Klikzink

Mos en vervuiling op een distributiecentrum

Een distributiecentrum heeft doorgaans een van de grootste ononderbroken dakvlakken die er in de bouw voorkomen. Duizenden vierkante meters, vaak vlak, vaak met weinig obstakels behalve een paar liniegoten, luchtbehandelingskasten en een rookluik hier en daar. Dat maakt het dak in de basis gunstig voor opwekking, maar het roept ook een vraag op die bij een woonhuis nauwelijks speelt: wat doet zo'n oppervlak met mos, met vuil, met de aanslag die na een paar jaar op elk buitendak verschijnt.

Mos heeft houvast nodig. Op een dakbedekking met naden, overlappen of een ruw oppervlak vindt het dat houvast makkelijk: vocht blijft er iets langer staan, sporen kunnen zich vasthechten in een randje of een voeg. Op een felsbaan met zonnecellen ligt dat anders. Het oppervlak is glad, doorlopend en zonder kieren waar water kan blijven staan. Regen spoelt gewoon af naar de goot. Dat betekent niet dat er nooit mos komt, maar het houvast dat mos elders vindt, is hier grotendeels weg.

Waar het zich dan wel vastzet

Als er toch mos of aanslag verschijnt, is dat meestal niet midden op het vlak, maar aan de randen: bij de overgang naar een dakrand, rond een doorvoer, in de hoek bij een opstand. Dat zijn plekken waar wind minder vrij spel heeft en waar organisch materiaal, blad, stof, vogelpoep zich ophoopt voordat het wegwaait of wegspoelt. Bij een distributiecentrum met een groot vlak en weinig obstakels is dat oppervlak met randen relatief klein ten opzichte van de totale dakoppervlakte. Vergelijk het met een dak vol paneelrijen op beugels: daar ontstaat onder elk paneel een luwe strook waar wind niet komt en waar vocht blijft hangen. Precies daar zet mos zich het makkelijkst vast, en precies die strook zit boven op de cellen, waar het opbrengst kost zonder dat je het ziet tot je gaat kijken. Bij een dak waar de cellen in het vlak zelf liggen, zonder ruimte erachter, ontbreekt die luwe strook grotendeels.

Vervuiling is een breder verhaal dan mos. Op een groot industrieterrein, vaak in de buurt van een snelweg of een spoorlijn, komt fijn stof neer dat langzaam een grijze waas op elk dak legt. Dat spoelt bij regen deels weg, maar niet volledig. Op een glad, hellend stalen vlak spoelt het beter weg dan op een grindlaag of een ruw membraan, simpelweg omdat er niets is waar het stof in kan blijven zitten. Dat is een reden waarom dit type dak in de praktijk minder onderhoud vraagt dan een dak met opgebouwde panelen, iets wat we uitgebreider behandelen op de pagina over onderhoud.

Wat het kost aan opbrengst

Hier moeten we voorzichtig zijn. Hoeveel opbrengst een laagje mos of stof daadwerkelijk kost, hangt af van hoe dik die laag is, hoe groot het oppervlak is dat het raakt en hoe het licht op dat moment van het jaar invalt. Dat verschilt per dakvlak, per oriëntatie en per omgeving, en wij plakken daar geen percentage op zonder het gezien te hebben. Wat we wel kunnen zeggen: een dun laagje stof dat gelijkmatig over een cel ligt, is minder erg dan een schaduwrand van een paar centimeter mos aan de rand van een cel, omdat een zonnecel gevoelig is voor lokale afscherming, niet alleen voor de totale hoeveelheid licht die erop valt. Dat raakt aan wat we beschrijven bij wat schaduw doet op dit type dak: een klein donker plekje op de goede plaats doet meer dan een grote, gelijkmatige waas.

Bij een distributiecentrum met een groot, vlak dakvlak is de kans op zo'n lokale schaduwrand kleiner dan bij een dak met veel doorvoeren, dakkapellen of technische opbouwen. Minder obstakels betekent minder randen, minder randen betekent minder plekken waar mos of vuil zich concentreert. Dat is een van de praktische voordelen van het type gebouw, los van de opwekking zelf.

Waar het net wél de beperking wordt

Bij grote distributiecentra loopt de beperking in de praktijk vaker via de aansluiting dan via het dak. Een dakvlak van tienduizend vierkante meter kan in theorie veel opwekken, maar als de netaansluiting van het gebouw of het lokale net in de omgeving geen ruimte heeft om die stroom af te voeren, is het dakvlak niet de bottleneck. Dat is een ander vraagstuk dan mos en vervuiling, maar het hoort bij hetzelfde soort gebouw en het is de moeite waard om het in een vroeg stadium met de netbeheerder te bespreken, naast de technische kant die we behandelen bij hoe de stroom naar binnen komt op dit type gebouw.

Onderhoud dat wel nodig blijft

Ook als het oppervlak zelf weinig houvast biedt aan mos, blijft het verstandig om het dak periodiek te laten inspecteren, zeker bij een gebouw van deze omvang waar een aannemer niet zomaar even naar boven loopt. Een liniegoot die verstopt raakt met blad, kan lokaal water laten opstuwen, en juist op die plek ontstaat dan wel de voedingsbodem waar mos zich vasthoudt. Dat is dus minder een kwestie van het dakvlak zelf schoonmaken en meer een kwestie van de afvoerpunten in de gaten houden. Voor de meeste distributiecentra is dat een jaarlijkse of tweejaarlijkse ronde, vaak gecombineerd met de reguliere inspectie van het dak die toch al plaatsvindt vanwege de bouwkundige keuring.

Wat dit betekent voor de keuze

Mos en vervuiling zijn dus geen argument om dit dak niet te overwegen bij een distributiecentrum, eerder het omgekeerde: de vorm van het dakvlak, groot en vlak met weinig obstakels, werkt in het voordeel van een schoon, goed presterend oppervlak. Maar het is ook geen argument om de rest van het project te vergeten. Of de opbrengst die je op papier ziet ook echt van het dak af komt, hangt af van de netaansluiting, van de oriëntatie en van een aantal andere factoren die per gebouw verschillen. Daarom rekenen we dat niet uit op basis van een gemiddelde, maar op tekening, met de plattegrond van het specifieke dak en de aansluiting van het specifieke gebouw ernaast.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink