Klikzink

Onderhoud bij solar felsdak op een lessenaarsdak

Een lessenaarsdak is in veel opzichten het eenvoudigste dak dat er is. Één vlak, één helling, geen nok, geen twee kanten die tegen elkaar aan lopen. Voor een felsbaan met de zonnecellen erin verwerkt is dat een gunstige uitgangspositie, want alles wat er te onderhouden is, speelt zich af op één doorlopend oppervlak zonder overgangen. Er is geen nok waar bladeren zich verzamelen, geen ontmoeting van twee dakvlakken waar water moet worden opgevangen en omgeleid, en geen richting die in de schaduw ligt terwijl de andere in de zon staat. Wat hier aan onderhoud nodig is, is voor een groot deel een kwestie van de helling en de lengte van de banen, niet van een ingewikkelde vorm.

De eerste vraag die opdrachtgevers vaak stellen is of een dakvlak met geïntegreerde cellen sneller vervuilt dan een dak met paneel op frame. Dat is niet zo, en het lessenaarsdak laat dat goed zien. Bij panelen die op beugels boven het dakvlak liggen, ontstaat er altijd een spleet tussen het paneel en de ondergrond. Die spleet vangt blad, mos, zand en het stuifmeel van bomen, en juist die opgevangen laag is waar vocht blijft staan en waar op termijn mos in ontkiemt. Bij de felsbaan met cellen erin liggen de cellen in het vlak van de baan, op dezelfde lijn als de banen zonder cellen. Er is geen randje, geen kier en geen tussenruimte waar iets kan blijven liggen. Regen die over een lessenaarsdak naar beneden loopt, spoelt in één beweging door, van de bovenkant van het vlak naar de dakrand, zonder obstakel. Op een dak met een frame erop moet het water eerst om de beugels heen, en dat is precies waar vervuiling zich ophoopt.

Wat er in de praktijk gebeurt, hangt sterk samen met de helling die bij een lessenaarsdak wordt toegepast. Bij een helling die steil genoeg is, zorgt de zwaartekracht voor het grootste deel van het werk: los vuil, stuifmeel en fijn zand spoelen vanzelf mee met regenwater. Bij een lessenaarsdak met een flauwere helling ligt dat anders, en dan schuift het antwoord op onderhoud een stukje op richting wat er bij een vlak met weinig afschot nodig is. Voor de meeste lessenaarsdaken die met deze felsbaan worden uitgevoerd, is de helling voldoende om zelfreinigend gedrag te laten optreden, maar het is wel iets om vooraf op tekening te bekijken, niet iets om als vaste aanname te hanteren.

Een tweede punt dat bij een lessenaarsdak meespeelt is de lengte van de banen. Omdat er geen nok is, kan de felsbaan vaak in één stuk van de bovenkant van het dakvlak tot de dakrand doorlopen, zonder een overlap halverwege. Dat is relevant voor onderhoud, want elke overlap of aansluiting is in theorie een plek waar iets kan blijven hangen. Bij een lessenaarsdak met lange, ongebroken banen is dat aantal aansluitingen tot een minimum beperkt. Een aannemer die een lessenaarsdak van bijvoorbeeld acht meter lengte bekleedt, kan met doorlopende banen werken die van boven tot onder één geheel vormen. Vergelijk dat met een zadeldak, waar de nok altijd een overgang vormt tussen twee vlakken: bij een lessenaarsdak ontbreekt die overgang volledig, en dat is precies waarom het onderhoud hier eenvoudiger uitpakt dan bij de meeste andere dakvormen.

Wat betekent dit voor de inspectie die een eigenaar of beheerder met enige regelmaat zou willen doen? Bij een lessenaarsdak is dat in de praktijk een kwestie van van beneden af, of vanaf de goot, langs het vlak kijken of er ergens een opeenhoping van blad of mos zichtbaar is, met name bij de dakrand waar het water het vlak verlaat. Omdat er geen nok en geen tweede vlak is, valt in één blik het hele dakoppervlak te overzien. Bij een schilddak of een gebogen dak moet een inspecteur meerdere vlakken en overgangen langs, bij een lessenaarsdak is dat met één blik vanaf één kant klaar. Voor een woonhuis met een aangebouwde lessenaarskap, zoals veel bij uitbouwen en garages voorkomt, is dat een inspectie die zonder ladder al veel duidelijk maakt.

Een derde onderwerp is mos en algengroei, waar mensen bij een dak met zonnecellen vaak naar vragen omdat ze denken dat het de opbrengst raakt. Bij een lessenaarsdak dat richting het noorden wijst, blijft het vlak langer vochtig dan bij een zuidgerichte helling, en dat is een omstandigheid waarin mos iets makkelijker aanslaat. Maar ook dan geldt: het gladde, matte oppervlak van de felsbaan geeft mos weinig grip vergeleken met de ruwere structuur van een dakpan of het frame van opgelegde panelen. Wat nodig is bij zo'n vlak is een incidentele controle, niet een vast onderhoudsschema met een vaste frequentie. Bij een dak dat naar het zuiden wijst en tegelijk een lessenaarsvorm heeft, droogt het vlak zo snel op dat mos vrijwel geen kans krijgt.

De bekabeling is een vierde aandachtspunt, en ook hier speelt de eenvoud van het lessenaarsdak in het voordeel. Omdat de cellen in het vlak van de baan liggen en er geen tweede laag boven het dak is, loopt de bekabeling onder de banen door naar binnen, zonder kabels die over het dakoppervlak liggen en die bij onderhoud in de weg zitten of beschadigd kunnen raken. Bij een lessenaarsdak met één doorlopende helling is de route van de bekabeling naar de doorvoer meestal recht en kort, wat het aantal plekken waar een installateur ooit iets moet natrekken beperkt houdt.

Dan de vraag die de kern van deze pagina raakt: wanneer draait de ligging het antwoord om? Dat gebeurt vooral bij een zeer flauwe lessenaarshelling, waarbij het zelfreinigend effect van de helling wegvalt en het vlak zich eerder gedraagt als een vlak dak dan als een hellend dak. In die situatie is de vorm nog steeds een lessenaarsdak, maar het onderhoud verschuift naar wat nodig is bij weinig afschot: vaker kijken naar opeenhoping van vuil bij de laagste rand, en eerder ingrijpen als daar iets blijft liggen. Ook een lessenaarsdak dat aan een kant tegen een muur of een hoger gebouw aan ligt, kan lokaal meer blad verzamelen dan het middenstuk van het vlak, simpelweg omdat de wind daar minder vrij spel heeft. Dat is dan geen kwestie van de dakvorm zelf, maar van de omgeving waarin het dak ligt, en dat weegt een aannemer mee bij het bepalen van de indeling van de banen op tekening.

Onderhoud aan een lessenaarsdak met deze felsbaan komt in de praktijk dus neer op weinig; een enkele visuele controle per jaar, met iets meer aandacht bij een flauwe helling of een noordgerichte ligging, en verder het vertrouwen dat een dakvlak zonder beugels, zonder spleet en zonder nok simpelweg minder aangrijpingspunten biedt voor vuil dan een dak met paneel op frame. Wat dat concreet betekent voor een specifiek gebouw, met zijn eigen helling, oriëntatie en omgeving, rekenen wij uit op tekening, zonder dat daar kosten aan verbonden zijn.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink