Klikzink
Een vakantiepark bestaat zelden uit één groot dak. Het bestaat uit veel kleine daken: bungalows, sanitairgebouwen, een receptie, een botenloods, een overkapping bij het zwembad. Elk van die daken heeft zijn eigen vorm, zijn eigen schaduw en zijn eigen doorvoeren. Op zo'n dak ligt niet elke felsbaan vol met zonnecellen. Sommige banen liggen er zonder, en dat is geen compromis maar een keuze die op tekening wordt gemaakt voordat er één plaat gewalst is.
Een baan zonder cellen is dezelfde klikfels, dezelfde Sendzimir verzinkte plaat met dezelfde matte organische coating, dezelfde werkende breedte van 475 mm en dezelfde haakse fels van 35 mm. Hij wordt op dezelfde manier blind bevestigd, onder de fels, zonder schroef door het dakvlak. Het enige verschil is dat er geen cel in verwerkt is. Op het dak zelf is dat verschil met het blote oog nauwelijks te zien: de kleur is gelijk, de lijn is gelijk, de baan ligt naast zijn buren zoals elke andere baan dat doet. Wie op de grond staat en naar boven kijkt, ziet één dakvlak, niet een lappendeken van wel en niet.
Bij een bungalowpark met veel kleine kapschuurtjes en zadeldaken tussen bomen valt er op een deel van elk dak vaste schaduw, van de nokrand van het buurhuisje, van een boom die niet gekapt wordt omdat die er al veertig jaar staat, van een schoorsteen op het dak zelf. Op die plekken heeft een cel weinig zin: hij levert weinig en drukt het rendement van de hele string omlaag als hij in serie staat met banen die wel volle zon krijgen. Daar ligt dan een baan zonder cellen, en het dakvlak blijft esthetisch één geheel.
Hetzelfde geldt rond doorvoeren. Een sanitairgebouw op een park heeft afzuigkanalen, een rookgasafvoer, soms een lichtkoepel boven de douches. Rond zo'n doorvoer moet het dak waterdicht aansluiten, en dat vraagt om ruimte voor loodslabben of een pasplaat. Een cel in die baan zou toch deels afgedekt of doorbroken worden, dus daar wordt bewust een baan zonder cellen gelegd, precies op de plek waar hij nodig is.
En er is de grens van het budget. Een park met dertig identieke bungalows kan besluiten dat niet elk dak vol hoeft te liggen. Bijvoorbeeld de zuidelijke helft van elk zadeldak wekt op, de noordelijke helft, die toch weinig opbrengt, ligt met de gewone baan. Dat is geen verlies aan kwaliteit van het dak; het is dezelfde felsbaan, dezelfde levensduur, dezelfde manier van bevestigen. Alleen zit er geen cel in.
Een vakantiepark heeft een verbruikspatroon dat opvallend goed samenvalt met de zon. De bungalows staan in de winter grotendeels leeg of worden spaarzaam gebruikt, en juist in de maanden dat de zon het hoogst staat en het langst schijnt, zijn de huisjes vol: wasmachines draaien, koelkasten staan vol, het zwembad wordt verwarmd, de receptie draait op volle bezetting. Dat betekent dat de opwekking van de banen met cellen samenvalt met het moment dat het park het meeste stroom nodig heeft. Voor de plekken waar geen cel ligt, verandert dat overigens niets: die banen doen precies wat elke felsbaan doet, het dak dicht houden, wind en neerslag afvoeren, jaar in jaar uit.
Omdat een park uit veel kleine daken bestaat in plaats van uit één groot dak, wordt de verhouding tussen wel en niet cellen per gebouw opnieuw bepaald. Een botenloods met een groot vlak zuidoost georiënteerd dakvlak en weinig obstakels kan bijna volledig met cellen liggen. Een bungalow met een schoorsteen, een dakraam en een boom ernaast heeft misschien maar zestig procent van het dakvlak beschikbaar voor cellen. Dat wordt per dak bekeken, niet in één keer voor het hele park.
Bij een paneel dat op een bestaand dak wordt gelegd, is de keuze waar wel en waar geen paneel komt een keuze over waar je een frame neerzet. Je legt panelen op de plekken met de meeste zon en laat de rest van het dak leeg; het dakvlak zelf verandert niet, het blijft de ondergrond waarop iets anders staat. Bij een felsbaan met geïntegreerde cellen is de keuze waar wel en waar geen cel komt een keuze over de dakbedekking zelf. De baan zonder cellen is niet leeg dak dat wacht op een paneel dat er nooit komt; het is de definitieve afwerking van dat deel van het dak, net zo goed als de baan met cellen dat is voor zijn deel.
Dat heeft een praktische kant bij een park met veel gebouwen van dezelfde soort. Bij losse panelen bepaal je per gebouw opnieuw waar het frame komt, met eigen doorvoeren voor de bevestiging door de dakbedekking heen. Bij de felsbaan wordt de indeling van cellen en lege banen in de fabriek al meegenomen in de levering op maat: de platen komen aan met de juiste banen op de juiste plek in de juiste volgorde, en op het dak wordt precies gelegd wat er bedacht is. Voor een aannemer die tien of twintig identieke bungalows achter elkaar aanpakt, is dat een ander soort logistiek dan het monteren van losse framesets per dak.
De keerzijde is dat de flexibiliteit van een paneelframe er niet is. Een los paneel kan je verplaatsen als de boom naast het huisje groter wordt en meer schaduw geeft. Een baan zonder cellen ligt vast in het dakvlak en verandert niet mee met de begroeiing. Wie op een park verwacht dat de situatie over tien jaar duidelijk anders is dan nu, moet die overweging meenemen in de indeling die vooraf gemaakt wordt.
Deze aanpak loont vooral wanneer het dak van een gebouw op het park toch al aan vervanging toe is, of wanneer er nieuwe bungalows of een nieuw sanitairgebouw bijgebouwd worden. Dan betaal je één keer voor het dak en de opwekking samen, en de verdeling tussen banen met en zonder cellen wordt onderdeel van diezelfde tekening. Bij een dak dat nog jaren meekan, is loszittende panelen op de bestaande dakbedekking meestal de logischere stap; die kun je aanbrengen zonder het dak zelf te vervangen.
Wat een baan met of zonder cellen op een specifiek dak van een specifiek gebouw op het park oplevert, en hoeveel van het dakvlak daadwerkelijk met cellen belegd kan worden, is niet in algemene termen te zeggen. Dat hangt af van de oriëntatie van elk dak, de obstakels erop en de indeling die de architect of aannemer voor ogen heeft. Klikzink rekent dat uit op tekening, per gebouw en per dakvlak, zonder kosten voor het meedenken.