Klikzink
Een boerderijdak is vaak groter dan wat de installatie eronder kan gebruiken. Een schuur of stal heeft een dakvlak van honderden vierkante meters, maar de aansluiting op het net en de bekabeling daarachter zijn ooit aangelegd voor een paar tl-bakken, een voerinstallatie en misschien een melkrobot. Al dat dakvlak vol leggen met opwekkende banen heeft dan geen zin: er is simpelweg geen aansluiting die het vermogen kan wegzetten. Daarom bestaat de baan zonder cellen. Dezelfde felsbaan, dezelfde kleur, dezelfde lijn in het dakvlak, maar zonder de cellen erin verwerkt. Hij ziet er niet anders uit dan de baan ernaast, hij ligt er alleen om het dak dicht te maken, niet om stroom te leveren.
Bij een boerderij is de plek van de baan zonder cellen meestal een kwestie van rekenen, niet van esthetiek. Op een groot, aaneengesloten dakvlak van een ligboxenstal of een aardappelloods bepaalt de aansluitcapaciteit hoeveel vierkante meter aan opwekkende banen zinvol is. Is dat vermogen bereikt, dan wordt de rest van het dakvlak gewoon met banen zonder cellen afgemaakt. Dat kan een strook langs de nok zijn, een volledig dakschild aan de noordzijde, of een verdeling over het hele vlak, afhankelijk van hoe de kaveldeler en de meterkast zijn ingericht. Er is geen technische noodzaak om het ene deel wel en het andere niet te bedekken met cellen; het is een knop die je per project omzet naar wat de aansluiting aankan en wat het budget toelaat.
Daarnaast wordt de baan zonder cellen gebruikt op plekken waar cellen sowieso weinig zouden opleveren of waar ze in de weg zitten. Oudere boerderijschuren hebben vaak een dakconstructie met doorvoeren voor ventilatiekokers, lichtstraten, een hijsbalk of een oude schoorsteenrestant die niet is weggehaald bij een eerdere verbouwing. Rond zo'n doorvoer is een baan zonder cellen praktischer: geen cel die voor een deel in de schaduw van een kokerdoorvoer ligt, geen inpassing die extra snijwerk vraagt. Ook een dakvlak dat gedeeltelijk in de schaduw van een naastgelegen kapschuur, een hoge boom of een silo valt, is een logische plek voor cellen vrije banen. Cellen die het grootste deel van de dag beschaduwd liggen wekken weinig op en verdienen hun meerprijs niet terug; de baan zonder cellen doet daar precies wat nodig is, namelijk het dak waterdicht houden, en niets meer.
Bij een aannemer of een agrarisch ondernemer die het dak van een stal laat vervangen, speelt vaak een derde overweging: geld. Een felsbaan met cellen kost meer dan een baan zonder cellen, en dat verschil loopt op naarmate het dakvlak groter wordt. Bij een boerderij met een dakvlak van, zeg, achthonderd vierkante meter is het niet ongewoon dat een deel van het dak wordt uitgevoerd met cellen en een groter deel zonder, simpelweg omdat het beschikbare budget of de gewenste opwekcapaciteit dat aangeeft. De keuze waar de grens ligt, wordt op tekening gemaakt: welk deel van het dakvlak naar het zuiden of zuidwesten helt, waar de meterkast zich bevindt, hoeveel vermogen de aansluiting verdraagt, en wat er financieel haalbaar is. Dat is precies het soort rekenwerk dat per dakvlak verschilt en dat wij op tekening doorrekenen, niet iets waarvoor een vast getal op deze pagina zou passen.
Bij een dak met panelen op beugels is de verdeling tussen wel en niet opwekken een aparte beslissing die los staat van de dakbedekking zelf. Eerst wordt het dak gedekt, met pannen of platen, en pas daarna wordt bepaald op welk deel van dat dak panelen worden gelegd. Het resultaat is vaak een duidelijk herkenbaar veld van panelen op een deel van het dak, met een rand van kale pannen of platen ernaast. Bij een felsbaan met geïntegreerde cellen valt die knip weg: de opwekkende baan en de baan zonder cellen zijn hetzelfde bouwdeel, met dezelfde coating, dezelfde felsmaat en dezelfde bevestiging onder de fels. Vanaf de grond, en zelfs van dichtbij op het dak, is aan een baan zonder cellen niet te zien dat hij geen cellen bevat, behalve dat het oppervlak vlak blijft zonder de cellenstructuur. Er is geen tweede laag die op een deel van het dak ligt en op een ander deel ontbreekt; het dakvlak blijft over de volle lengte één doorlopend geheel, met of zonder opwekking.
Dat heeft ook gevolgen voor hoe een dakvlak later kan worden aangepast. Bij panelen op beugels kan een veld eenvoudig worden uitgebreid door er beugels en panelen bij te leggen, zolang het dak zelf dat toelaat. Bij een felsdak met geïntegreerde cellen ligt dat anders: de banen zijn onderdeel van de dakbedekking zelf en worden bij de bouw of vervanging van het dak in één keer gelegd. Een baan zonder cellen vervangen door een baan met cellen is achteraf niet iets wat je er even bij doet; het vraagt dat die baan wordt losgemaakt en vervangen, wat in de praktijk alleen zinvol is als er toch al onderhoud aan die kant van het dak gepland staat. Daarom wordt bij boerderijen met plannen voor uitbreiding van de veestapel of een nieuwe aansluiting vaak vooraf al rekening gehouden met een grotere strook cellen dan strikt nodig is voor de huidige situatie, zodat er niet over een paar jaar opnieuw aan het dak gewerkt moet worden.
Voor een agrariër of aannemer die een offerte aanvraagt, is het praktische gevolg dat de indeling van het dakvlak, welk deel cellen krijgt en welk deel niet, onderdeel is van het ontwerp, niet een keuze die achteraf wordt gemaakt. Op de tekening van de stal of loods wordt aangegeven waar de zon het grootste deel van de dag onbelemmerd op het dak valt, waar doorvoeren en obstakels zitten, en wat de aansluitcapaciteit toelaat. Op basis daarvan wordt bepaald welke banen met cellen worden uitgevoerd en welke zonder. Dat is geen standaardverdeling die voor elke boerderij gelijk is; een ligboxenstal met een vrij, oost-west gericht dakvlak en een zware aansluiting voor een mestvergister ligt anders dan een oude kapschuur met een noord-zuid kap en een lichte aansluiting voor alleen verlichting en een paar stopcontacten. Wat er per dakvlak wel of niet zinvol is om te bedekken met cellen, rekenen wij uit op tekening, kosteloos en zonder dat daar al een verplichting aan vastzit.