Klikzink

Per baan zien wat hij doet op een schilddak

Een schilddak heeft geen twee gelijke vlakken. Vier schuine vlakken lopen naar hoekkepers toe, en daardoor eindigt bijna elke baan op een andere lengte. Aan de voet van een vlak lopen de banen soms over de volle lengte van de goot tot de nok, en naar de hoek toe worden ze korter, tot er alleen nog een driehoekig reststuk overblijft. Dat bepaalt meteen hoeveel volle banen er per vlak passen, en dus ook hoeveel banen er zonnecellen kunnen bevatten.

Je kunt een schilddak niet in één opslag overzien. Bij een eenvoudig zadeldak sta je met een ladder aan de zijkant en zie je in principe het hele vlak. Bij een schilddak met vier hellingen en hoekkepers kijk je vanaf de grond meestal tegen twee vlakken aan, en de andere twee zie je niet of nauwelijks. Een baan die door een boom of een schoorsteen half in de schaduw ligt, valt van beneden niet op, zeker niet op het vlak dat van de straat af wijst. Wat je niet ziet, kun je ook niet beoordelen, en dat is precies waarom meten per baan hier meer betekent dan bij een dak dat je in één keer kunt overzien.

Omdat elk vlak op een schilddak een andere kant op wijst, produceren de vlakken ook niet gelijk. Het vlak op het zuiden levert op een heldere dag duidelijk meer dan het vlak op het noorden, en dat verschil is normaal en zegt niets over een defect. Waar het om gaat is het verschil binnen één vlak: als op het zuidvlak de ene baan een ander patroon laat zien dan de baan ernaast, terwijl de omstandigheden voor beide banen hetzelfde zijn, dan wijst dat op iets lokaals. Een tak die net over een baan hangt, een schoorsteen die 's ochtends schaduw werpt op één rij, of een aansluiting die niet goed contact maakt: dat onderscheid is alleen te maken als je per baan kunt kijken in plaats van per vlak of per dak.

Het reststuk bij de hoekkeper is in de praktijk vaak de plek waar dat verschil het eerst opvalt. Een baan die vanaf de nok afloopt naar een hoekkeper wordt korter naarmate hij dichter bij de hoek komt, en de laatste banen in die rij zijn dan al snel te kort om nog een volledige cel te bevatten. Op tekening bepalen wij daarom vooraf welke banen wel en welke niet met cellen worden uitgevoerd, zodat een monteur op het dak niet voor een raadsel komt te staan en de opbouw van het meetsysteem klopt met wat er werkelijk op elk vlak ligt.

Ondanks vier vlakken met verschillende richtingen loopt de bekabeling van een schilddak niet ingewikkelder dan bij een zadeldak. Elke baan met cellen krijgt zijn eigen aansluiting, en die aansluitingen komen samen bij de doorvoer naar binnen, meestal bij de nok of bij de aansluiting op een verzamelpunt per vlak. Vanaf daar is per vlak, en binnen dat vlak per baan, te zien wat er wordt geleverd. Dat is dezelfde opzet die wij toelichten op de pagina over of je per baan kunt zien wat hij doet, alleen past die opzet zich hier aan vier vlakken aan in plaats van aan één.

De vraag of dat meten zin heeft, hangt af van wat je ermee wilt. Bij een schilddak met veel hoeken en kepers is de kans op lokale schaduw, op een tak die over het dak groeit of op een schoorsteen die een vast punt beschaduwt, groter dan bij een enkelvoudig hellend vlak. Juist daar is het praktisch dat een storing zich meldt als een verschil op baanniveau, in plaats van als een daling van het hele dak die je pas na maanden opmerkt in de jaarafrekening. Op een klein schilddakje van een garage of een dakkapel, met maar een paar banen per vlak, is dat verschil vaak minder relevant: er is simpelweg weinig te vergelijken.

Waar een schilddak ook om vraagt, is een goede afweging tussen de vlakken die wél en die niet in aanmerking komen voor cellen. Het noordvlak van een schilddak levert doorgaans zo weinig op dat het financieel amper zin heeft daar cellen in te leggen, ook al kun je ze er technisch net zo goed inbouwen als op het zuiden. Wij rekenen dat per vlak en per baan door op tekening, en betrekken daarbij ook de schaduw van de hoekkepers zelf, die op een schilddak nu eenmaal meer schaduwlijnen veroorzaken dan op een zadeldak zonder kepers.

Of zo'n dak per baan zichtbaar maken de juiste keuze is, hangt verder af van de vraag of het dak toch al aan vervanging toe is of net wordt gebouwd. Op een bestaand schilddak met panelen op beugels erbovenop monteren is meestal eenvoudiger en goedkoper dan het hele dakvlak vervangen door een felsbaan met geïntegreerde cellen. Die keuze tussen twee systemen werken wij verder uit bij de vergelijking tegenover panelen op beugels, en die overweging geldt op een schilddak niet anders dan op een ander type dak. Bij nieuwbouw of bij een dak dat toch al aan de beurt is, betaal je in feite één keer voor het dakvlak en de opwekking samen, en dan is het per-baan meten een onderdeel van hetzelfde systeem in plaats van een extra laag erbovenop.

Wat wij op tekening precies aanraden, verschilt van dak tot dak. Een schilddak met vier korte, drukke vlakken en veel schaduw van bomen of buurpanden vraagt om een andere indeling dan een schilddak met vier ruime, vrije vlakken. Wij bekijken de tekening, kijken naar de ligging van elk vlak ten opzichte van de zon en naar de plek van de hoekkepers, en stellen op basis daarvan voor welke banen met cellen worden uitgevoerd en hoe de bekabeling per vlak wordt opgebouwd. Dat kost in de tekenfase niets, en het voorkomt dat er achteraf banen liggen die eigenlijk geen zin hadden.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink