Klikzink

Meten per baan op oost en west dak

Een dak met een oostvlak en een westvlak gedraagt zich niet als één dak met twee kanten. Het zijn in feite twee opwekkers die elkaar niet in de weg zitten. Het oostvlak levert zijn piek in de ochtend, het westvlak in de late middag en avond. Overdag, rond het middaguur, doen beide vlakken relatief weinig, omdat de zon dan recht boven staat en schuin op beide vlakken valt. Het resultaat is een lager dagtotaal dan een zuiddak zou geven, maar een productie die veel gelijkmatiger over de dag verdeeld is en vaak beter aansluit bij het moment waarop in een woning de was draait, het licht aan gaat of de warmtepomp warm water maakt.

Die twee pieken zijn precies de reden waarom je op dit type dak wilt weten wat elk vlak apart doet. Op een zuiddak lopen alle banen ongeveer synchroon: gaat de productie omlaag, dan is dat meestal de zon, een wolk of het uur van de dag, en dat zie je op elk vlak gelijk terug. Op oost-west is dat niet zo. Als de ochtendpiek op oost normaal is maar de avondpiek op west opvallend laag blijft, wijst dat niet op weer of daglicht maar op iets aan dat vlak zelf: een schaduw van een boom die pas laat in de middag over het westdak valt, een stuk vervuiling dat zich daar concentreert, of een baan die minder doet dan de rest. Zonder meting per baan zie je alleen het totaal van het dak, en in dat totaal verdwijnt een klein verlies op één vlak makkelijk in de ruis van een bewolkte dag.

Het onderscheid tussen twee opwekpieken zien

Met meting per baan, of in elk geval per vlak, krijg je twee gescheiden lijnen te zien in plaats van één optelsom. Je kunt de ochtendcurve van oost naast de avondcurve van west leggen en beoordelen of ze zich houden aan het patroon dat bij hun ligging past. Wijkt de ochtendpiek op oost een paar dagen achter elkaar af van wat eerdere ochtenden met vergelijkbaar weer liet zien, dan wijst dat naar het oostvlak. Blijft de piek op oost normaal maar zakt alleen de late namiddag op west in, dan zoek je daar. Die splitsing is precies waarom monitoring op een oost-west dak meer oplevert dan op de meeste andere liggingen: er zijn twee onafhankelijke patronen om tegen elkaar af te zetten, in plaats van één patroon waarin een afwijking zich moet onderscheiden van de dagelijkse schommeling door zon en bewolking.

Wat er te zien is als je niet kunt oplopen

Bij een felsdak met geïntegreerde cellen ligt de opwekking in het dakvlak zelf, op dezelfde hoogte en in dezelfde kleur als de banen ernaast. Dat is precies waarom je dit dak niet even kunt aflopen om te kijken of alles goed werkt, zoals je bij paneel op beugels nog zou kunnen doen door van baan naar baan te lopen en te zoeken naar een paneel dat er anders bij ligt. Hier zie je van de grond of vanaf een ladder geen verschil tussen een baan die vol presteert en een baan die achterblijft; het dakvlak blijft er hetzelfde uitzien. Op precies dit type dak, met twee vlakken en twee tijdstippen om te controleren, is de data dus niet een extra gemak maar het enige moment waarop een afwijking aan het licht komt. Zonder die data merk je een verlies pas als het zich over maanden opstapelt in de jaarafrekening, en dan weet je nog niet of het aan oost of aan west lag.

Het is ook de reden waarom we dit apart behandelen ten opzichte van hoe we dat uitleggen bij een dak waarvan je de banen wel kunt bekijken, zoals wij toelichten bij [het meten op een schilddak](/dakstroom/monitoring/schilddak), waar vier vlakken elk hun eigen ritme hebben maar de vergelijking tussen vlakken minder scherp is dan bij oost tegenover west. Bij oost-west is het verschil bijna een spiegelbeeld: als het ene vlak een piek heeft, is dat vrijwel het moment waarop het andere nog laag ligt of net begint te zakken. Die voorspelbaarheid maakt afwijkingen makkelijker te herkennen dan bij vlakken die minder uitgesproken van elkaar verschillen.

Wat een gewone winterdag laat zien

Op een heldere dag in het najaar loopt de curve van het oostvlak op vanaf de vroege ochtend, bereikt een piek ruim voor het middaguur en zakt daarna. De curve van het westvlak begint traag, blijft laag tot in de middag en klimt dan naar zijn eigen piek later op de dag. Op papier of op een scherm zijn dat twee bergen die elkaar net niet overlappen. Verandert die vorm, bijvoorbeeld doordat de westpiek een uur later komt dan gebruikelijk of lager uitvalt dan op een vergelijkbare dag een maand eerder, dan is dat een signaal dat los staat van het weer, want het weer treft beide vlakken op hetzelfde moment en dat is hier net niet het geval. Vuil, een tak die over het dak hangt of een baan die niet meer volledig meedoet, laat zich op deze manier onderscheiden van een dag met wat meer bewolking in de ochtend of avond.

Wanneer één schaduw allebei de vlakken raakt

De scheiding tussen de twee vlakken werkt zolang de oorzaak van een afwijking ook echt aan één kant zit. Een enkele hoge boom die vlak naast de nok staat, kan 's ochtends een schaduw over het oostvlak werpen en 's avonds over het westvlak, пpocтoй omdat de zon van positie wisselt terwijl de boom blijft staan. In dat geval zie je beide pieken tegelijk terugzakken, en dan wijst de meting niet naar een defecte baan maar naar iets buiten het dak. Dat is meteen een goed moment om het onderscheid te maken tussen een storing en de ligging zelf: een terugval die op beide vlakken gelijk optreedt en zich elke dag op ongeveer hetzelfde uur herhaalt, hoort meestal bij de omgeving en niet bij het dak.

Wanneer het dagtotaal toch de doorslag geeft

De gedetailleerde blik per vlak is nuttig om iets te vinden, maar de reden om voor oost-west te kiezen is meestal het dagtotaal en het profiel, niet de mogelijkheid om per baan te turven. Een zuiddak haalt op een heldere dag een hogere piek, geconcentreerd in een paar uur rond het middaguur; oost-west spreidt een lager totaal over een groter deel van de dag. Voor een woning waar 's ochtends en 's avonds het meeste stroom wordt gebruikt, kan dat profiel beter passen dan één hoge middagpiek die voor een groot deel wordt teruggeleverd op een moment dat er weinig vraag is. Die keuze voor de ligging staat los van de vraag of je per baan kunt meten; het meten is nuttig zodra het dak er eenmaal ligt, maar het is niet de reden om voor oost-west te kiezen boven zuid. Wat het wel oplevert, verschilt per dakvlak, per oppervlak en per schaduwsituatie, en dat rekenen we liever uit op tekening dan dat we het hier in een getal vastleggen dat voor het volgende dak toch weer anders uitpakt.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink