Klikzink

Brandveiligheid op een flauwe helling met solarfels

Een dak dat zelf stroom opwekt staat onder spanning zolang er licht op valt, ook als het bewolkt is en ook als de helling maar een paar graden is. Dat geldt voor een steil zadeldak net zo goed als voor een flauw hellend vlak, en het is de kern van elke vraag over brandveiligheid bij een felsdak met zonnecellen: er ligt spanning in het dakvlak zelf, niet alleen in de kabel die naar de meterkast loopt. Bij een flauwe helling komt daar een tweede vraag bij die bij een steil dak veel minder speelt, en dat is wat er met water en vuil op dat vlak gebeurt.

Wat spanning betekent voor de helling van het dak

De hellingshoek van een dak verandert niets aan hoe de installatie elektrisch is opgebouwd. Of het vlak nu vijf graden helt of vijfenveertig, de cellen liggen in serie geschakeld in de felsbaan en de string blijft onder spanning staan tot er iets gebeurt dat die spanning wegneemt. Bij een steil dak is dat een technisch verhaal; bij een flauw dak wordt het ook een praktisch verhaal, want brandweermensen die op een bijna vlak dak moeten werken, lopen er anders over dan op een dak met een duidelijke helling. Ze staan er langer, ze bewegen er meer, en de kans dat iemand op het vlak zelf moet knielen of lopen is groter dan bij een steile kap waar je aan een ladder blijft hangen. Dat is een reden om bij een flauwe helling niet lichter met spanningsvrij maken om te gaan, maar juist net zo zorgvuldig als bij een dak waar de installatie op het zuiden ligt en de opbrengst het grootst is, zoals wij uitleggen bij [brandveiligheid bij een zuidgericht dak](/dakstroom/brandveiligheid/op-het-zuiden).

De voorziening die het vlak spanningsloos maakt, werkt bij een flauwe helling niet anders dan bij een steile. Er zit een schakelaar bij de aansluiting die de string kan onderbreken, en de brandweer kan van buiten zien en bedienen dat het dakvlak niet langer onder spanning staat voordat er iemand op moet. Dat is dezelfde voorziening die we ook beschrijven bij een dak dat aan de andere kant van het spectrum ligt, een [gebogen dakvlak](/dakstroom/brandveiligheid/gebogen-dak), waar de vorm van het dak wel vraagt om een andere aanpak van de bekabeling maar niet om een ander principe van spanningsvrij maken. Bij een flauwe helling is er geen technische reden om van dat principe af te wijken; de voorziening zit er, en ze werkt onafhankelijk van de hoek waarop het dak ligt.

Water en vuil op een vlak dat bijna niet afwatert

Waar de helling wel verschil maakt, is in wat er op het dakvlak blijft liggen. Op een steil dak spoelt regen vuil, mos en bladresten grotendeels mee naar de dakrand. Op een flauwe helling gebeurt dat veel minder: water blijft langer staan, droogt langzamer op, en fijn vuil zoals stuifmeel, roet van een schoorsteen in de buurt of blad dat is fijngemalen door de wind, zakt eerder uit dan dat het wordt afgevoerd. Bij een gewoon stalen dak is dat vooral een onderhoudspunt. Bij een dak dat zelf stroom opwekt, is het ook een brandveiligheidspunt, want een laag vuil op de cellen kan lokaal voor meer warmteopbouw zorgen dan een schoon vlak, vooral als het vuil ongelijk verdeeld ligt en een deel van een baan afdekt terwijl de rest van diezelfde string wel vol in de zon ligt.

Dat is een ander verhaal dan bij een gebouw waar schaduw van een schoorsteen of een boom een deel van het dak steeds op dezelfde plek raakt, zoals bij een woonhuis waar we apart naar kijken in het stuk over wat schaduw doet op een dakvlak met zonnecellen. Bij een flauwe helling gaat het niet om een vaste schaduwplek maar om een laag die zich over het hele vlak kan verspreiden en die na een paar seizoenen zonder regenbuien met enige stroming langzaam dikker wordt. Een dakdekker die zo'n dak elk najaar controleert, ziet dat het meeste vuil zich verzamelt bij de felsnaden en bij de overgang naar de dakrand, waar het water het laatst wegloopt. Dat is precies waar op een felsdak met geïntegreerde cellen de bekabeling onder de banen doorloopt, en waar een aansluitpunt praktisch gezien het gevoeligst is voor vocht dat blijft staan.

Wat dat in de praktijk betekent voor onderhoud

Het antwoord hierop is niet dat een flauwe helling ongeschikt is voor een felsdak met geïntegreerde zonnecellen. Het antwoord is dat de onderhoudsfrequentie omhoog moet ten opzichte van een steil dak, en dat je bij het ontwerp al rekening houdt met een iets grotere afschot dan het bouwbesluit strikt vereist, zodat water sneller wegloopt dan bij het wettelijk minimum. Op een bedrijfshal met een vlak dat maar een paar graden helt, adviseren wij vaak om de afvoer zo te leggen dat er geen plek overblijft waar water tegen een opstaande rand blijft staan, en om het dakvlak twee keer per jaar visueel te laten controleren in plaats van één keer, vooral in de herfst wanneer blad en stuifmeel het meest neerslaan. Dat is een kleine aanpassing in onderhoudsschema, geen structurele beperking van het systeem.

Het is ook een reden om bij een flauwe helling kritischer te kijken naar de omgeving van het dak dan bij een steil dak. Een boom die overhangt, een naburig gebouw dat vuil laat waaien, of een schoorsteen die roet afgeeft, werkt op een flauw dak veel langer door dan op een steil dak waar de wind en de regen het meeste vanzelf wegwerken. Bij een nieuwbouwproject waar de opdrachtgever overweegt om het dak zelf te laten opwekken, is dat een van de vragen die we als eerste stellen: wat staat er in de buurt, en hoe vaak regent het hier hard genoeg om het vlak echt schoon te spoelen. Dat bepaalt niet of het kan, maar wel hoe het onderhoudsschema eruit moet zien.

Wanneer de helling het antwoord verandert

Bij een helling die zo flauw is dat de fabrikant een minimale afschot niet meer garandeert, verandert de vraag. Dan is het probleem niet langer alleen vuilopbouw maar ook of regenwater wel voldoende afvoert om het dak zelf waterdicht te houden, los van de opwekking. In dat geval is een plat dak met een andere dakbedekking en panelen op ballast soms een logischer keuze dan een felsdak, en dat leggen we uit bij de vergelijking tussen een felsdak en een plat dak met ballast. Zolang de helling binnen de marge blijft waarvoor de felsbaan is ontworpen, is er geen technisch beletsel, en blijft het antwoord op de brandveiligheidsvraag hetzelfde als bij elk ander hellend dak: er is een voorziening om het vlak spanningsloos te maken, en die werkt onafhankelijk van de hoek. Wat de helling verandert is niet de veiligheid van het systeem, maar het onderhoud dat nodig is om het zo te houden, en dat rekenen we per dakvlak en per project na, op tekening.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink