Klikzink

Wat sneeuw doet bij een aanbouw met zonnecellen

Een aanbouw heeft meestal een klein dakvlak, dicht bij de grond, vaak tegen de gevel van het bestaande huis aan. Precies daardoor is sneeuw hier een ander verhaal dan op een groot hoofddak. Het vlak is kort, de helling is vaak beperkt, en alles wat van het dak afkomt landt dicht bij de deur, het raam van de meterkast of het pad naar de tuin. Wat er met sneeuw gebeurt op zo'n dakvlak is dus niet een kwestie van esthetiek, maar van waar het water en het ijs terechtkomen.

Een felsdak met geïntegreerde zonnecellen is glad en vlak. Er zijn geen klemmen die boven het oppervlak uitsteken, geen randen van een paneelframe waar sneeuw achter kan blijven hangen, geen richel die een wig vormt. Op een dak met opgelegde panelen blijft sneeuw vaak juist rond die randen liggen, in dunne stroken tussen paneel en dakvlak, en smelt daar langzamer omdat de zon er minder bij kan. Bij een felsbaan met de cellen in het vlak zelf is er geen rand om achter te blijven hangen. De sneeuw ligt op één doorlopend oppervlak en gedraagt zich zoals sneeuw op staal zich gedraagt: het glijdt er in een geheel vanaf zodra de temperatuur van het dakoppervlak boven het vriespunt komt, of wanneer de massa te zwaar wordt voor de wrijving die de coating nog biedt.

Waarom dat afglijden bij een aanbouw net iets anders werkt

Op een groot hoofddak valt een sneeuwpak van een dakvlak dat meters lang is en meters boven de grond hangt. Bij een aanbouw is dat vlak kort en laag. Dat betekent twee dingen. Ten eerste is de valafstand klein, dus de klap waarmee een pak sneeuw van het dak komt is minder hard dan bij een steil, hoog dak. Ten tweede ligt de goot van de aanbouw vaak direct onder de rand van dat korte vlak, en soms grenst die rand aan de gevel van het hoofdgebouw of aan de plek waar de meterkast in de buitenmuur zit. Een pak sneeuw dat in een geheel van het dak schuift, komt dus niet ergens ver in de tuin terecht, maar recht op de goot, op de drempel van de achterdeur, of tegen de meterkastdeur aan.

Bij een woning waar de aanbouw is aangebouwd tegen de achtergevel en de meterkast net naast de achterdeur in die gevel zit, is dat een concreet punt om bij het ontwerp te bekijken. Als de dakrand van de aanbouw direct boven het pad naar de meterkast ligt, is het verstandig om bij de goot rekening te houden met een sneeuwval die in één keer komt in plaats van geleidelijk wegsmelt. Dat is geen reden om van een felsdak af te zien, het is een reden om de goot en de plek van de meterkastdeur samen op tekening te bekijken voordat het dak wordt uitgevoerd.

Wat dat betekent voor de goot

Een gewone dakgoot is uitgelegd op regenwater dat gelijkmatig over de lengte van het dak naar beneden komt. Een schuif van sneeuw is geen regenwater: het is een geconcentreerde massa die op een kort stuk goot terechtkomt, vaak precies op de plek onder de laagste rand van het vlak. Bij een lang hellend dak verdeelt die belasting zich over de hele gootlengte. Bij een kort dakvlak van een aanbouw is die gootlengte zelf al beperkt, waardoor dezelfde hoeveelheid sneeuw op een kleiner stuk goot valt.

In de praktijk betekent dat niet dat de goot anders moet worden uitgevoerd dan bij een dak zonder geïntegreerde cellen. Het betekent wel dat het de moeite waard is om bij een laag, kort dakvlak te kijken naar de maat van de goot en naar eventuele sneeuwvang of een aangepaste overloop, net zoals dat bij ieder ander gladdak met een korte, lage rand het geval is. Dat is een kwestie voor de dakdekker en de aannemer samen, aan de hand van de tekening van het specifieke dakvlak, niet iets waar één vast antwoord voor bestaat.

