Klikzink
Een dakvlak op het noorden krijgt geen directe zon, hoogstens strooilicht en de lage stand van de zon in de vroege ochtend of late avond op een schuin dak dat wat naar het noordoosten of noordwesten wijkt. De cellen wekken dan wel iets op, maar veel minder dan op een zuid, oost of west vlak. En precies dat weinige dat er wordt opgewekt, komt meestal op een moment dat er in het gebouw weinig vraag is: vroeg in de ochtend, laat op de dag, of verspreid over de dag in kleine beetjes die nooit gelijk vallen met een koelinstallatie, een warmtepomp of apparatuur die aanstaat.
Daar zit de kern van de vraag die iemand met een noorddak zich moet stellen. Niet hoeveel kilowattuur er in een jaar van dat vlak komt, maar wanneer die kilowattuur er komt en wat daar op dat moment mee gebeurt. Wat je niet gelijk zelf gebruikt gaat het net op, en de vergoeding voor die teruglevering is over de volle breedte van de markt lager geworden dan een paar jaar terug. Bij een zuiddak met veel eigen verbruik overdag speelt dat probleem minder, zoals ook te lezen is op de pagina over zuidgerichte daken. Op het noorden is de mismatch tussen opwek en verbruik het grootst van alle richtingen: er is al weinig opwek, en het beetje dat er is valt vaak buiten de uren dat iemand in het gebouw stroom nodig heeft.
Het gevolg is dat de waarde van een noordvlak met cellen erin voor een groot deel afhangt van wat er met die teruglevering gebeurt, en niet van de wattpiek die op papier staat. Een gebouw met een warmtepomp die 's ochtends vroeg aanslaat, of een bedrijfshal waar de eerste ploeg om zes uur binnenkomt, heeft aan een klein beetje vroege opwek meer dan een woonhuis waar iedereen tot acht uur slaapt en de stroom dan toch het net op gaat.
Op het noorden is een felsplaat met cellen bijna altijd duurder per opgewekte kilowattuur dan dezelfde plaat op het zuiden, en die rekensom verandert niet door hoe je het dak aankleedt. Toch is de vraag of je het vlak wel met cellen uitvoert niet met een simpel nee te beantwoorden, want een dak bestaat meestal uit meer dan één vlak.
Een zadeldak met een zuidkant en een noordkant is het gewone geval: de zuidkant doet het werk, en de vraag is of de noordkant meedoet of niet. Wij leggen op de pagina over zadeldaken uit hoe die twee kanten los van elkaar bekeken worden. Bij een schilddak met vier hellingen ligt het net zo: het noordschild krijgt vrijwel nooit dezelfde uitvoering als het zuidschild, en soms is het verstandig om het noordschild helemaal buiten de opwek te houden, zoals ook te lezen is op de pagina over schilddaken.
De reden om het noorddak toch mee te nemen is bijna altijd praktisch, niet financieel. Bij nieuwbouw of een complete dakvervanging betaal je voor het felswerk zelf hoe dan ook: de banen moeten er komen, gelegd en aangesloten worden ze toch. Het verschil tussen een baan met cellen en een baan zonder cellen zit dan in de meerprijs van de cel, niet in de arbeid van het leggen. Op een groot dakvlak waar visuele eenheid telt, kan het aantrekkelijker zijn om door te felsen met cellen over de hele kap, ook aan de noordzijde, dan om op één lijn in het dak te wisselen van uitvoering. Bij een klein noordschild op een schilddak, of een klein stukje dak boven een uitbouw, is het rekenkundig voordeel van cellen zo laag dat de meerprijs vaak niet opweegt tegen een gewone felsbaan zonder cellen.
Wie besluit om het noordvlak zonder cellen uit te voeren, houdt daar geen esthetisch compromis aan over. Een felsbaan zonder cellen is dezelfde plaat, in dezelfde matte kleur, met dezelfde werkende breedte en dezelfde haakse fels van 35 millimeter, blind bevestigd onder de fels. Van de grond of vanaf een aangrenzend gebouw is met het blote oog geen verschil te zien tussen een baan met cellen erin en een baan zonder. Dat is anders dan bij een dak met paneelvelden op beugels, waar een leeg vlak zonder panelen er ook leeg uitziet. Wie meer wil weten over dat verschil in aanblik, vindt dat op de pagina die de felsbaan met geïntegreerde cellen vergelijkt met een felsdak waar losse panelen op liggen.
Dat betekent dat de knoop van architectuur los te maken is van de knoop van rendement. Je kunt op tekening besluiten het noordvlak zonder cellen te leggen zonder dat het dak er anders bij ligt, en het geld dat je daarmee bespaart, besteed je aan een grotere uitvoering op de kant waar de zon wel komt.
Er zijn situaties waarin een noordvlak met cellen wel logisch is, en die hangen zelden samen met de zon zelf. Op een lessenaarsdak dat met de enige hellende kant naar het noorden wijst, is er geen andere kant om de opwek naartoe te verplaatsen: dan is de vraag niet noord versus zuid, maar noord versus niets, en dat is een andere afweging dan bij een zadeldak met een keuze tussen twee vlakken. Die situatie werken wij apart uit op de pagina over lessenaarsdaken.
Een tweede geval is een gebouw met veel vroege of late vraag, zoals een koelhuis, een serverruimte of een bedrijf met vroege ploegendienst, waar de kleine, verspreide opwek van een noordvlak toch iets van waarde heeft omdat hij samenvalt met verbruik dat er anders ook is. En een derde geval is subsidie of een lokale regeling die het aantal vierkante meters met opwek beloont onafhankelijk van de richting; dat verandert de rekensom, maar dat rekenen wij per project door en niet in algemene termen op deze pagina.
Wat je op deze pagina niet krijgt is een getal voor hoeveel minder een noordvlak oplevert ten opzichte van zuid, of een omslagpunt in hellingsgraad waarboven het wel of niet loont. Dat verschilt per dakvorm, per hellingshoek en per uitvoering, en dat rekenen wij uit op tekening van het specifieke dak, niet in algemene percentages op een productpagina. Wie een dak heeft met een noordkant erbij, kan de tekening naar Klikzink in Ede sturen; meedenken over welk vlak wel en welk vlak niet met cellen wordt uitgevoerd, kost niets voordat er een bestelling ligt.