Klikzink

Wat het net ermee doet op een schilddak

Een schilddak heeft geen hoofdrichting. Er is geen zuidkant die de rest overstemt, maar vier vlakken die allemaal een stuk van de dag meedoen en allemaal een stuk van de dag stilliggen. Dat verandert niet alleen hoeveel stroom er wordt opgewekt, het verandert vooral wanneer die stroom er is. En dat wanneer is, sinds het net minder gulzig teruglevert accepteert, het deel dat er financieel toe doet.

Stroom die je zelf gebruikt op het moment dat hij wordt opgewekt, is stroom die je niet meer inkoopt. Stroom die op het net wordt gezet omdat er op dat moment niemand in huis is die hem opeet, moet eerst een weg vinden naar een afnemer, en die weg is smaller dan hij was. Een dak dat over de dag heen gelijkmatig produceert, in plaats van in één piek rond het middaguur, past van zichzelf beter bij een huishouden dat 's ochtends en 's avonds stroom vraagt. Een schilddak doet dat gelijkmatige vanzelf, gewoon omdat de vlakken elk een ander deel van de dag de zon pakken.

Vier vlakken, vier momenten

Op een schilddak liggen doorgaans een oost, een west, en twee vlakken die richting zuid en noord hellen, elk onder de kepers die het dakvlak in driehoeken en trapezia knippen. Het oostvlak levert 's ochtends, wanneer de koffiezetter en de douche aanstaan. Het westvlak levert 's middags en vroeg in de avond, wanneer er weer wordt gekookt en de was draait. Het zuidgerichte vlak levert het meest, geconcentreerd rond het middaguur, op een tijdstip dat in een gewoon huishouden vaak niemand thuis is om het op te maken. Het noordvlak levert het minst en het meest verspreid.

De praktijk hiervan is dat een schilddak zonder enige sturing al een deel van de piek vermijdt die een enkelvlaks zuiddak wel heeft. Een aannemer die op basis van dit dak een systeem uitwerkt, kan daarmee rekenen: niet elk vlak hoeft vol te liggen om toch het grootste deel van het verbruik te dekken, omdat de vlakken elkaar aflossen in plaats van gelijktijdig pieken. Waar dat aflossen niet automatisch gaat, bijvoorbeeld omdat een huishouden vooral 's avonds laat stroom vraagt, is een batterij het instrument dat het moment van opwekken loskoppelt van het moment van gebruik. Die keuze staat los van de felsbaan zelf; hij hoort bij de installatie eromheen.

Hoekkepers en de lengte van de baan

De felsbaan wordt in de volle lengte van goot tot nok gelegd, in doorlopende banen zonder overlap in de hoogte. Op een schilddak loopt elke baan tegen een hoekkeper aan, en omdat de kepers schuin over het vlak lopen, is geen twee banen op een driehoekig of trapeziumvormig vlak even lang. De eerste baan naast de nok kan kort zijn, de baan in het midden van het vlak loopt vol tot de voet, en de laatste baan tegen de andere keper wordt weer korter afgesneden. Dat is geen complicatie voor de fels, die wordt gewoon op maat gewalst en op de kepers afgewerkt zoals elke felsbaan dat wordt. Het is wel een complicatie voor de indeling van de cellen, want een cel wil een hele, ononderbroken lengte baan om in te liggen.

Wat dat in de praktijk betekent: op een schilddak passen minder volle, cel-dragende banen dan de breedte van het vlak zou suggereren, omdat een deel van de banen aan de randen te kort is om er cellen in te leggen. Die korte banen liggen er wel, in dezelfde kleur en op dezelfde lijn, ze wekken alleen niets op. Op een rechthoekig zadeldak zonder hoekkepers speelt dit niet; daar loopt vrijwel elke baan even lang door. Op een schilddak is het aantal volle banen per vlak dus kleiner dan de oppervlakte van dat vlak, en dat tekent zich af in de opbrengst per vierkante meter dakvlak, niet in de opbrengst per volle baan. Hoeveel volle banen er op elk van de vier vlakken passen, hangt af van de dakhelling, de nokhoogte en de plaats van de kepers, en dat rekenen we uit op tekening.

Wanneer de indeling de keuze omdraait

Op een klein schilddak met kleine vlakken kan de verhouding tussen volle en korte banen ongunstig worden: als de meeste banen op een vlak toch al kort zijn door de kepers, is de winst van cellen in het dakvlak zelf beperkt, omdat er simpelweg weinig volle lengte overblijft om cellen in te leggen. In dat geval kan het verstandiger zijn om de opwekking te concentreren op het grootste, meest gunstig gerichte vlak, en de overige vlakken gewoon als felsdak zonder cellen uit te voeren. Dat is geen gebrek van het product, het is een kwestie van waar de meters zitten.

Omgekeerd is een groot schilddak, zoals op een villa of een groter bijgebouw met ruime vlakken en kepers die pas laag beginnen, precies de situatie waarin de spreiding over vier vlakken zijn waarde laat zien. Daar is voldoende volle baanlengte op elk vlak om cellen te leggen, en de spreiding van opwekmomenten over de dag werkt door in een gelijkmatiger eigen verbruik, met minder stroom die op het ongunstige middaguur het net op moet.

Waar dit tegenover panelen op beugels of tegenover een andere dakvorm staat, behandelen we op de pagina's die daarvoor bedoeld zijn; hier gaat het om wat de vorm van dit specifieke dak doet met de opwekking zelf.

Wat we ermee doen op tekening

De enige manier om te weten hoeveel volle banen er op een gegeven schilddak passen, hoe de vier vlakken zich tot elkaar verhouden in opbrengst over de dag, en of concentratie op één vlak beter is dan spreiding over alle vier, is de tekening van dat specifieke dak. Kepermaten, dakhelling, oriëntatie van elk vlak en de plaats van doorbrekingen zoals dakramen of schoorstenen bepalen samen de indeling. Klikzink rekent dat uit op basis van de tekening, kosteloos, en levert de banen op maat vanaf de eigen walsmachines in Ede, zodat de indeling die op papier is bepaald ook exact zo op het dak terugkomt.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink