Klikzink
Een aanbouw met een felsdak dat zonnecellen bevat, staat ergens elektrisch aangesloten te worden. Meestal is dat niet een nieuwe hoofdaansluiting, maar de bestaande meterkast van het huis waar de aanbouw tegenaan staat. Dat is meteen het verschil met een dak vol losse panelen dat je als apart systeem kunt behandelen: bij een klein, laag dakvlak tegen een bestaand huis loopt alles via dezelfde kast, dezelfde groepen en dezelfde hoofdzekering als de rest van de woning.
De kabel vanaf de omvormer komt binnen bij de meterkast en moet daar op een eigen groep aangesloten worden. Bij een kleine aanbouw, een garage, een serre of een uitbouw met een bescheiden dakvlak, gaat het vaak om een omvormer van beperkt vermogen. Toch is een eigen groep met eigen aardlekautomaat de norm, niet een aftakking op een groep die al een keukenapparaat of een wasmachine voedt. Een installateur die de meterkast opent, kijkt eerst hoeveel vrije ruimte er is in de groepenkast en of er nog een vrije groep beschikbaar is. Bij oudere woningen met een kast uit de tijd dat er nog geen rekening werd gehouden met opwekking, is die ruimte er soms niet en moet er een module bijgeplaatst worden of een nieuwe kast komen.
De vraag of de bestaande installatie een extra opwekker aankan, hangt niet alleen af van de ruimte in de kast. De hoofdaansluiting van de woning, meestal 1x25A of 3x25A, bepaalt hoeveel er in totaal doorheen mag, in beide richtingen. Een klein dakvlak op een aanbouw levert doorgaans een bescheiden vermogen, en dat past bijna altijd binnen een bestaande aansluiting zonder dat er iets aan de hoofdzekering hoeft te veranderen. Het wordt anders zodra er meerdere opwekkers samenkomen: het hoofddak heeft al panelen of een felsdak met cellen, en de aanbouw komt er als tweede opwekpunt bij. Dan telt de netbeheerder de vermogens bij elkaar op, en kan de bestaande aansluiting aan zijn grens komen.
Een concreet voorbeeld: een woning met een 1x25A aansluiting en een hoofddak dat al een paar duizend wattpiek opwekt, krijgt er met een aanbouw van een paar vierkante meter dakvlak relatief weinig bij. De teruglevering stijgt een beetje, de piekbelasting op de aansluiting ook, maar in de meeste gevallen blijft dat binnen wat de aansluiting toelaat. Bij een woning die al tegen de grens van 1x25A aanzit, of bij een aanbouw die niet klein is maar eerder een volwaardige uitbreiding van het dakoppervlak, kan diezelfde optelsom wel de reden zijn om naar een 3x25A aansluiting te gaan. Dat is dan geen gevolg van het felsdak op zich, maar van de som van alles wat er al op die aansluiting staat.
Er zijn een paar situaties waarin de bestaande meterkast en aansluiting niet meer volstaan. De eerste is een hoofdaansluiting die al vol zit met andere verbruikers: een warmtepomp, een elektrische kookplaat, een laadpaal voor een auto. Al die apparaten trekken vermogen van dezelfde 25A, en een opwekker die op piekmomenten juist stroom teruglevert, verandert de balans op die aansluiting. De tweede situatie is een meterkast die simpelweg te klein of te oud is: geen vrije groepen, een verdeelinrichting die niet meer aan de huidige eisen voldoet, of bedrading die niet geschikt is voor een extra aardlekautomaat. In dat geval wordt de meterkast vaak toch al aangepast, en is het aansluiten van het felsdak op de aanbouw de aanleiding om dat in één keer goed te doen in plaats van een tijdelijke oplossing te zoeken.
De derde situatie is minder een technische beperking en meer een kwestie van planning: als de aanbouw wordt gebouwd op een moment dat er toch al een verbouwing van de meterkast gepland staat, bijvoorbeeld omdat de netbeheerder een nieuwe slimme meter plaatst of omdat de hoofdaansluiting wordt verzwaard voor een warmtepomp die later dat jaar komt, is het verstandig om de aansluiting van het felsdak in die planning mee te nemen. Twee keer aan dezelfde kast werken is duurder dan het in één keer te regelen.
Elektrisch gezien maakt het voor de meterkast niet veel uit of de stroom van losse panelen komt of van cellen die in de felsbaan zelf zitten: in beide gevallen komt er een kabel van een omvormer binnen die op een groep moet worden aangesloten. Het verschil zit in de aanleiding en de timing. Een set panelen wordt vaak los toegevoegd aan een bestaand dak, als een apart project dat op een willekeurig moment kan gebeuren. Een felsdak met geïntegreerde cellen op een aanbouw hoort bij de bouw van die aanbouw zelf: het dak wordt gelegd op het moment dat er toch een dakbedekking nodig is, en de aansluiting op de meterkast wordt meegenomen in de bouwaanvraag en de elektrische aanleg van de hele aanbouw.
Dat betekent dat de vraag over de meterkast bij dit soort daken meestal eerder in het traject wordt gesteld, namelijk bij de aannemer of installateur die de aanbouw sowieso al van stroom moet voorzien voor stopcontacten en verlichting. De groep voor het felsdak wordt dan in één moeite mee aangelegd met de rest van de elektrische installatie van de aanbouw, in plaats van dat er achteraf een aparte kabel door de spouw of langs de gevel getrokken moet worden naar een dak dat al klaar is.
Een ander verschil is de schaal. Omdat het om een klein, laag dakvlak gaat, tegen een bestaand huis aan, is het opgewekte vermogen doorgaans beperkt vergeleken met een volledig paneelveld op een hoofddak. Dat maakt de impact op de meterkast en de hoofdaansluiting kleiner, maar het maakt de keuze voor een eigen groep en een correcte aansluiting niet minder belangrijk. Ook een klein vermogen moet volgens de regels op een eigen aardlekautomaat aangesloten worden, met de juiste kabeldikte voor de afstand tussen omvormer en meterkast.
Bij een aanbouw met een felsdak dat cellen bevat, is de meterkast niet het onderdeel waar de bijzonderheid van het product zit; die zit in het dakvlak zelf, in hoe het waterdicht blijft en hoe het eruitziet naast het hoofddak. De meterkast is wel het punt waar de aannemer of installateur eerst moet kijken voordat er een kabel wordt getrokken: is er een vrije groep, is de hoofdaansluiting toereikend, en is er al iets anders op dat dak of dat huis aangesloten dat meetelt in de optelsom. Bij een klein dakvlak is het antwoord meestal dat de bestaande aansluiting het aankan. Zeker is dat niet vooraf te zeggen zonder de bestaande installatie te bekijken, en dat is dan ook precies waar de installateur naar kijkt voordat er iets wordt aangesloten. Wij rekenen dat overigens niet zelf door; dat is het werk van de elektrotechnisch installateur die de aanbouw aansluit, niet van de dakbedekker die de felsbanen legt.