Klikzink

Mos en vervuiling op een schilddak met zonnecellen

Een schilddak heeft geen platte gevels boven de goot maar vier schuine vlakken die tegen elkaar aan hellen, met hoekkepers waar ze samenkomen. Dat geeft een ander beeld dan een zadeldak met twee vlakken en een rechte nok. Op een schilddak loopt elke baan vanaf de goot omhoog tot aan een schuine lijn, en die lijn is op elk van de vier vlakken anders. Het gevolg is dat er behalve volle banen ook een reeks aflopende, steeds kortere banen ligt langs de hoekkeper. Voor de opwekking is dat een praktisch punt: hoe korter de baan, hoe minder cellen erin passen en hoe eerder een baan helemaal geen cel meer krijgt maar puur dakbedekking is.

Mos zoekt een plek om te wortelen, en die plek is bijna altijd een naad, een overlap of een rand waar water blijft staan of waar wind bladafval kan vasthouden. Op een dak met een gladde felsbaan zonder ruimte onder de bedekking is dat wortelpunt er in het vlak zelf niet. Vier gladde vlakken die op vrijwel dezelfde hoogte doorlopen, geven mos weinig te pakken. Waar het dan wel gebeurt, is precies waar het schilddak van zichzelf al meer randen heeft dan een zadeldak: langs de vier goten, in de hoekkepers en bij de aansluiting op de nok. Een schilddak heeft vier gootlijnen in plaats van twee, en elke gootlijn is een plek waar blad, naaldafval of stof kan blijven liggen als de afwatering er traag doorheen komt.

Waarom de hoekkeper meer aandacht vraagt

De hoekkeper is de schuine lijn waar twee dakvlakken samenkomen en waarlangs het water van beide vlakken naar de goot wordt geleid. Daar staat de baan onder een hoek die niet gelijk is aan de rest van het vlak, en de banen die er eindigen zijn korter dan hun buren. Bladafval en fijn stof waaien makkelijker in die hoek vast te houden dan op een groot vlak waar de wind vrij spel heeft. Bij een gebouw met bomen rondom, bijvoorbeeld een woonhuis met een schilddak op een ruime kavel, is de hoekkeper vaak de eerste plek waar na een paar jaar een dun laagje organisch materiaal ligt, niet omdat het materiaal daar makkelijker vastzit aan de plaat, maar omdat het er blijft liggen doordat de hoek minder wind vangt dan het open vlak.

Dat is meteen ook het verschil met vervuiling middenin een vlak. Op het grote gladde deel van elk van de vier schilden spoelt regen het meeste stof en pollen vanzelf mee naar de goot. De helling van een schilddak is vaak dezelfde als die van een zadeldak op hetzelfde type gebouw, en bij een normale dakhelling is dat voldoende om het vlak zelf schoon te houden. De cellen liggen in het vlak op dezelfde lijn als de banen zonder cellen, dus een grijzig laagje stof op een rustige plek in de stad legt zich gelijk over het hele oppervlak en spoelt met de volgende bui grotendeels mee weg. Vergelijk dat met de situatie die wij beschrijven bij een felsdak met panelen erop: daar liggen de panelen los boven het dakvlak, met een spleet ertussen waarin juist wel vuil kan blijven liggen, zoals wij uitleggen bij [de vergelijking met een felsdak met panelen op de baan](/dakstroom/mos/tegenover-felsdak-met-panelen).

Wat de korte banen kosten aan opbrengst

De kortere banen langs de hoekkeper zijn het punt waar een schilddak zich onderscheidt van een zadeldak met zijn twee lange, gelijke vlakken. Op een zadeldak loopt vrijwel elke baan van goot tot nok in dezelfde lengte, met misschien een paar afwijkende stroken bij een dakkapel. Op een schilddak is dat anders: naast de volle banen op het brede middendeel van elk vlak lopen er, dichter bij de hoekkeper, steeds kortere banen die eerder stoppen omdat het dakvlak er al versmalt. Een korte baan met weinig oppervlak levert weinig op, en onder een bepaalde lengte is het praktischer om daar een baan zonder cel te leggen en de opwekking te concentreren op het brede middendeel waar de volle banen liggen.

Dat heeft ook gevolgen voor waar vervuiling het meest merkbaar is in de praktijk. Een dun laagje stof op een volle baan met veel celoppervlak raakt meer opbrengst dan hetzelfde laagje op een korte baan die toch al weinig cel bevat. Bij de indeling op tekening wordt daarom niet alleen gekeken naar waar de banen passen, maar ook naar welke vlakken van het schilddak de meeste zoninstraling krijgen en dus de meeste volle banen verdienen. Bij een woning met een schilddak waarvan het zuidvlak breder is dan de andere drie, ligt de meeste opwekking logischerwijs op dat zuidvlak, en juist daar loont het om het vlak schoon te houden, terwijl de kortere banen op de smallere zijvlakken minder gevoelig zijn voor een beetje stof omdat ze toch al beperkt bijdragen.

Onderhoud in de praktijk

Omdat de cellen in het vlak zelf liggen en niet op een aparte drager boven het dak, is er geen ruimte onder de opwekking waar bladafval zich kan verzamelen zonder dat je het ziet. Bij panelen op beugels ligt er altijd een spouw tussen paneel en dakvlak, en in die spouw waait blad naar binnen dat je er niet zomaar uit veegt zonder het paneel te demonteren. Op een schilddak met de cellen in de felsbaan is er niets om onder te kijken. Wat er ligt, ligt zichtbaar op het vlak, en bij een dak dat toch al schoongehouden moet worden vanwege de goten op vier hoeken, is een blik op de hoekkepers een logisch onderdeel van dat rondje.

De vier goten van een schilddak vragen sowieso wat vaker onderhoud dan de twee goten van een zadeldak, simpelweg omdat er meer randen zijn waar blad in kan vallen. Wie het dak toch periodiek nakijkt op de goten, kan in één beweging de hoekkepers meenemen. Dat is geen extra klus die er specifiek bij komt door de opwekking in het dakvlak; het is de normale controle van een schilddak, met de cellen die er gewoon in meelopen.

Wanneer een schilddak vraagt om een andere aanpak

Bij een schilddak met veel schaduw van omliggende bebouwing of hoge bomen rond een of meer vlakken, kan het zijn dat alleen het zuidvlak of het meest open vlak interessant genoeg is om vol te leggen, en dat de andere drie vlakken beter zonder cellen blijven. Dat is geen nadeel van deze uitvoering, het is een gevolg van hoe een schilddak nu eenmaal is opgebouwd: vier vlakken die niet allemaal evenveel zon krijgen en niet allemaal even lang zijn. Voor een dak dat toch al aan vervanging toe is, betaalt de opdrachtgever in dat geval voor de dakbedekking op alle vlakken en voor de opwekking op het vlak waar het loont, zonder dat een van de twee de andere in de weg zit.

Of de indeling met de hoekkepers, de lengte van de banen per vlak en de verdeling van cellen over de vier schilden op een specifiek dak uitkomt, hangt af van de precieze afmetingen en de oriëntatie van het gebouw. Klikzink rekent dat uit op tekening, kosteloos, zodat voor dit dak duidelijk is welke vlakken vol worden gelegd en welke banen langs de hoekkeper zonder cel blijven.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink