Klikzink
Bij een bedrijfshal met een groot dakvlak dat zelf stroom opwekt, verandert er iets in de meterkast dat bij een kantoor of een woonhuis veel minder speelt: de stroom die het dak maakt, wordt vaak direct gebruikt door het bedrijf zelf, op het moment dat hij wordt opgewekt. Een koelcel die overdag draait, een compressor, verlichting in een grote loods, machines op de vloer. Dat is een andere situatie dan een dak dat stroom teruglevert aan het net en er verder weinig mee gebeurt. Deze pagina gaat over wat dat voor de meterkast en de aansluiting betekent, niet over hoe de stroom van het dak naar binnen komt; dat staat op een andere pagina.
Een felsdak met geïntegreerde zonnecellen levert gelijkstroom die via omvormers wisselstroom wordt, geschikt om in het net van het gebouw te draaien. Die wisselstroom komt binnen op een groep, en die groep moet passen bij twee dingen: het vermogen dat het dakvlak kan leveren, en het vermogen dat de bestaande aansluiting van de hal al draagt. Bij een klein dakvlak op een woonhuis is dat vaak een kwestie van een extra groep in een bestaande kast. Bij een bedrijfshal met een dakvlak van honderden vierkante meters ligt dat anders, simpelweg omdat de hoeveelheid vermogen die het dak kan leveren al snel in de buurt komt van, of boven, wat de bestaande hoofdaansluiting van het pand aankan.
De eerste vraag bij elk project is niet wat het dak kan opwekken, maar wat de hal al aan aansluiting heeft. Veel bedrijfshallen hebben een aansluiting die is gedimensioneerd op het verbruik van tien of twintig jaar geleden: verlichting, een paar machines, misschien een compressor. Een dakvlak dat zelf stroom gaat opwekken, telt niet zomaar bovenop dat verbruik, want de opgewekte stroom en het verbruik lopen deels gelijktijdig. Maar de aansluiting moet wel kunnen verwerken wat er op de piekmomenten gebeurt: veel zon tegelijk met weinig verbruik, of juist veel verbruik met weinig zon. Een installateur meet dit uit aan de hand van het huidige verbruiksprofiel van het bedrijf en het vermogen van het dakvlak. Bij een kleinere hal met een aansluiting van bijvoorbeeld drie keer vijfenzeventig ampère kan het voorkomen dat de bestaande groepenkast domweg geen ruimte meer heeft voor de extra omvormergroepen, ook al is de capaciteit van de aansluiting zelf voldoende. Dan is de oplossing een nieuwe verdeler naast de bestaande kast, niet een zwaardere aansluiting.
Bij grotere dakvlakken, zeg een hal van tweeduizend vierkante meter dakoppervlak, kan het opgewekte vermogen zo groot worden dat de bestaande aansluiting van het pand het niet meer aankan, ook niet met een nieuwe verdeler. Dat gebeurt vooral wanneer een bedrijf van oudsher weinig stroom gebruikte en er nu een dakvlak bij komt dat veel meer kan leveren dan het pand ooit nodig had. In die situatie moet de netbeheerder een zwaardere aansluiting aanleggen, of moet het vermogen van de opwekking begrensd worden zodat het binnen de bestaande aansluiting past. Dat laatste is in de praktijk vaker de gekozen route dan een dure aansluitverzwaring, zeker als een deel van het dakvlak toch al ruim voldoende oplevert voor het eigen verbruik. Bij nieuwbouw van een hal is dit eenvoudiger te regelen, omdat de aansluiting dan nog niet vastligt en er van meet af aan rekening mee gehouden kan worden. Bij een bestaand pand vraagt het een gesprek met de netbeheerder voordat er iets op het dak wordt gelegd.
Het scenario dat bij een bedrijfshal vaak samenkomt, is de gunstigste die er is voor een dak dat zelf stroom maakt: een groot dakvlak boven een bedrijf dat zijn stroom overdag gebruikt, op het moment dat de zon schijnt. Een koelhuis, een productiehal met machines die op werktijden draaien, een distributiecentrum met verlichting en laadpalen voor het wagenpark. In die gevallen wordt een groot deel van de opgewekte stroom direct in het pand verbruikt, zonder dat hij eerst het net op moet en er weer vanaf gehaald moet worden. Dat is anders dan bij een woonhuis, waar de bewoners overdag vaak niet thuis zijn en het grootste deel van de opgewekte stroom teruggeleverd wordt aan het net. Voor de meterkast betekent dit dat de teruglevermeter minder zwaar belast wordt dan je op basis van het dakoppervlak zou verwachten, omdat een flink deel van de stroom het pand niet eens verlaat. Dat is gunstig voor de aansluiting, want teruglevering is vaak de reden dat een aansluiting verzwaard moet worden, niet het eigen verbruik.
Bij panelen die los op een bestaand dak worden gelegd, is de aansluiting op de meterkast in de kern hetzelfde vraagstuk: ook daar gaat het om omvormers, groepen en de vraag of de bestaande aansluiting het aankan. Het verschil zit niet in de elektrotechniek, maar in het moment waarop die vraag gesteld wordt. Bij montage op een bestaand dak wordt de aansluiting meestal apart bekeken, los van de rest van het gebouw, als een toevoeging aan een pand dat al af is. Bij een felsdak dat in één keer wordt gelegd, hoort de vraag over de aansluiting bij het ontwerp van het hele dak en vaak bij het ontwerp van de hal zelf, zeker als het om nieuwbouw gaat of om een hal die toch een nieuw dak krijgt. Dat maakt het makkelijker om de elektrotechnische kant vanaf het begin goed te dimensioneren, in plaats van achteraf te ontdekken dat de meterkast te klein is of de aansluiting niet toereikend.
Voor een opdrachtgever of aannemer die een felsdak met geïntegreerde zonnecellen overweegt op een bedrijfshal, is het verstandig om vroeg in het traject het huidige verbruiksprofiel van het bedrijf op te vragen bij de netbeheerder of de huidige energieleverancier, en dat naast het beoogde vermogen van het dakvlak te leggen. Dat is werk dat een installateur normaal gesproken doet, maar het scheelt tijd als die gegevens er al liggen wanneer het dakontwerp gemaakt wordt. Bij Klikzink rekenen we op tekening door wat een dakvlak aan vermogen kan leveren, maar de vraag of de bestaande aansluiting van de hal dat kan verwerken, ligt bij de netbeheerder en de elektrotechnisch installateur van het pand. Hoe groot de zwaardere aansluiting moet zijn, wat dat kost en hoe lang de aanvraag duurt, verschilt sterk per netbeheerder en per regio, en dat is dan ook iets wat we niet op deze pagina invullen. Wat we wel weten, is dat een groot dakvlak dat overdag opwekt boven een bedrijf dat overdag stroom gebruikt, de aansluiting minder zwaar belast dan een dakvlak van dezelfde omvang boven een pand dat vooral 's avonds stroom vraagt. Dat verschil is precies waarom een bedrijfshal, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een woonwijk, vaak relatief gunstig uitkomt op dit punt, ook al is dat geen garantie dat de bestaande aansluiting zonder aanpassing volstaat.