Klikzink

Aansluiting op de meterkast bij een distributiecentrum

Bij een woonhuis of een klein bedrijfspand is de meterkast meestal het minst interessante deel van het hele verhaal. Er komt een omvormer bij, er komen een paar kabels naar binnen, en de bestaande aansluiting kan het probleemloos aan. Bij een distributiecentrum is dat vaak precies andersom. Het dakvlak is zo groot dat de opwekking het net gewoon kan overtreffen, en dan wordt niet het dak de beperkende factor, maar de aansluiting.

Dat komt door de schaal. Een distributiecentrum heeft dakoppervlak dat in duizenden vierkante meters wordt geteld, en als een groot deel daarvan stroom opwekt, komt er op een zonnige dag een aanzienlijk vermogen tegelijk beschikbaar. De vraag is dan niet meer of het dak dat vermogen kan leveren, maar of het gebouw, de meterkast en het net erachter dat vermogen ook kunnen verwerken en afvoeren. Dat is een andere vraag dan bij een paar panelen op een schuurtje, en die vraag moet je vroeg in het traject stellen, niet nadat het dak al gelegd is.

Wat er in de meterkast verandert

In de meterkast zelf gaat het om een aantal concrete dingen. Er moet ruimte zijn voor de aansluiting van de omvormers, voor de bijbehorende beveiligingen en schakelaars, en voor de meting die vaststelt hoeveel stroom er wordt opgewekt en teruggeleverd. Bij een distributiecentrum met een groot dakvlak gaat het vaak niet om één omvormer maar om meerdere, verdeeld over het dak in groepen die elk op een eigen punt bij de meterkast samenkomen. Waar die omvormers precies staan en hoe ze bekabeld worden, leggen wij uit bij hoe de stroom naar binnen komt bij een distributiecentrum; hier gaat het om wat er ná die omvormers, in de meterkast en de aansluiting zelf, moet gebeuren.

De bestaande hoofdaansluiting van een distributiecentrum is vaak dimensioneel bepaald door het verbruik: de verlichting, de koeling, de laadpunten voor vorkheftrucks, de kantoorfunctie. Die aansluiting is niet automatisch geschikt om ook een grote hoeveelheid teruglevering te verwerken. Een aansluiting die comfortabel het verbruik van het gebouw aankan, kan bij teruglevering toch tegen zijn grenzen lopen, simpelweg omdat er in de andere richting evenveel of meer stroom doorheen moet.

Wanneer de bestaande groep het niet meer aankan

Of de bestaande aansluiting het aankan, is niet met een vuistregel te zeggen. Het hangt af van de grootte van de aansluiting die er al ligt, van het vermogen dat het dakvlak met de gekozen uitvoering gaat opwekken, en van de vraag of het gebouw dat vermogen zelf grotendeels verbruikt of grotendeels teruglevert aan het net. Een distributiecentrum met veel koeling en veel laadpunten verbruikt overdag zelf al een deel van wat het dak opwekt, en dat scheelt in de belasting van de aansluiting. Een gebouw dat overdag weinig verbruikt en het grootste deel van de opwekking terug het net op moet sturen, loopt eerder tegen een grens aan.

In de praktijk betekent dit dat er bij een groot dakvlak altijd een berekening nodig is voordat er iets aan het dak wordt vastgelegd. Die berekening kijkt naar het opgestelde vermogen, naar het profiel van het gebouw, en naar de capaciteit van de bestaande aansluiting en de meterkast. Komt daar uit dat de bestaande aansluiting het aankan, dan is er weinig aan de hand. Komt daar uit dat het net eerder de beperking wordt dan het dak, dan is een zwaardere aansluiting nodig, of moet de opwekking in fases of in delen worden aangesloten.

Een zwaardere aansluiting is niet alleen een kwestie van een nieuwe kabel. Het gaat vaak om een aanvraag bij de netbeheerder, om beoordeling van de beschikbare capaciteit op het onderliggende net, en soms om een wachttijd voordat die capaciteit ook echt geleverd kan worden. Dat traject staat los van de bouw van het dak zelf en kan, afhankelijk van de regio en de drukte op het net, langer duren dan de bouwtijd van het gebouw. Wie een distributiecentrum plant met een dakvlak dat volledig stroom gaat opwekken, doet er goed aan die aanvraag zo vroeg mogelijk te starten, ruim voordat de felsbanen op het dak liggen.

Wat hierin anders ligt dan bij panelen op een dak

Bij panelen die achteraf op een bestaand dak worden gelegd, wordt de aansluitvraag meestal apart en later gesteld: het dak ligt er al, het gebouw functioneert al, en de panelen worden erbij bedacht binnen de bestaande meterkast en aansluiting. Bij een felsbaan met geïntegreerde cellen ligt de volgorde vaak om, zeker bij nieuwbouw of bij vervanging van het hele dak. Het dak en de opwekking worden in één keer ontworpen, en dat betekent dat de aansluiting ook in één keer meegenomen moet worden in het ontwerp van het gebouw, niet als losse toevoeging achteraf.

Het praktische verschil is dat je bij een integraal ontworpen dak de kans hebt om de aansluiting goed te dimensioneren voordat er iets vastligt, terwijl je bij een later toegevoegd pakket panelen vaak werkt met wat er al aan aansluiting is. Bij een groot distributiecentrum is dat verschil relevant, omdat de opwekking daar zo groot kan zijn dat de bestaande aansluiting simpelweg niet was ontworpen op teruglevering van die omvang. Een gebouw dat vanaf de tekentafel al met dakstroom rekening houdt, kan de aansluiting daar direct op laten aansluiten, in plaats van achteraf te ontdekken dat het net de bottleneck is geworden.

Dit raakt ook aan wat er met het opgewekte vermogen gebeurt als het gebouw het niet allemaal zelf verbruikt. Bij een groot dakvlak is het niet ongewoon dat een deel van de opwekking wordt teruggeleverd, en die teruglevering moet de aansluiting kunnen verwerken zonder dat het net erop vastloopt. Dat is een ander vraagstuk dan wat er gebeurt als één baan van het dak zelf uitvalt, iets wat aan de orde komt bij wat er gebeurt als één baan stuk is bij een distributiecentrum; hier gaat het niet om een storing in het dak, maar om de capaciteit van de aansluiting die het gehele opgewekte vermogen moet kunnen afvoeren.

Wat dit in de praktijk betekent voor de planning

Voor een opdrachtgever of aannemer betekent dit dat de vraag over de meterkast en de aansluiting niet aan het einde van het traject gesteld moet worden, maar aan het begin. Wij rekenen op tekening uit welk vermogen een dakvlak met een gekozen uitvoering kan opwekken, en dat getal is het uitgangspunt voor het gesprek met de netbeheerder over de aansluiting. Zonder die berekening blijft het gissen of de bestaande aansluiting toereikend is of dat er een aanvraag voor verzwaring nodig is, en die aanvraag kost tijd die je liever niet aan het einde van de bouw nog moet inplannen.

Of de bestaande meterkast en aansluiting bij een specifiek distributiecentrum voldoende zijn, hangt dus af van de omvang van het dakvlak, van de gekozen uitvoering en van het verbruiksprofiel van het gebouw. Dat verschilt per project en is niet in een algemeen getal te vangen. Wat we wel kunnen doen, is die berekening maken op basis van de tekening van het gebouw, zodat vroeg in het traject duidelijk is of de bestaande aansluiting voldoet of dat er tijdig een zwaardere aansluiting aangevraagd moet worden.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink