Klikzink
Bij een gewoon dak met paneeltjes erop zijn er altijd twee partijen die iets moeten waarmaken. De dakdekker staat garant voor de waterdichtheid van het dak, de paneelleverancier voor de opbrengst van wat erop ligt. Bij een flauwe helling wordt dat onderscheid al snel de kern van de discussie, want de klemmen en beugels waarmee panelen worden bevestigd doorboren het dakvlak, en juist op een flauw vlak is elke doorboring een plek waar water minder snel wegloopt en dus langer kan intrekken. Wie dan een lekkage heeft, hoort van de een dat het aan de bevestiging ligt en van de ander dat het aan de onderconstructie ligt.
Bij een felsbaan met de zonnecellen erin verwerkt is die knip er niet. De baan die het water keert is dezelfde baan die stroom levert. Er gaat geen schroef doorheen, de bevestiging zit onder de fels, blind, met klemmen die het stalen vlak op zijn plek houden zonder het te doorboren. Dat betekent dat er nog steeds twee dingen zijn om over na te denken, de mechanische bevestiging van het dak en de werking van de cellen, maar ze zitten in één product en dus bij één partij. Wie een vraag heeft over een felsbaan die niet goed aansluit, belt niet eerst de dakdekker en dan de paneelboer om te horen wie gelijk heeft.
Een flauwe helling verandert niet de vraag wie waarvoor instaat, die blijft dezelfde partij voor het hele dakvlak, maar hij verandert wel wat er in de praktijk misgaat en dus waar aandacht naar toe moet. Op een steil dak spoelt regen vuil, stuifzand en bladresten grotendeels vanzelf weg. Op een flauwe helling blijft water langer op het vlak staan voordat het bij de gootlijn is, en vuil dat anders zou zijn afgespoeld blijft liggen en droogt op. Op een gewoon felsdak is dat vooral een kwestie van iets vaker kijken. Op een vlak dat ook stroom moet opwekken is het meer dan dat, want een laag stof of een laag mos op een cel beperkt wat die cel kan doen, en dat is geen storing aan het dak maar een verminderde werking van het paneel, terwijl het dakvlak zelf nog gewoon dicht is.
Dat is precies het punt waar de garantie op een flauwe helling net iets anders wordt uitgelegd dan bij een steiler dakvlak. De felsen zelf, de aansluitingen, de blinde bevestiging: die werking verandert niet met de hellingshoek, zolang de afwatering en de minimale helling voor het gekozen profiel worden aangehouden. Wat verandert is de kans op vervuiling die de opbrengst raakt zonder dat er iets stuk is. Een aannemer die een flauw dak overweegt voor solarfels doet er goed aan om vooraf te vragen hoe dat in het onderhoudsadvies wordt meegenomen, en niet ervan uit te gaan dat een felsdak zonder cellen zich hetzelfde gedraagt als een felsdak met cellen erin.
Een voorbeeld uit de praktijk maakt dat concreet. Een loods met een hellingshoek van een paar graden, net genoeg voor afwatering, kreeg een aantal jaar geleden een felsdak met cellen op het zuidvlak. Na een winter met veel wind en weinig regen lag er een dun laagje stof en boomzaad op een strook van het dak die in de luwte van een naburige schoorsteen ligt. Het dak was volledig waterdicht, er was niets aan de fels of de klemmen veranderd, maar het rendement van die strook cellen lag lager dan de rest totdat die is schoongespoten. Dat is geen garantiekwestie in de zin van een gebrek, het is een onderhoudspunt dat op een steiler dak vanzelf was opgelost door de regen.
Er is een grens waarbij een flauwe helling niet meer alleen een onderhoudsvraag is maar het hele idee van solarfels op dat vlak ondermijnt. Beneden de minimale hellingshoek die voor het gekozen felsprofiel wordt opgegeven, blijft er structureel water op het vlak staan in plaats van dat het via de fels naar de goot loopt. Op dat punt gaat het niet meer om iets vaker schoonmaken, maar om een dakvlak waarbij de basisfunctie, water afvoeren, al onder druk staat nog voordat er cellen bij komen. Solarfels is dan niet de oplossing die eerst wordt aangepast, het dakvlak zelf is de beperkende factor, en dat geldt evengoed voor een fels zonder cellen.
Er is nog een tweede omslagpunt, dat minder met de constructie te maken heeft en meer met de plek. Een flauw dakvlak in de luwte van hogere bebouwing, tussen brandmuren, of onder bomen, vangt vuil op een manier die een vrijstaand en steiler vlak niet doet. Op zo'n plek is de vraag niet alleen of het dak de opwekking aankan, maar of het rendabel is om daar te investeren in cellen die structureel meer aandacht nodig hebben dan een vrij liggend zadeldak, zoals wij uitleggen bij [de garantie op een zadeldak](/dakstroom/garantie/zadeldak). Op zo'n vlak kan het antwoord zijn dat een deel van het dak wel geschikt is en een ander deel niet, of dat een gewoon paneel op beugels met een steilere montagehoek meer oplevert dan de baan zelf kan bieden, zoals ook besproken wordt bij [de vergelijking met panelen op beugels](/dakstroom/garantie/tegenover-panelen-op-beugels).
Bij een aanvraag voor een flauw dakvlak kijken wij eerst naar de werkelijke hellingshoek op de tekening, niet naar een schatting, want een paar graden verschil bepaalt of het profiel aan de onderkant van zijn werkgebied zit of er ruim boven. Daarna kijken we naar de omgeving: bomen, hogere bebouwing, windluwte, en of er een reden is om aan te nemen dat vuil zich anders gedraagt dan op een open dak. Dat bepaalt niet alleen of het technisch kan, maar ook wat er in het onderhoudsadvies komt te staan en wat een realistisch beeld is van wat er in de praktijk aan aandacht nodig is.
Wij noemen daarbij geen garantietermijn en geen rendementscijfer op deze pagina, want dat verschilt per uitvoering, per hellingshoek en per dakvlak, en een getal dat hier zou staan zonder de tekening erbij is een getal dat we niet kunnen waarmaken. Wat we wel doen is het op tekening doorrekenen, kosteloos, zodat helder is of het vlak binnen het werkgebied van het profiel valt en wat dat betekent voor de garantie die daarbij hoort.
Wie twijfelt of een flauw dakvlak geschikt is voor solarfels, stuurt de tekening met de hellingshoek en de omgeving van het dak naar Klikzink in Ede. Wij rekenen door of het vlak binnen het bereik van het profiel valt, en zeggen er ook bij wanneer een andere oplossing, een steiler vlak of gewone panelen op beugels, in die specifieke situatie meer voor de hand ligt.