Klikzink

Wat sneeuw doet op het dak van een loods

Een loodsdak is meestal groot, vlak van vorm en zonder veel onderbrekingen. Precies die eenvoud maakt sneeuw hier een ander verhaal dan bij een dak met dakkapellen, hoeken en installaties erop. Op een felsbaan met geïntegreerde zonnecellen ligt het vlak, zonder frames of opstaande randen die sneeuw kunnen vasthouden. Dat is het uitgangspunt voor alles wat hierna volgt.

Bij een gewoon paneel op beugels ontstaat een klein reliëf op het dak: de onderkant van het frame, de ruimte onder het paneel, de rand waar het beugelwerk zit. Sneeuw blijft daar makkelijker liggen, vooral aan de onderzijde waar hij tegen het profiel aan drukt. Bij solarfels is het dakvlak van baan tot baan hetzelfde vlak: de cellen liggen in het staal, niet erop. Er is geen rand om achter te blijven hangen. Sneeuw die op een gladde, doorlopende felsbaan ligt, glijdt bij dooi of bij voldoende hellingshoek in één keer af, net als op de rest van het dak.

Waar dat naartoe glijdt is voor een loods een praktische vraag. Bij een langgerekte loodskap met een flauwe helling komt een pak sneeuw in de goot terecht, en bij een steilere kap kan het over de dakrand naar buiten schieten. Dat laatste is iets om rekening mee te houden bij een overheaddeur, een laadperron of een looppad langs de gevel: als daar mensen of vrachtwagens langslopen op het moment dat het dak zich ontdoet van een sneeuwpak, is dat iets voor de aannemer om in de uitvoering mee te nemen, los van de zonnecellen. Dat is geen nieuw risico dat solarfels toevoegt; het is hetzelfde gedrag dat een gewoon stalen dak al vertoont, omdat de felsbaan zelf niet verandert. Wat wel verandert is dat er geen frames zijn die het pak in stukken breken en vasthouden: het glijdt eerder in één vlak, in plaats van in brokken die om beugels heen blijven hangen tot de dooi ver op gang is.

Voor de goot betekent dat een geconcentreerde belasting op het moment van afglijden in plaats van een geleidelijke aanvoer. Bij dakvlakken met een grote oppervlakte, zoals een loods al snel heeft, is dat een reden om de goot en de aansluitpunten daarop te dimensioneren zoals bij elk stalen dak van die omvang: niet omdat er zonnecellen in het dak zitten, maar omdat het dakvlak groot is. Wij kijken daar op tekening naar, samen met de gootcapaciteit en de plek waar het water en de sneeuw naartoe moet.

Wat een pak sneeuw op het dakvlak, voordat het afglijdt, met de opwekking doet, ligt anders dan bij schaduw van een boom of een schoorsteen. Sneeuw bedekt het hele vlak gelijk, dus er is geen sprake van een deel van het dak dat wel opwekt en een ander deel dat niet opwekt: bij een dik pak ligt de opwekking van het hele dakvlak tijdelijk stil, tot het gaat glijden of smelten. Zodra een strook vrijkomt, gaat die strook weer meedoen. Bij een dak dat richting het zuiden helt en dus de meeste zon vangt, is dat ook het vlak waar sneeuw als eerste smelt zodra de zon er weer op staat, wat het herstel van de opwekking na een sneeuwval sneller laat gaan dan op een noordhelling.

Voor een loods is dat samenspel relevant om een andere reden dan de opwekking zelf. Het verbruik in een loods zit doorgaans in machines, transportbanden, verlichting en soms koeling, en dat verbruik loopt overdag, tijdens bedrijfsuren. Er is meestal geen verwarmingsinstallatie die 's nachts of continu stroom vraagt, zoals bij een woning met een warmtepomp. Dat betekent dat de momenten waarop een loods stroom nodig heeft, grotendeels samenvallen met de momenten waarop de zon op het dak staat en een sneeuwpak, als het er al ligt, het snelst weer wegtrekt. Bij vorst zonder zon blijft een dun laagje soms wat langer liggen, maar dat is een tijdelijke situatie die zich vanzelf oplost zodra de temperatuur weer boven het vriespunt komt of de zon er meer dan een uur op staat.

Een andere praktijkvraag is wat er gebeurt als het dak zelf, onder het pak sneeuw, licht opwarmt. Bij zonnecellen die in bedrijf zijn ontstaat een beetje warmte in het dakvlak, zoals wij toelichten bij [warmte onder het dakvlak bij een loods](/dakstroom/loods/warmte). Die warmte is niet groot genoeg om een dak actief sneeuwvrij te maken zoals een dakverwarming dat doet, maar ze kan er wel aan bijdragen dat de onderste laag van een sneeuwpak iets eerder loslaat van het staal dan bij een onverwarmd dakvlak. Voor een loods met een groot, aaneengesloten dakvlak is dat een gunstige bijkomstigheid, geen op zichzelf staand argument om voor deze uitvoering te kiezen.

Wat dit voor een concreet gebouw betekent, hangt af van de hellingshoek van de kap, de lengte van het dakvlak, de positie van de goot en wat er langs de gevel gebeurt op het moment dat sneeuw afglijdt. Dat rekenen we uit op tekening, per dakvlak, samen met de vragen die er bij een loods altijd bij horen, zoals waar de bekabeling het dak verlaat, zoals uitgewerkt bij [hoe de stroom naar binnen komt bij een loods](/dakstroom/loods/stroom-naar-binnen). Een tekening van het gebouw, de gootpositie en de gewenste dakopbouw is voldoende om te laten zien wat er bij sneeuwval gebeurt en waar dat om aandacht vraagt in de uitvoering.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink