Klikzink

Per baan zien wat hij doet op het zuiden

Op een dakvlak dat recht op het zuiden ligt, is de vraag anders dan op een dak met twee schuine kanten of een schaduwrijke noordzijde. Alle banen krijgen ongeveer dezelfde zon, op ongeveer hetzelfde moment. Er is geen kant die vroeg in de ochtend werkt en een andere die pas na de middag aan de beurt komt. Dat maakt de metingen per baan minder een instrument om verschil te verklaren, en meer een instrument om afwijking te vinden.

Bij panelen op een schuin dak kun je vaak nog naar boven lopen, langs de rij lopen en met het blote oog zien of een paneel vervuild is of scheef ligt. Bij een felsbaan met geïntegreerde cellen kan dat niet. De cel ligt in het vlak van het dak, vlak en zonder opstaande rand, en je ziet aan de buitenkant niet of een baan minder doet dan de baan ernaast. Het dakvlak blijft er hetzelfde uitzien, ook als er iets mis is. Dat is precies waarom meten hier zwaarder weegt dan bij een opgebouwd systeem: je kunt het probleem niet aflopen, je moet het aangewezen krijgen.

Wat een zuidligging betekent voor het patroon

Op een zuiddak is de vorm van een normale dag voorspelbaar. De opbrengst loopt op vanaf de vroege ochtend, bereikt een piek rond het middaguur en zakt in de middag weer af, in een vrij symmetrische boog. Elke baan op het dakvlak volgt in principe dezelfde boog, met kleine verschillen door de precieze hoek, de temperatuur op dat deel van het dak of een klein beetje vuil dat op de een net anders ligt dan op de ander. Grote, structurele verschillen tussen banen horen er op een zuiddak niet te zijn. Als je die toch ziet, wijst dat vrijwel altijd op iets specifieks: een tak die op één plek schaduw geeft, een dakraam of schoorsteen die een deel van de dag een baan afschermt, of een baan die simpelweg minder presteert dan de rest.

Dat in tegenstelling tot een dak dat naar oost en west wijst, waar de twee zijden juist op andere momenten van de dag pieken en de vergelijking tussen banen iets anders vertelt, zoals wij uitleggen bij [de aansluiting per baan op oost en west](/dakstroom/monitoring/oost-west). Op het zuiden is die tweedeling er niet. Er is één piek, midden op de dag, en de vraag is niet wanneer welke kant levert, maar of alle banen samen die piek halen die je op basis van de rest van het dak zou verwachten.

Storing vinden zonder dat je erop kunt lopen

Omdat je de banen niet kunt bekijken zoals je een rij paneel op beugels bekijkt, is het per-baan overzicht op dit dak vooral een manier om snel te zien welke baan afwijkt van het patroon dat de rest van het dakvlak die dag laat zien. Een aannemer die een gebouw beheert met een zuidgericht dakvlak van, zeg, twintig banen, kijkt niet naar twintig losse grafieken. Hij kijkt naar de vorm van de dag: loopt de opbrengst gelijk op tot de piek, en zakt hij daarna weer gelijk terug. Eén baan die achterblijft in die vorm, terwijl de rest netjes de boog volgt, is de baan waar iets aan de hand is. Dat kan vuil zijn, een aansluiting die niet goed contact maakt, of een defecte cel. Zonder die uitsplitsing per baan zou je alleen het totaal van het dakvlak zien, en een klein verlies op één baan verdwijnt makkelijk in de som van de rest.

Dat onderscheid, tussen kijken naar het totaal en kijken naar de losse banen, is precies waar we breder op ingaan op de pagina over [of je per baan kunt zien wat hij doet](/dakstroom/monitoring), waar we uitleggen hoe die uitsplitsing werkt los van de richting van het dak. Op een zuiddak is het bijzondere niet dat je iets anders zou meten, maar dat de basislijn waar je tegen vergelijkt zo voorspelbaar is. Juist die voorspelbaarheid maakt een afwijkende baan makkelijker te herkennen dan op een dak met een grillige vorm of een kant die toch al minder zon krijgt.

Waarom de piek op het middaguur niet automatisch de beste keuze is

Een zuidligging geeft doorgaans het hoogste dagtotaal en een duidelijke piek rond het middaguur. Dat is voor veel gebouwen een goede eigenschap, maar niet voor elk gebruik. Een kantoor dat vooral overdag stroom vraagt, profiteert direct van die piek. Een woonhuis waar de bewoners overdag weg zijn en 's avonds thuiskomen, gebruikt die middagpiek veel minder rechtstreeks; dan hangt het af van wat er met de stroom gebeurt die niet meteen wordt verbruikt. Voor een bedrijfshal met koeling die juist op warme, zonnige middagen extra vraagt, valt de piek van het dak precies samen met de piek van het verbruik, en dat is een andere uitkomst dan bij een gebouw waar de vraag vooral 's ochtends vroeg of 's avonds laat ligt.

De vorm van het dagpatroon die je per baan ziet, is dus niet alleen een controlemiddel voor storing. Het laat ook zien of de opwekking van dit specifieke dakvlak aansluit op het moment waarop het gebouw stroom nodig heeft. Een dakvlak dat naar het oosten of westen helt, spreidt die piek over de dag; een dak met een flauwe helling, zoals behandeld bij [de opbrengst per baan op een flauwe helling](/dakstroom/monitoring/flauwe-helling), geeft weer een ander verloop. Op het zuiden is de piek het hoogst en het smalst, en dat is precies waarom de vraag wanneer het gebouw stroom gebruikt hier zwaarder telt dan de vraag hoeveel er in totaal wordt opgewekt.

Wat dit niet vervangt

Monitoring per baan vertelt je wat een baan doet, niet wat hij zou moeten doen in wattpiek of wat de opbrengst betekent voor de terugverdientijd van het dak. Dat rekenen we uit op tekening, voor de specifieke ligging, hellingshoek en het gebruik van het gebouw, en dat verschilt per dakvlak. Wat de meting wel geeft, is een manier om op een dakvlak dat je niet kunt oplopen toch te zien of het geheel zich gedraagt zoals je op basis van de zon en de tijd van de dag zou verwachten, en om snel de vinger te leggen op de ene baan die dat niet doet.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink