Klikzink
Een bedrijfshal met een groot metalen dakvlak heeft één ding dat een woonhuis met een schuin pannendak niet heeft: het hele dak is zelf geleidend. Bij een pannendak is het dakvlak dood materiaal, en de panelen die erop liggen brengen hun eigen frame en hun eigen aardverbinding mee. Bij een stalen felsdak is het andere om: het dakvlak zelf is metaal, van nok tot goot, en dat metaal moet als geheel op aarde liggen voordat er een enkele zonnecel op ligt.
Dat begint bij de installatie van het dak, niet bij de installatie van de opwekking. Elke felsbaan wordt met de klemmen onder de fels mechanisch en elektrisch verbonden met de baan ernaast, zodat het hele dakvlak één doorlopend geleidend oppervlak vormt. Die verbinding wordt op minstens één punt, meestal bij de gootlijn, aangesloten op de aardleiding van het gebouw. Bij een bedrijfshal van, zeg, veertig meter lang is dat geen bijzaak: een dakvlak van die omvang bouwt bij onweer of bij statische lading heel andere potentialen op dan het dakje van een woonhuis, en de aarding moet dat verschil in zijn geheel kunnen afvoeren, niet alleen bij de rand.
Bij een systeem met panelen op beugels ligt dat aardingstraject anders opgebouwd. Elk paneel heeft een eigen frame, de frames worden onderling verbonden met aardingsklemmen, en die keten van klemmen wordt naar één punt teruggebracht. Dat werkt, maar het is een aparte laag boven op een dak dat zelf niet meedoet: het dakbeschot of de pannen onder de panelen zijn niet geleidend en spelen geen rol in de aarding. Bij solar fels is het dakvlak en de aarding van het dakvlak één en hetzelfde metaal. Er is geen tweede geleidende laag die apart moet worden aangesloten, omdat de eerste laag, de felsbaan zelf, die rol al vervult.
Een bedrijfshal heeft vaak een hoger risicoprofiel dan een woonhuis: meer vrij dakoppervlak, vaak een blootgestelde locatie op een bedrijventerrein, en binnen het gebouw apparatuur die gevoelig is voor spanningspieken. Een productiehal met besturingskasten, een koelcel, een serverruimte boven de kantoorunit: dat zijn allemaal plekken waar een slecht geaard dak niet alleen een brandveiligheidsvraag is, maar ook een vraag over bedrijfscontinuïteit. Een dakvlak dat bij een blikseminslag zijn lading niet gecontroleerd kan afvoeren, zoekt een weg langs kabels en leidingen naar binnen, en dat is precies waar de schade dan ontstaat.
Bij solar fels loopt de aardverbinding van het dakvlak apart van de bekabeling die de opgewekte stroom naar binnen brengt, zoals ook te lezen is bij de kabeldoorvoer op een bedrijfshal. Dat onderscheid is bewust: de aarding van het staal beschermt het gebouw tegen ontlading, en de gelijkstroomkabels van de cellen voeren de opwekking af naar de omvormer. Het zijn twee gescheiden circuits die elkaar niet in de weg zitten en die elk apart worden getest bij de oplevering.
Bij een woonhuis controleert een installateur meestal één of twee aardpunten. Bij een bedrijfshal met een dakvlak van honderden vierkante meters wordt de doorgaande geleiding van de banen onderling gemeten, niet alleen het eindpunt bij de goot. Dat gebeurt met een simpele doorgangsmeting tussen banen die ver van elkaar liggen, bijvoorbeeld bij de nok en bij de goot van dezelfde rij. Zit daar weerstand op, dan is er een klem die niet goed vastzit of een baan die niet goed aansluit, en dat wordt voor de oplevering gecorrigeerd. Die controle hoort standaard bij de oplevering van het dak, los van de vraag of er cellen in verwerkt zijn: het is dakwerk, geen zonnewerk.
Bij bestaande hallen die al een stalen dak hebben en waar het dak toch vervangen wordt, is dit meteen een van de redenen waarom vervanging met solar fels iets anders is dan een systeem achteraf toevoegen. Het oude dak had ook al een aarding, en die wordt in feite vervangen door een betere: nieuwe felsbanen met nieuwe klemmen, opnieuw aangesloten op de aardleiding van het gebouw, met dezelfde doorgangsmetingen als controle. Er komt geen extra aardingscircuit bovenop een bestaand dak, wat bij nabouw van panelen op een bestaand pannendak wel het geval is.
Wat een bedrijfshal aantrekkelijk maakt voor dit systeem heeft weinig met de aarding zelf te maken, maar alles met hoe het gebruik van de stroom aansluit op het moment van opwekken. Een bedrijfshal met productie overdag, met koeling die continu draait, of met een kantoorunit die van negen tot vijf verlicht en verwarmd wordt, verbruikt zijn stroom precies op de uren dat het dak die stroom levert. Dat is een andere situatie dan een woonhuis, waar de bewoners overdag op hun werk zitten en de zon voor niemand thuis schijnt. Bij een bedrijfshal is er geen leegloop tussen opwekken en verbruiken: de stroom die het dak op een dinsdagmiddag maakt, wordt dezelfde dinsdagmiddag door de vorkheftrucks, de compressoren en de verlichting opgemaakt.
Die combinatie, een groot dakvlak boven een verbruiker die overdag actief is, is precies waar een dak dat zelf stroom opwekt het meest oplevert voor het geld dat erin gestoken wordt. Het maakt het aardingsverhaal er niet anders op, maar het is de reden waarom een aannemer of een technisch directeur van een bedrijfshal er serieus naar kijkt: niet omdat de aarding beter is dan bij panelen, maar omdat het gebouw zelf de stroom opeet op het moment dat hij ontstaat.
Een hal met een dakvlak dat voor het grootste deel in de schaduw van een naastgelegen gebouw of een hoge boomrand ligt, heeft weinig baat bij dit systeem, hoe goed de aarding ook geregeld is: de opwekking blijft dan achter, zoals ook beschreven bij schaduw op een bedrijfshal. En een hal waar het dak nog jaren meegaat en er geen aanleiding is om het te vervangen, is een geval waarin losse panelen op het bestaande dak de goedkopere weg zijn. De aarding van solar fels is dan geen argument om toch te vervangen: het is een onderdeel dat vanzelf goed is zodra er voor het systeem gekozen wordt, niet een reden om ervoor te kiezen.
Wat de aarding kost aan extra werk, en of dat meetelt in de vergelijking met een systeem op beugels, hangt af van de grootte van het dak en het aantal doorvoerpunten. Wij rekenen dat door op tekening, samen met de rest van de installatie, zodat er een compleet beeld ligt voordat er een besluit valt.