Klikzink

Per baan zien wat hij doet op een flauwe helling

Een flauwe helling, zeg vanaf een graad of tien tot een graad of twintig, gedraagt zich anders dan een steil zadeldak. Regen spoelt er langzamer af, blad en stof blijven langer liggen en na een bui blijft er vaak een waterfilm staan die pas na uren echt weg is. Op een dak zonder opwekking is dat een kwestie van vlekken en misschien een keer extra schoonmaken. Op een dak dat ook stroom levert, is het een reden waarom de opbrengst van baan tot baan kan verschillen zonder dat er iets kapot is.

Dat verschil is precies waarom het handig is om per baan te kunnen zien wat hij doet. Bij een steil dak van veertig graden spoelt vuil er in de regel zelf af en is de kans op een blijvende vervuilingsplek klein. Bij een flauwe helling ligt dat anders: een dakvlak op een aanbouw, een garage of een laag volume naast een hoofdgebouw krijgt vaak minder regenwerking en meer stilstaand vocht. Een laag mos in de voeg van de fels, een ophoping van blad bij een hemelwaterafvoer, een schaduwrand van een naastgelegen dakkapel die op een flauw vlak langer blijft liggen dan op een steil vlak: het zijn geen storingen, maar het is wel iets dat je wilt kunnen zien voordat je het gaat opzoeken op het dak zelf.

Waarom dat bij dit vlak zwaarder telt dan bij panelen op beugels

Bij panelen op een dak kun je, met een ladder en een beetje geduld, gewoon gaan kijken. Je ziet een vlek, een blaadje, een vogelnest onder de rand. Bij een felsbaan met de cellen erin verwerkt is het dakvlak zelf de opwekking. Er is geen tussenruimte om onder te kijken, geen beugel om even te lichten. Op een flauwe helling is dat vlak vaak ook minder goed te belopen dan een steil dak, en het is nooit de bedoeling dat iemand er voortdurend op rondloopt om te controleren of alles nog goed werkt. Dus moet de informatie van beneden komen, uit de meting, niet van het dak af.

Dat is wat monitoring per baan oplevert: een curve per baan of per groep banen, die je kunt vergelijken met de banen ernaast. Op een steil dak zie je een vervuilingsplek meestal toch met het blote oog als je gaat kijken. Op een flauw dak, waar je niet zomaar even naar boven loopt, is die curve vaak de eerste en soms de enige aanwijzing dat er iets is veranderd in wat een baan levert.

Wat een voorbeeld op een flauw dak laat zien

Stel een utiliteitsgebouw met een plat aangezet dak van twaalf graden, met de banen van hoog naar laag lopend richting een goot. Na een paar weken droog weer gevolgd door een bui met veel stof uit de lucht, blijft er op de onderste meter van een aantal banen een dun laagje neerslag liggen, terwijl de bovenste banen sneller zijn schoongespoeld door de helling en de val van het water. Op de meting zie je dat de onderste banen een fractie lager uitkomen dan de rest, dag na dag, terwijl de rest van het vlak weer op het gewone niveau zit. Dat is geen storing en geen reden om iemand naar boven te sturen. Het is een aanwijzing dat die strook baat heeft bij een schoonmaakbeurt, of dat de afwatering daar iets trager is dan gedacht.

Zonder die meting per baan zou dat verschil onopgemerkt blijven tot iemand een keer toevallig het hele dak overziet, wat op een flauw vlak dat je niet dagelijks beklimt, weken of maanden kan duren. Met de meting is het een regel op een overzicht, en een besluit dat je zonder haast kunt inplannen bij het volgende gewone onderhoudsmoment.

Wat de meting niet oplost

De meting per baan vertelt je dat er een verschil is, niet altijd meteen waarom. Een dalende curve op een flauw dak kan van vervuiling komen, van een schaduw die door een nieuw geplaatst object verandert, of van een aansluiting die aandacht nodig heeft. Op een steil dak zou je bij twijfel vaak toch even gaan kijken, omdat het kan. Op een flauw dak dat lastig te belopen is, is het belangrijker om vooraf goed na te denken over waar de afvoer, de eventuele schaduw van omliggende opstanden en de looproutes voor onderhoud liggen, zodat de meting je vertelt wat je kunt verwachten en een afwijking sneller te duiden is.

Daarom is het bij een flauw dak minstens zo belangrijk om bij het ontwerp al te kijken naar de afwatering en de plek van de hemelwaterafvoeren, als naar de meting zelf. De meting is het signaal, het ontwerp van het dakvlak bepaalt of dat signaal makkelijk te verklaren is of niet.

Wanneer de helling het antwoord verandert

Bij een echt vlak of nagenoeg vlak dak, onder een graad of vijf, wordt de afweging anders. Water blijft er dan zo lang staan dat vervuiling en eventueel algengroei een structureel punt worden, niet een incidenteel verschil tussen banen. Op dat soort vlakken is een stalen felsbaan met geïntegreerde cellen niet de eerste keuze; de opwekking en het dakvlak vragen dan om een andere aanpak dan een hellend felsdak. Vanaf een graad of tien, waar water wel afloopt maar traag, is de combinatie van felsbaan en meting per baan wel goed te verantwoorden, mits er bij het ontwerp rekening mee wordt gehouden dat schoonmaken op die helling minder vanzelf gaat dan op een steil dak.

Of een flauwe helling voor jouw gebouw de juiste ondergrond is voor dit systeem, en welke afwatering en welk meetpunt daar het beste bij passen, rekenen we uit op tekening. Dat kost niets en scheelt achteraf uitzoeken.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink