbroken. Iedere installatie die hier wordt geleverd heeft een voorziening om het vlak spanningsloos te maken, met een schakelaar die de gelijkspanning aan de bron onderbreekt in plaats van alleen verderop in de installatie. Op een zuiddak is dat niet anders uitgevoerd dan op een ander dak, maar de schakelaar wordt hier vaker daadwerkelijk gebruikt op het moment dat het nodig is, simpelweg omdat een zuidvlak op meer momenten van de dag onder spanning staat dan een dak dat naar het noorden kijkt.
Het praktische verschil zit in de tijdspanne. Bij een brand overdag op een zuiddak is de kans groter dan bij andere oriëntaties dat de installatie op het moment van de melding op of nabij zijn hoogste vermogen draait. Dat verandert niets aan de manier van blussen, water blijft water en het dakvlak blijft vlak zonder spouw, maar het is wel de reden waarom de spanningsvrij-schakelaar bij een zuidvlak eerder relevant is dan bij een dak dat 's ochtends vroeg of laat op de dag brandt, wanneer de zoninstraling toch al laag is. Een brandweerteam dat een zuiddak benadert om 13.00 uur in de zomer treft een installatie die vermoedelijk op zijn zwaarst belast is; hetzelfde team dat om 8.00 uur bij een noordvlak aankomt, treft een installatie die nog nauwelijks vermogen levert. Het is dezelfde voorziening die het verschil opvangt, alleen wordt hij op het zuiden vaker aangesproken op het moment dat het ertoe doet.
Er is nog een tweede effect van een zuidgerichte ligging, en dat gaat niet over spanning maar over temperatuur. Een vlak dat de hele dag in de volle zon ligt, loopt warmer op dan een vlak dat maar een deel van de dag licht vangt. Dat speelt een rol bij de manier waarop het dak zelf is opgebouwd, niet bij de elektrische veiligheid. De stalen felsbaan is een dakbedekking op zich, met een matte organische coating op verzinkt staal, en gedraagt zich bij hitte niet anders dan een felsdak zonder cellen. Er is geen extra brandbare laag boven het staal die bij hoge temperatuur meebrandt, omdat de cellen in het vlak van de baan liggen en er geen tussenlaag, folie of drager boven het dak ligt zoals bij een paneel op beugels.
De keuze voor het zuiden wordt meestal gemaakt om de opbrengst, niet om de brandveiligheid, en dat is ook de juiste volgorde. Maar het is goed om te weten dat een zuidvlak niet automatisch de beste keuze is als het gebruik van de stroom niet in het middaguur ligt. Een bedrijfshal waar de belangrijkste vraag naar stroom 's ochtends vroeg of aan het einde van de middag zit, heeft baat bij een dakvlak dat op die momenten levert, en dan kan een oost- of westhelling een betere match zijn dan een zuidvlak dat vooral rond twaalf uur piekt terwijl er op dat moment weinig wordt afgenomen. Dat is een vraag over wanneer de stroom nodig is, niet over veiligheid, maar het bepaalt wel of het zuiden voor een specifiek gebouw de voor de hand liggende keuze is.
Voor de brandveiligheid zelf is er geen situatie waarin het zuiden een probleem oplevert dat een andere oriëntatie niet ook kent, alleen de duur en de piek van de spanning verschillen. Op een schuin dak met een andere hoek dan de gangbare hellingen, of op een dakvorm met meerdere vlakken die elk een andere kant op liggen, kan een deel van het dak zuid zijn en een deel niet, en dan geldt voor elk vlak zijn eigen tijdlijn van spanning. Dat is een reden om per dakvlak te laten uitrekenen hoe de installatie het beste in secties wordt opgedeeld en aangesloten, zodat een schakelaar per sectie het vlak dat op dat moment de meeste spanning voert het snelst spanningsloos kan maken.
Bij de uitwerking op tekening wordt gekeken naar de omvang van het zuidvlak, het aantal secties waarin het is verdeeld en de plek waar de spanningsvrij-schakelaar het beste bereikbaar is voor hulpdiensten. Een groot, ononderbroken zuidvlak vraagt om een andere indeling dan een zuidvlak dat door dakkapellen of doorvoeren al in stukken valt. Dat is dezelfde exercitie die voor elk dak wordt gedaan, alleen valt bij het zuiden de nadruk op het feit dat de installatie op de piekmomenten het meeste vermogen levert, en dat de voorziening om het vlak spanningsloos te maken daarop is afgestemd.
Wat dit voor een concreet gebouw betekent, hangt af van de vorm van het dak, de indeling van de installatie in secties en het moment waarop het gebouw de stroom nodig heeft. Dat rekenen we uit op tekening, zonder dat daar een schatting van opbrengst of terugverdientijd bij nodig is om de brandveiligheid te kunnen beoordelen.