Klikzink
Een dakvlak op het noorden krijgt weinig directe zon en blijft vaker vochtig. Dat is precies het klimaat waarin mos goed gedijt: schaduw, vocht dat niet snel verdampt, en oppervlakken die koel blijven terwijl de rest van het dak al opwarmt. Op een gewoon paneel op beugels is dat een bekend probleem. Onder en tussen de panelen blijft het vochtig, er valt blad en vuil in de kier, en juist daar zet mos zich vast waar niemand het ziet totdat het al een tapijt is geworden.
De felsbaan met geïntegreerde cellen heeft dat probleem niet op dezelfde manier. Er is geen ruimte onder een paneel, geen rand waar water blijft staan, geen kier waar blad in vastloopt. Het vlak is één doorlopende, gladde stalen ondergrond met een fels van 35 millimeter die het water afvoert langs de baan naar de goot. Mos dat zich op een gewoon dakvlak vastzet, doet dat meestal op plekken met structuur: een naad, een overlap, een schaduwrand van een obstakel. Op deze felsbaan is die structuur er niet. Wat overblijft, is de fels zelf en de aansluitingen: bij de nok, bij doorvoeren, bij de overgang naar een ander dakdeel. Daar kan zich, juist op het noorden, over jaren een dun laagje mos of algengroei vormen, net als op elk ander stalen dak dat weinig zon en veel vocht krijgt.
De vraag is dan niet zozeer of dat gebeurt, maar wat het kost aan opbrengst. En op het noorden is het antwoord dat het opbrengstverlies door een beetje mos op de fels nauwelijks een rol speelt, omdat de opbrengst van het vlak zelf al laag is voordat er ook maar een spoor van vervuiling bij komt.
Zonnecellen zetten licht om in stroom, en de hoeveelheid licht die een noordelijk dakvlak in onze breedtegraad krijgt, is een fractie van wat een zuidelijk of zelfs een oostelijk of westelijk vlak krijgt. Er is geen directe instraling van de zon zoals op een zuidhelling, alleen diffuus licht en af en toe een randje laagstaande zon in de vroege ochtend of late avond bij een dakvlak dat niet helemaal noord staat maar noordoost of noordwest. Op zo'n vlak is de opbrengst van cellen al beperkt voordat er iets aan onderhoud of vervuiling verandert.
Dat is een ander verhaal dan op het zuiden, waar precies dezelfde vervuiling wel meetelt omdat er zoveel meer opbrengst is om te verliezen. Wij leggen dat uitgebreider uit op de pagina over [de opbrengst en vervuiling op het zuiden](/dakstroom/mos/op-het-zuiden), maar de kortste samenvatting is dat een schaduwplekje op een zuiddak een reëel verlies is, en een schaduwplekje op een noorddak een verlies is op een bedrag dat al klein was.
Hier wordt de vraag anders dan bij een dak dat wel goed op de zon ligt. Niet alleen of mos een probleem wordt, maar of het zinvol is om op dit vlak cellen te leggen. Een felsbaan zonder cellen kost minder, ziet er identiek uit op het dak omdat de kleur en de lijn hetzelfde zijn, en heeft geen enkel nadeel op een vlak dat toch weinig gaat opleveren. Wie op een schuur, een aanbouw of een garage een noordelijk vlak heeft, kan dat gewoon met gewone felsbanen dekken en de cellen reserveren voor de vlakken die wel zon zien.
Dat is anders bij een zadeldak of een schilddak waar het noordelijke vlak samen met een zuidelijk, oostelijk of westelijk vlak één dakbeeld vormt. Daar kan de overweging zijn dat je liever één doorlopende uitvoering over alle vlakken legt, ook al levert het noordelijke deel weinig op, omdat een overgang van felsbaan met cellen naar felsbaan zonder cellen midden op het dak zichtbaar kan zijn als een naad in de textuur. Hoe dat samenspel tussen de vlakken van zo'n dakvorm werkt, staat bij ons uitgewerkt op de pagina over [mos en vervuiling op een zadeldak](/dakstroom/mos/zadeldak). Bij een eenvoudig plat aangekapt dak met maar één hellend vlak dat toevallig op het noorden ligt, is die overweging er niet en is een gewone felsbaan zonder cellen vrijwel altijd de nuchtere keuze.
Stel een boerderij met een schuurdak dat aan de achterzijde op het noorden ligt en aan de voorzijde op het zuiden. Bij vervanging van de dakbedekking wordt het hele dak in één keer belegd met de klikfels van Klikzink, Sendzimir verzinkt staal met de matte organische coating die op elk vlak dezelfde kleur en dezelfde lijn houdt. Op het zuidelijke vlak liggen de banen met cellen, blind bevestigd onder de fels zonder een schroef door het staal. Op het noordelijke vlak liggen banen zonder cellen. Van de grond af, en ook van bovenaf, is het verschil niet te zien: dezelfde 475 millimeter werkende breedte, dezelfde haakse fels van 35 millimeter, hetzelfde mat donkere oppervlak.
Na een paar jaar krijgt het noordelijke vlak, zoals verwacht, een beetje aanslag bij de nokaansluiting waar het altijd wat vochtiger blijft. Dat is een kwestie van af en toe schoonmaken, precies zoals het zou zijn geweest als daar cellen in hadden gelegen. Het verschil is dat er op dit vlak geen opbrengst wegvalt die er niet al klein was, en dat er geen geld is besteed aan cellen die weinig hadden opgeleverd.
Er zijn twee situaties waarin een noordelijk vlak toch met cellen wordt uitgevoerd. De eerste is esthetisch: bij een zichtbaar dakvlak, bijvoorbeeld aan de straatzijde van een woonhuis, kan de opdrachtgever de voorkeur geven aan één doorlopende uitvoering over de hele kap, ook al is de opbrengstwinst op het noordelijke deel gering. De tweede is praktisch: als het dak sowieso al vervangen wordt en het prijsverschil tussen een baan met en zonder cellen op dat specifieke vlak klein uitvalt in verhouding tot de rest van het project, kan het simpelweg makkelijker zijn om de hele levering identiek te bestellen dan om twee varianten te laten walsen en op de juiste plek te leggen.
Wat in geen van beide gevallen verandert, is de fysica van het licht. Een noordelijk vlak blijft een noordelijk vlak, en de reden om hier cellen te leggen is dan ook nooit de opbrengst, maar het aanzien van het dak of het gemak van uitvoering. Dat is een andere afweging dan bij een flauwe helling of een gebogen dakvorm, waar de vorm van het dak zelf al bepaalt hoeveel licht er binnenkomt; die situaties behandelen wij afzonderlijk.
Voor een concreet dak, met de werkelijke oriëntatie en hellingshoek van elk vlak, rekenen wij uit op tekening wat een uitvoering met en zonder cellen op het noordelijke deel verschilt in kosten, en laten we zien hoe de overgang tussen de vlakken in de praktijk oogt. Een tekening met de kapvorm en de kompasrichting van elk vlak is voor ons genoeg om daar een eerste aanzet voor te maken.