Klikzink
Een bedrijfshal heeft meestal een groot, vlak, hellend dak zonder opstanden, zonder doorvoeren en zonder gedoe. Precies dat maakt het dak interessant om aan te kijken als het gaat om mos en vervuiling. Waar zet mos zich vast op een dak, en wat betekent dat voor een dakvlak waarin de zonnecellen zelf de felsbaan zijn.
Mos heeft drie dingen nodig om te groeien: vocht dat blijft staan, een ruw of poreus oppervlak om aan te hechten, en een randje of naad waar sporen en stof kunnen blijven liggen. Op een dakvlak van gladde, gecoate stalen banen ontbreken die drie dingen grotendeels. Het staal heeft geen poriën, het water loopt over de langsfels direct af naar de goot, en er is geen tussenlaag onder de platen waar vocht kan blijven staan. Bij een systeem met panelen op beugels ligt dat anders. Onder elk paneel zit een luchtspouw van een paar centimeter, en in die spouw verzamelt zich stof, blaadjes en vocht dat langzamer opdroogt dan op het open dakvlak zelf. Juist in die schaduwrand, langs de randen van de beugels en onder de onderkant van het paneel, krijgt mos wél houvast. Op een felsdak met de cellen in het vlak zelf is die spouw er niet: er is geen tweede laag boven het dak waar iets onder kan blijven liggen.
Het dakvlak zelf blijft dus relatief schoon, maar dat betekent niet dat een bedrijfshal geen vervuiling ziet. Bij een pand naast een akker, een weg met veel verkeer of een boomrij die in de herfst blad laat vallen, komt er stof, pollen en organisch materiaal op het dak terecht zoals op elk ander dak. Het verschil is waar dat blijft liggen. Op een felsdak spoelt het grootste deel bij elke regenbui mee naar de dakgoot, omdat er geen richel, geen kliksysteem boven het vlak en geen paneelrand is waar het achter kan blijven hangen. Wat overblijft, is een dun laagje stof dat zich vooral verzamelt in de fels zelf, de opstaande naad tussen twee banen, en aan de onderzijde van het dakvlak waar het minste hellingverval is. Bij een bedrijfshal met een lange, ononderbroken dakhelling van bijvoorbeeld dertig meter zie je dat het bovenste deel van het dak zichtbaar schoner blijft dan het onderste deel, simpelweg omdat het water daar minder lang op het oppervlak staat.
Hier moet onderscheid gemaakt worden tussen vervuiling die op de cel zelf ligt en vervuiling die alleen op het niet-actieve deel van het dak ligt. Een dun stoflaagje op een zonnecel dempt een deel van het invallende licht, maar bij een hellend dak met voldoende afschot spoelt dat laagje bij vrijwel elke regenbui grotendeels weg voordat het dik genoeg wordt om echt gewicht in de opbrengst te leggen. Vervelender is lokale, hardnekkige vervuiling: een tak die op het dak blijft liggen, een dikke laag mos die zich ergens tegen een randafwerking of hemelwaterafvoer heeft opgehoopt, of vogeluitwerpselen die niet wegspoelen en die op één plek blijven zitten. Dat soort vervuiling werkt net als een blad op een gewoon paneel: het schaduwt een deel van de cel af, en bij sommige celtypes trekt dat de opbrengst van een groter deel van de baan mee omlaag dan je zou verwachten van het beetje oppervlak dat bedekt is. Hoeveel dat precies scheelt in wattpiek, hangt af van het celtype, de schakeling en hoe lang de vervuiling blijft liggen, en dat rekenen we liever uit op tekening voor het specifieke dakvlak dan dat we hier een getal noemen dat voor de ene hal wel klopt en voor de andere niet.
Bij een grote bedrijfshal met een dakvlak van honderden vierkante meters, waar het bedrijf de opgewekte stroom direct zelf gebruikt op het moment dat die wordt opgewekt, telt elke daling in opbrengst harder door dan bij een dak dat vooral aan het net levert. Dat is meteen de gunstigste combinatie die er is voor dit soort dakvlakken: veel oppervlak, een vlak dat zichzelf grotendeels schoonspoelt, en een verbruiker die de stroom meteen wegzet in de eigen productie of klimaatinstallatie zonder dat die eerst het net op moet. In die situatie is het verschil tussen een dak dat mos en stof snel kwijt raakt en een dak waar dat blijft liggen, relevanter dan bij een woonhuis met een klein dakvlak en een paar paneeltjes.
Bij een hal met een dakvlak dat grenst aan opgaand groen, denk aan een bedrijventerrein met een groenstrook of bomen aan de rand van het perceel, zie je na een paar jaar vaak een lichte verkleuring op de laagste meters van het dakvlak en op de felsnaden, terwijl de rest van het vlak schoon blijft. Dat is precies het patroon dat je verwacht van een oppervlak zonder spouw: vervuiling hecht niet vlak, maar zoekt de enige plek waar iets houvast kan krijgen, en dat is de naad. Bij een dak met paneelopstelling op beugels zie je vaak een ander patroon: donkere randen onder elk paneel, waar mos zich in de luwte en de blijvende vochtigheid onder het paneel juist wel kan settelen, ook op een dakvlak dat verder schoon lijkt.
Er zijn omstandigheden waarin ook een felsdak met geïntegreerde cellen wat aandacht verdient. Een dakvlak met heel weinig helling, grenzend aan hoge bomen die veel blad laten vallen in een korte periode, kan tijdelijk een ophoping van blad in de dakgoot en op de onderste banen krijgen. Dat is geen probleem van het dakvlak zelf, maar van de afvoer die het aan moet kunnen verwerken, en dat weegt mee in hoe een dakvlak voor een bedrijfshal ontworpen wordt. Ook bij een dak dat aan de noordzijde structureel in de schaduw van een naastgelegen gebouw ligt, blijft vocht langer staan en krijgt mos iets meer kans, ook al is het oppervlak zelf glad. Dat soort locatiespecifieke factoren bekijken we het liefst op de tekening van het gebouw zelf, niet in algemene bewoordingen die voor het ene dak wel en het andere niet kloppen.
Voor een bedrijfshal met een groot, doorlopend dakvlak en eigen verbruik van de opgewekte stroom is de kans op mosgroei op het actieve vlak zelf klein, en de vervuiling die er komt spoelt grotendeels mee weg bij normale regenval. Wat overblijft aan onderhoud en schoonmaak, en hoe je dat praktisch aanpakt voor dit type dak, staat beschreven op de pagina daarover. Wat deze keuze wél of niet oplevert in euro's, hangt af van de oriëntatie, de helling, de omgeving en het verbruikspatroon van het bedrijf, en dat rekenen we uit op basis van de tekening van het gebouw, niet met een vast getal dat los van het dak zelf staat.