Klikzink

Brandveiligheid op een lessenaarsdak met solarfels

Een lessenaarsdak heeft geen nok en geen tweede helling. Er is één vlak dat van de hoge naar de lage gootlijn loopt, meestal in lange, ongebroken banen. Voor een dak dat zelf stroom maakt, is dat de eenvoudigste vorm die er is. Geen twee dakvlakken die apart geschakeld moeten worden, geen aansluiting op een nok zoals bij een zadeldak, gewoon één richting, één set banen, één lijn naar binnen.

Dat is meteen het uitgangspunt voor de brandveiligheid. Zolang de zon op het vlak staat, staat er spanning op de cellen in de felsbanen, ook als de installatie is uitgeschakeld bij de meterkast. Dat geldt voor elk dak dat zelf opwekt, of het nu plat is, hellend, of een lessenaar. Het verschil zit niet in de fysica van de spanning, maar in hoe makkelijk je het vlak in kaart brengt en hoe snel je aan kunt wijzen waar de kabels lopen.

Op een lessenaarsdak is die inventarisatie kort. Er is één hellingshoek, één richting van de banen en meestal een overzichtelijke rij aansluitpunten aan de kant van de lage gevel of onder de dakrand, afhankelijk van hoe het gebouw is ingedeeld. Wie op het dak komt, of ernaast staat met een tekening, ziet in één oogopslag welk deel van het vlak actief is. Er is geen tweede vlak met een andere oriëntatie waar een andere schakelgroep hangt, zoals bij een schilddak met zijn hoekkepers en aparte vlakken per kant.

Eén schakelaar, één omvormer, één vlak

Omdat er maar één vlak is, kan de installatie in de meeste gevallen met één string en één omvormerpunt worden uitgevoerd. Dat maakt het spanningsvrij maken eenvoudiger dan bij een dak dat in meerdere richtingen helt. Bij een DC-schakelaar bij de omvormer, aangevuld met noodstopvoorzieningen zoals de norm die voorschrijft, is met één handeling het hele vlak van het net gehaald aan de kant van het gebouw. Wat er dan nog resteert, is de spanning die de cellen zelf maken zolang er licht op valt: dat is inherent aan opwekken op het dak en dat verandert geen enkele schakelaar.

De brandweer werkt in de praktijk met wat een installateur op de tekening en op een schakelschema aangeeft: waar de DC-kabels lopen, waar de omvormer zit en welk deel van het dak onder spanning kan blijven staan na het uitschakelen. Bij een lessenaarsdak is die tekening kort. Eén vlak, één richting van de banen, één plek waar de kabel het dakvlak verlaat. Vergelijk dat met een gebogen dak, waar de kromming van het vlak vraagt om een andere indeling van de strings, of met een dak met een flauwe helling, waar de looproutes voor onderhoud en inspectie meer aandacht vragen. Bij een lessenaar is de indeling zo simpel dat er weinig te verwarren is.

Wat de oriëntatie van het vlak wél verandert

De vorm van het dak bepaalt de indeling van de kabels, niet de intensiteit van de zon. Een lessenaarsdak op het zuiden maakt op een heldere dag meer stroom dan een lessenaarsdak op het noorden, en dat verschil zit in de opbrengst, niet in het brandveiligheidsvraagstuk zelf. Zoals we uitleggen bij [brandveiligheid bij een zuidgericht dak](/dakstroom/brandveiligheid/op-het-zuiden), verandert de oriëntatie vooral hoeveel spanning er op een gemiddelde dag te verwachten is, niet de manier waarop een vlak wordt uitgeschakeld. Bij een lessenaar geldt dat net zo: de richting waarin het vlak kijkt, verandert de belasting, niet de indeling van de schakelgroepen.

Waar de vorm wél verschil maakt, is bij toegankelijkheid. Een lessenaarsdak heeft vaak een lage en een hoge kant. Aan de lage kant is het vlak makkelijk te bereiken vanaf een ladder of een platform, aan de hoge kant niet. Voor de brandweer is dat relevant bij het bepalen van een blusstrategie of een looproute over het dak, maar het verandert niets aan de vraag of het vlak spanningsvrij te maken is. Dat blijft een zaak van de juiste schakelaar op de juiste plek, aangegeven op een schema dat bij de meterkast of de hoofdaansluiting hangt.

Wanneer de vorm het antwoord wél omdraait

Bij één rechthoekig vlak zonder inwatering, zonder dakkapel en zonder onderbrekingen is een lessenaarsdak de eenvoudigste ligging om spanningsvrij te maken. Zodra er een dakkapel doorheen snijdt, of het vlak wordt onderbroken door een schoorsteen of een lichtkoepel, ontstaat er een tweede rand waar kabels omheen moeten en waar de indeling van de strings minder rechtlijnig wordt. Dan is het niet meer één doorlopend vlak met één set banen, maar een vlak met een omtrek die op meerdere plekken onderbroken wordt. De schakelschema's blijven dan werkbaar, maar de eenvoud van de basisvorm is er wel af.

Ook de plek van de omvormer en de hoofdkabel maakt verschil. Als de kabel van het dak via een lange route langs een gevel naar binnen gaat, ligt er een extra traject dat bij brand relevant is voor de brandweer: waar loopt die kabel, en is die te bereiken. Bij een kort traject van dak naar meterkast, wat bij een lessenaar met een lage gootlijn vaak goed te realiseren is, is dat traject kort en overzichtelijk. Bij een langere aanvoerroute, zoals soms nodig is bij een groter gebouw, wordt die route onderdeel van het schakelschema en dus van het gesprek met de brandweer of de verzekeraar.

Wat dit in de praktijk betekent

Op tekening betekent dit dat wij bij een lessenaarsdak meteen kunnen aangeven hoeveel strings er nodig zijn, waar de omvormer het beste past en welke schakelpunten er op het schema komen. Dat is geen garantie, want de indeling hangt af van de oppervlakte van het vlak, van eventuele doorbrekingen en van de eisen van de lokale brandweer of verzekeraar, die per gemeente en per gebouw kunnen verschillen. Wat we wel weten is dat de vorm van dit dak, één vlak, één richting, geen nok, het eenvoudigste uitgangspunt geeft dat er is voor het opstellen van zo'n schema.

Wil je weten hoe dat voor een specifiek gebouw uitpakt, dan rekenen we het uit op tekening. Dat gesprek begint met de plattegrond van het dak en de plek waar de meterkast of hoofdaansluiting zit, en van daaruit is snel te zien waar de kabel het beste naar binnen gaat en welke schakelaars nodig zijn.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink