Klikzink
Een boerderijdak is meestal groot, vlak en oud van onderconstructie. Vaak ligt er nog het originele dakbeschot of gaat het om een stal die decennia geleden is opgetrokken met het oog op droog vee, niet op stroomopwekking. Op zo'n dak spelen mos en vervuiling een andere rol dan op een rijtjeswoning in de stad, en dat begint bij de manier waarop een dak met geïntegreerde zonnecellen in elkaar zit.
Mos heeft vocht en een plek om zich vast te zetten nodig. Op een dak met paneelmontage ontstaat die plek vanzelf: onder de panelen, tussen de beugels en de dakbedekking, blijft het vaak vochtig en er staat weinig wind. Bladresten en stof blijven daar liggen, mos krijgt de tijd om wortel te schieten en groeit door tot op de rand van de cellen. Bij een felsbaan met de zonnecellen in het vlak zelf is die spouw er niet. Het oppervlak is vlak, glad en loopt in doorgaande banen van de goot naar de nok, zonder overlappende randen waar water en vuil kunnen blijven staan. Voor mos is dat een minder aantrekkelijke plek: geen luwte, geen blijvend vocht, geen kier om aan vast te groeien.
Dat betekent niet dat een boerderijdak vrij van mos blijft. Rond de gootlijn, waar het dak minder helling heeft opgebouwd door de lengte van de dakvlakken, en op plekken waar een boom of een naastgelegen schuur voor extra schaduw en luwte zorgt, kan mos zich nog steeds vestigen. Bij langgerekte agrarische schuren zie je dat vaak het eerst bij de aansluiting op een lager dakdeel, een dakkapel voor ventilatie, of bij de overgang naar een loods die er later tegenaan is gebouwd. Op die plekken blijft vocht net iets langer staan, en daar zet mos zich als eerste vast, ook op een felsbaan.
Een boerderijdak krijgt een andere soort vervuiling dan een woonhuis. Stof uit voerloodsen, ammoniak uit stallen, pluis van hooi en stro, en bij akkerbouwbedrijven fijn stof van de oogst: dat slaat neer op het hele dakvlak, cellen en kale banen gelijk. Omdat de cellen in dezelfde matte, donkere kleur en op dezelfde lijn liggen als de rest van de baan, is er geen richel of opstaande rand waar dat stof zich concentreert. Vuil dat op een plat paneel op beugels blijft liggen in de luwte achter de montagerail, spoelt op een vlakke felsbaan grotendeels mee met regenwater omdat er niets is dat het water tegenhoudt.
Toch heeft vervuiling wel invloed op de opbrengst van de cellen die eronder liggen, ook als het dak zelf schoon blijft liggen. Een laag stof, mosaanslag of vogeluitwerpselen op een cel werkt als een filter: er komt minder licht doorheen, en het rendement van precies dat stukje dak zakt. Bij een grote, aaneengesloten stal is dat verlies niet dramatisch als het om een enkele plek gaat, maar bij langdurige vervuiling over een groot deel van het dakvlak telt het op. Hoeveel dat concreet betekent aan opbrengst durven we niet in een getal te vangen: dat verschilt per dakhelling, oriëntatie, omgeving en het type bedrijf dat er gevestigd is. Dat rekenen we uit op tekening, niet in algemene tekst.
Bij veel boerderijen is de bestaande kapconstructie niet gebouwd met het oog op een zwaardere daklaag of extra bevestigingspunten. Een felsbaan met geïntegreerde cellen wordt blind bevestigd met klemmen onder de fels, zonder dat er een schroef of beugel door het dakvlak gaat. Dat is juist bij een oudere onderconstructie een voordeel: er komt geen extra puntbelasting op plekken waar de sporen dat niet gewend zijn, en er ontstaan geen nieuwe doorvoeren die na jaren gaan lekken. Voor een boerderij waar de kapconstructie al wat ouder is, of waar het dak in dezelfde beurt vervangen wordt als de vernieuwing van de stal, past dat goed bij elkaar: je vervangt het dak toch, en dan ligt de opwekking meteen mee in dezelfde laag staal.
Boerderijen hebben vaak een aansluiting die is aangelegd voor het bedrijf van vroeger: een paar lampen, een melkmachine, een voerinstallatie. Niet gebouwd op een groot vermogen aan teruglevering. Dat is geen kwestie van mos of vervuiling, maar het bepaalt wel hoeveel zin het heeft om een heel dakvlak van cellen te voorzien. Een groot, schoon en onbeschaduwd dakvlak kan potentieel veel opwekken, maar als de aansluiting dat niet aankan, loopt de opbrengst tegen een andere grens aan dan tegen mos of stof. Dat is iets wat we samen met de netbeheerder en de installateur bekijken, per gebouw en per aansluiting; ook dat rekenen we niet op deze pagina voor, maar op tekening.
Bij een boerderijdak dat overgaat op een felsbaan met geïntegreerde cellen, valt in de praktijk vooral op dat het dakvlak rustiger blijft liggen dan een dak met opgelegde panelen. Geen schaduwrand van een paneelrand die net iets meer mos aantrekt, geen kier waar duiven onder gaan zitten en er hun uitwerpselen achterlaten. Wat overblijft is vervuiling die min of meer gelijk over het hele vlak neerslaat, en die grotendeels wegspoelt zodra het stevig regent. Waar het dak minder steil is, of in de luwte van een aangebouwde loods, blijft het de plek om in het oog te houden, net als bij ieder ander dak.
Wil je weten wat dit voor een specifiek dakvlak betekent, stuur ons de tekening en gegevens van het gebouw. We rekenen het door op basis van hellingshoek, oriëntatie, schaduw van naastgelegen bouwwerken en de bestaande aansluiting, zonder een getal te noemen dat we niet kunnen onderbouwen.