De overgang naar het hoofddak

Bij veel aanbouwen loopt het lage dakvlak tegen de gevel van het hoofdgebouw aan, vaak met een korte opstand of een inwendige hoek. Die overgang is een tweede plek waar sneeuw zich anders gedraagt dan op het open middenvlak. In de hoek tussen aanbouwdak en gevel is er minder wind, minder zon en dus minder smelt. Sneeuw die van het hoofddak zelf afkomt, kan bovendien op het lagere dak van de aanbouw terechtkomen en zich daar opstapelen tegen die opstand aan.

Dat is geen bijzonderheid van geïntegreerde zonnecellen, dat geldt voor ieder dakvlak met die vorm. Maar omdat de felsbaan met cellen een glad, doorlopend oppervlak is zonder onderbrekingen, is de kans dat die opgestapelde sneeuw ergens blijft haken juist kleiner dan bij een dak met opgelegde panelen. Wat er wel toe doet, is de detaillering van die aansluiting: de hoogte van de opstand, de manier waarop de fels bij de gevel wordt afgewerkt, en of er voldoende ruimte is voor sneeuw om zonder blokkade weg te smelten of af te glijden. Dat werken we uit op de tekening van het specifieke dakvlak, niet in algemene termen, omdat elke aanbouw een andere maat en een andere aansluiting heeft.

De meterkast als aandachtspunt

Bij een aanbouw zit de meterkast regelmatig in de buitengevel op de begane grond, dicht bij de plek waar het dakvlak van de aanbouw eindigt. Dat roept in de praktijk twee vragen op. De eerste is waar het dooiwater en de sneeuwval van het dak terechtkomen ten opzichte van de meterkastdeur: bij een dakrand die precies boven die deur uitkomt, is het verstandig om de druiplijn van het dak iets te verleggen of een kleine overkapping bij de meterkast te overwegen, zodat er geen sneeuw en dooiwater op die deur terechtkomt telkens als het dakvlak zich ontlaadt. De tweede vraag betreft de bekabeling die vanaf het dak naar de meterkast toe loopt, maar dat is een onderwerp dat op een andere pagina van deze site aan de orde komt, niet hier.

Wanneer dit vlak eigenlijk te klein is om het verschil te merken

Bij een heel klein plat of licht hellend aanbouwdak, van een paar vierkante meter, is het effect van sneeuwval nauwelijks anders dan bij een gewoon plat dak: er ligt weinig sneeuw, er glijdt weinig af, en de goot heeft er weinig aan te verduren. Het onderwerp wordt pas relevant vanaf het moment dat het dakvlak een reële helling heeft en een lengte van een paar meter, waarbij een substantieel pak sneeuw zich kan vormen voordat het in één keer naar beneden komt. Of dat bij een specifieke aanbouw het geval is, hangt af van de hellingshoek, de oriëntatie en de lengte van het dakvlak. Dat berekenen en beoordelen we aan de hand van de tekening van het gebouw, niet met een algemene regel die voor elk dak zou gelden.

Voor wie dit overweegt

Sneeuw op een aanbouwdak is in de eerste plaats een detailleringsvraagstuk: waar komt de goot, hoe hoog is de opstand tegen het hoofddak, en waar zit de meterkast ten opzichte van de dakrand. Een felsdak met geïntegreerde zonnecellen verandert daaraan niets fundamenteels ten opzichte van een gewoon felsdak, omdat het net zo glad en doorlopend is. Het verschil met een dak met opgelegde panelen is dat er geen randen of klemmen zijn waar sneeuw blijft hangen, wat het gedrag voorspelbaarder maakt: het glijdt in een geheel af in plaats van in brokken te blijven liggen.

Wat dat in een concreet geval betekent voor de goot, de meterkastdeur en de aansluiting op het hoofddak, hangt af van de maat en de vorm van het specifieke dakvlak. Stuur de tekening van de aanbouw en we rekenen samen uit waar de aandacht naartoe moet.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink