Klikzink
Een noordvlak krijgt van alle daken op een woning het minste licht binnen. Er valt weinig directe zon op, en de opbrengst van cellen die daar liggen is al bij aanleg beperkt. Dat verandert wat een defecte baan betekent, en het verandert ook de vraag die je eigenlijk had moeten stellen voordat het dak gelegd werd.
Eerst het technische deel, want dat is voor elke ligging gelijk. De felsbanen zijn onafhankelijk van elkaar bevestigd en onafhankelijk bedraad. Als één baan op het noordvlak uitvalt door een kapotte cel, een beschadiging of een aansluitfout, dan valt de opbrengst van die ene baan weg. De rest van het dakvlak blijft gewoon stroom leveren, op het noorden net zo goed als op elke andere kant. Het dak blijft ook dicht. De fels die de waterafvoer regelt is dezelfde fels die de baan vasthoudt, en die functie verandert niet door een defecte cel. Er zit geen schroef of beugel door het vlak die kan gaan lekken, en er is geen tweede laag boven het dak die los kan komen. Een defecte baan is een uitval van opwekking, niet een uitval van dakbedekking.
Vervangen van die ene baan werkt op het noorden precies zoals op elk ander vlak: de klemmen onder de fels van de aangrenzende banen gaan los, de baan wordt vervangen door een nieuwe met dezelfde maat en dezelfde bekabeling, en de klemmen gaan weer vast. Er wordt niet in het dakvlak geboord en er hoeft niet met dakbedekking gewerkt te worden zoals bij een dakpanwissel. Wat dat in de praktijk kost aan tijd en materiaal hangt af van waar de baan ligt op het dakvlak en hoe de bekabeling is aangelegd; dat rekenen wij uit op tekening, niet in algemene termen.
De vraag die op het noorden zwaarder weegt dan op het zuiden of op oost-west, zoals wij die uitwerken bij [wat er gebeurt als één baan stuk is op het zuiden](/dakstroom/een-baan-stuk/op-het-zuiden) en bij [wat er gebeurt als één baan stuk is op oost en west](/dakstroom/een-baan-stuk/oost-west), is niet wat er gebeurt bij uitval. Het is of je op dat vlak wel cellen had moeten leggen.
Op een zadeldak met een noord- en een zuidkap, of op een schilddak met vier hellingen waarvan er één naar het noorden wijst, is het gangbaar om alleen de vlakken met voldoende lichtinval van cellen te voorzien. Het noordvlak wordt dan gewoon gelegd als felsbaan zonder cellen. Dat is geen compromis dat je ziet: een baan zonder cellen heeft dezelfde matte donkere kleur, dezelfde werkende breedte en dezelfde haakse fels als een baan met cellen, en ligt op precies dezelfde lijn. Het dakvlak blijft één geheel, ook als de helft van de daken op het gebouw wel cellen heeft en de andere helft niet.
Dat maakt de knoop op het noorden in de praktijk een rekensom, geen esthetische keuze. Cellen op een noordvlak leggen kost hetzelfde als op elk ander vlak, en de opbrengst die daar tegenover staat is structureel lager. Bij een zadeldak of een schilddak, zoals wij die apart behandelen bij [wat er gebeurt als één baan stuk is op een zadeldak](/dakstroom/een-baan-stuk/zadeldak), is de meest gekozen uitvoering dan ook: cellen op de kanten die licht vangen, gewone felsbanen op het noorden. Dat scheelt ook meteen het aantal banen waarvan een eventuele uitval ooit relevant wordt.
Er zijn wel situaties waarin een noordvlak toch met cellen wordt uitgevoerd. Bij een plat of flauw hellend dakvlak dat naar het noorden helt maar weinig schaduw van omliggende bebouwing krijgt, kan de lichtinval hoger uitvallen dan de ligging op papier suggereert. Bij een gebogen dakvlak waarbij het noordelijke deel van de kromming toch een deel van de dag zon vangt, geldt hetzelfde. En soms is de reden praktisch: één ononderbroken felsdak over alle kanten heen, met cellen op elk vlak, is eenvoudiger te bestellen en te leggen dan een dakvlak dat op de tekening in twee verschillende uitvoeringen wordt opgesplitst. Dat is een afweging tussen wat het aan opbrengst scheelt en wat het aan eenvoud oplevert, en die afweging maken wij samen met de aannemer op basis van de tekening van het specifieke dak.
Stel dat een noordvlak toch met cellen is uitgevoerd, om een van de redenen hierboven, en er valt een baan uit. Het verschil met een uitval op het zuiden zit niet in het defect zelf, dat werkt overal gelijk, maar in wat je erdoor mist. Op een zuidvlak is de opbrengst van elke baan het grootste deel van het jaar aanwezig, en een uitval is voelbaar in de jaaropbrengst van het hele dak. Op een noordvlak was de bijdrage van die ene baan al beperkt tot de momenten met veel diffuus licht, vroege ochtend, late middag in de zomer, bewolkte dagen met licht van alle kanten. De uitval van die baan verandert de jaaropbrengst van het dakvlak minder dan een vergelijkbare uitval op een zonkant zou doen.
Dat is geen reden om vervanging uit te stellen; een kapotte baan wordt vervangen zoals elke andere baan dat zou worden, met dezelfde ingreep aan de klemmen onder de fels. Het is wel een reden om bij het ontwerp van een nieuw dak, of bij vervanging van een bestaand dak zoals wij dat toelichten op de pagina over [een baan stuk tegenover panelen op beugels](/dakstroom/een-baan-stuk/tegenover-panelen-op-beugels), vooraf goed te kijken naar welke vlakken cellen krijgen. Een baan die weinig bijdraagt is ook een baan waarvan een eventuele storing weinig verschil maakt, en dat is precies waarom het noordvlak vaak de plek is waar met een gewone felsbaan wordt volstaan.
Wat dit voor een concreet dak betekent, met de vorm en de omliggende bebouwing die er zijn, rekenen wij uit op tekening. Dat geldt voor de vraag of het noordvlak cellen krijgt, en het geldt voor wat vervanging van een baan daar in de praktijk kost aan tijd. Klikzink levert op maat vanaf eigen walsmachines in Ede, en meedenken over welke vlakken van een dak wel en niet met cellen worden uitgevoerd kost niets.