Klikzink
Een boerderij met een asbestdak komt op een gegeven moment op een lijst terecht. De golfplaten moeten eraf, gecertificeerd, en er moet iets nieuws voor in de plaats. Op dat moment is de vraag niet meer of je een nieuw dak koopt, want dat gebeurt sowieso. De vraag is wat voor dak dat wordt. En daarmee verschuift de vergelijking. Je vergelijkt dan niet solarfels met een kaal nieuw dak plus niets erop, maar met een nieuw dak plus panelen die er los bovenop komen. Bij die vergelijking betaal je de dakbedekking hoe dan ook, en de vraag is alleen nog of de opwekking een tweede laag wordt of onderdeel van de eerste.
Bij een schuur of een kleine berging is dat verschil marginaal. Bij een boerderij niet, want een boerderijdak is meestal een groot, aaneengesloten vlak zonder de kapellen, kilgoten en dakramen die een woonhuis wel heeft. Eén lange, rechte helling, soms twintig of dertig meter, ononderbroken. Dat is precies het type dakvlak waar een felsbaan met geïntegreerde cellen zich prettig op laat leggen: lange, ononderbroken banen van nok tot goot, zonder rondom paneelframes te moeten passen tussen dakdoorvoeren en schoorstenen die op een boerderij vaak toch al ontbreken.
Waar bij nieuwbouw de keuze vooraf gemaakt wordt, is bij een sanering de volgorde net iets anders. Eerst wordt het asbest verwijderd en afgevoerd door een gecertificeerd bedrijf, dat los staat van de dakbedekker. Pas als het dak leeg en schoon is, kan de nieuwe felsbaan erop, inclusief de cellen die er direct in verwerkt zijn. Er is dus geen extra bouwfase nodig om zonnestroom toe te voegen: de sanering en de vernieuwing van het dak zijn toch al gepland, en de opwekking rijdt daarin mee. Dat scheelt geen geld op de sanering zelf, maar het scheelt wel een aparte aannemer, een aparte planning en een dak dat je twee keer beklimt in plaats van één keer.
Waar bij een boerderij wel apart naar gekeken moet worden, is de aansluiting. Een oude boerderij is vaak aangesloten op een net dat niet gebouwd is met het idee dat het dak ooit vermogen terug zou gaan leveren. De hoofdaansluiting kan krap zijn, de meterkast verouderd, en de afstand tot het schakelstation soms fors, zeker in het buitengebied. Dat bepaalt niet of solarfels een goed idee is, maar wel hoeveel van het dakvlak je vol legt en welke omvormer erbij hoort. Dat is een vraag die we behandelen op tekening, niet in algemene termen, want de ene boerderij heeft een driefasenaansluiting die nog ruimte heeft en de andere zit al aan zijn grens voordat er een cel is bijgeplaatst. Waar de omvormer precies komt te hangen bij een gebouw als dit, en hoe die aansluit op wat er al aan bekabeling ligt, leggen we uit bij [waar de omvormer komt bij een boerderij](/dakstroom/boerderij/omvormer).
De oude constructie onder het dak is de tweede factor die bij een boerderij zwaarder weegt dan bij een nieuwbouwloods. Gebinten van honderd jaar oud, soms verzwakt door jarenlange belasting van het asbestdak zelf, dragen niet zomaar elke belasting. Solarfels is geen zwaar systeem; er komt geen tweede draagconstructie boven het dak zoals bij paneelrails met beugels, en er wordt niets doorboord om het te bevestigen. Maar de bestaande gordingen en spanten moeten wel beoordeeld worden voordat je bepaalt hoeveel dakvlak je vol legt en met welke uitvoering. Bij een asbestsanering hoort dat onderzoek meestal al bij het traject, en dat is het moment om de twee vragen samen te beantwoorden: kan de constructie het dragen, en wat kan er in dat dakvlak aan opwekking in.
Dan het eerlijke deel. Solarfels loont bij een boerderij vrijwel alleen wanneer het dak toch vervangen wordt, en een asbestsanering is precies zo'n moment. Sta je niet voor die sanering, en ligt er een dak dat nog jaren mee kan, dan is het geen goed idee om dat dak eraf te halen om cellen in het felswerk te krijgen. Dan is een set panelen op een bestaand dak, met beugels en een montagerail, de goedkopere en snellere route, ook al blijft daar een schaduwrand en een tweede laag boven het dakvlak zichtbaar. Het omgekeerde geldt ook: als het asbest er toch af moet, is een kaal nieuw plaatdak zonder opwekking, gevolgd door een aparte investering in panelen, meestal duurder uitgepakt dan in één keer een dak met de cellen erin, want dan betaal je het onderconstructiewerk, de damwand en de bevestiging maar één keer in plaats van twee keer.
Wat een boerderij ook vaak heeft, in tegenstelling tot een woonhuis, is een dak dat deels op een schuur, deels op een stal en deels op het woongedeelte ligt, met verschillende oriëntaties en soms verschillende bouwjaren. Dat betekent dat een sanering zelden het hele erf in één keer raakt. Vaak wordt eerst het stalgedeelte gesaneerd, en volgt de rest later. Dat is geen probleem voor de opwekking, want een dakvlak met solarfels staat op zichzelf en kan los uitgebreid worden zodra het volgende dakdeel aan de beurt is, zoals ook te lezen is bij [later uitbreiden met zonnecellen op je boerderijdak](/dakstroom/boerderij/uitbreiden). Bij een gefaseerde sanering is dat prettig: je hoeft niet te wachten tot het hele erf klaar is voordat het eerste dakvlak stroom levert.
De praktische volgorde bij een saneringsproject is meestal: eerst de asbestinventarisatie en de planning van de sanering, dan de beoordeling van de bestaande dakconstructie, en pas daarna de keuze voor de uitvoering van het nieuwe dak. Wij rekenen op basis van de tekening van het dakvlak door wat er aan opwekking in past, welke uitvoering van de baan daarbij hoort en wat dat betekent voor de aansluiting. Cijfers over opbrengst of terugverdientijd noemen we daarbij niet in algemene zin, want die verschillen per dakvlak, per uitvoering en per aansluiting op het erf. Dat rekenwerk kost niets en kan al starten zodra de saneringsplanning rond is, zodat het nieuwe dak in één keer neergelegd wordt in plaats van in twee stappen.