Klikzink

Wat schaduw doet op een distributiecentrum

Een distributiecentrum heeft meestal een van de grootste aaneengesloten dakvlakken die er in de bouw voorkomen. Tegelijk staat er op dat dak vaak meer dan je vanaf de grond ziet: een luchtbehandelingskast, een rookluik, een klimaatunit, een reeks lichtkoepels, soms een schoorsteen voor een noodaggregaat. Elk van die objecten werpt een schaduw, en die schaduw loopt gedurende de dag over het dakvlak mee. Dat is bij een klein dak al relevant, maar bij een dak van tienduizend vierkante meter verandert de vraag van karakter. Het gaat er niet meer om of er schaduw valt, want die valt er sowieso, maar om hoe je het dakvlak zo indeelt dat een paar vierkante meter schaduw niet een veelvoud daarvan aan opwekking meetrekt.

Bij een gewoon paneel op beugels werkt een string, een serie panelen die elektrisch aan elkaar geschakeld zijn, op het niveau van de zwakste schakel. Valt er 's ochtends schaduw van een luchtbehandelingskast over drie panelen in een string van twintig, dan levert vaak de hele string minder dan die twintig panelen zonder schaduw zouden doen. Bij een felsdak met de cellen in de baan zelf speelt dezelfde elektrotechniek, maar de indeling in banen geeft een ander aangrijpingspunt: een baan loopt in één richting over het dakvlak, en de vraag wordt hoe de looprichting van de banen zich verhoudt tot de looprichting van de schaduw. Een schoorsteen die 's ochtends een schaduw naar het westen legt en 's middags naar het oosten, raakt bij een noord-zuid lopende baan een ander stuk van diezelfde baan op een ander moment van de dag, terwijl hij bij een oost-west lopende indeling misschien de hele dag dezelfde banen blijft raken. Welke indeling voordeliger is, hangt af van waar het obstakel staat, hoe hoog het is en hoe de dakhelling en oriëntatie liggen. Dat reken je na op de tekening van het specifieke dak, niet in algemene regels.

Bij distributiecentra komt er nog een gegeven bij dat schaduw op het dak zelf bijna overbodig maakt als beperkende factor: de netaansluiting. Een dak van deze omvang kan vaak een grotere hoeveelheid vermogen opwekken dan de aansluiting op het net kan verwerken, zeker als de aansluiting ooit is ontworpen voor een gebouw zonder eigen opwekking en een zware koel- of vriesinstallatie al een groot deel van de aansluitcapaciteit gebruikt. Waar bij een woonhuis of een kleine bedrijfshal schaduw op het dak vaak de bottleneck is, is dat bij een distributiecentrum regelmatig het net. In dat geval loont het om eerst te kijken naar de aansluiting en pas daarna naar de exacte schaduwval, want een dakvlak dat voor de helft in de schaduw zou vallen kan alsnog meer opwekken dan het net toelaat.

Dat is ook de reden dat het bij deze gebouwen weinig zin heeft om schaduw als los probleem te bekijken. Het hoort bij de indeling van het hele dak: waar de banen lopen, waar de kabels vandaan komen zoals wij uitleggen bij [hoe de stroom naar binnen komt](/dakstroom/distributiecentrum/stroom-naar-binnen), en waar de omvormers staan. Een indeling die rekening houdt met de vaste schaduw van een schoorsteen of een dakopstand kost in de ontwerpfase weinig extra, terwijl het achteraf verplaatsen van een baan of het aanpassen van de bekabeling wel geld kost. Daarom kijken wij bij het maken van de tekening altijd naar wat er al op het dak staat of nog bij komt, en niet alleen naar het lege dakvlak.

Vaste schaduw versus schaduw die verdwijnt

Een schoorsteen of een vast opgestelde klimaatunit geeft een schaduw die elke dag ongeveer hetzelfde patroon volgt, afhankelijk van het seizoen. Dat is te voorspellen en dus te ontwerpen. Lastiger is schaduw die niet bij het gebouw hoort: een boom aan de rand van het terrein die over tien jaar groter is dan nu, of een buurpand dat nog gebouwd moet worden. Bij een distributiecentrum op een bedrijventerrein is dat laatste geen uitzondering; de kavel naast een net opgeleverd pand staat vaak nog leeg. Wij kunnen dat niet voorspellen, en beloven ook niet dat het dakvlak over tien jaar dezelfde opbrengst geeft als nu. Wat we wel doen is de indeling zo kiezen dat een toekomstige schaduwbron, als die er komt, niet meteen een groot deel van het dak raakt maar geconcentreerd blijft in het gebied waar hij daadwerkelijk valt.

Rookluiken en lichtkoepels, die op veel distributiecentra in rijen over het dak liggen, zijn een ander geval. Ze werpen zelf weinig schaduw omdat ze vlak liggen, maar ze onderbreken het dakvlak wel, wat betekent dat de banen ernaast eindigen en opnieuw beginnen. Dat is geen schaduwprobleem maar een indelingsvraagstuk dat wel dezelfde aanpak vraagt: eerst de tekening van het hele dak, dan de indeling van de banen erop.

Wat het voor de rest van het dakvlak betekent

De praktische consequentie van schaduw op een deel van het dak is bijna altijd dat het de moeite waard is om het beschaduwde deel elektrisch te ontkoppelen van het onbeschaduwde deel, zodat het ene stuk het andere niet meetrekt. Bij een felsdak gebeurt dat door de indeling van de banen en de schakeling ervan af te stemmen op waar de schaduw daadwerkelijk valt, in plaats van het hele dakvlak als één blok te behandelen. Bij een dak van de omvang die een distributiecentrum meestal heeft is dat verschil in resultaat aanzienlijk, simpelweg omdat een paar procent van een heel groot dakvlak nog steeds een substantieel aantal vierkante meters is.

Wat het niet betekent, is dat een beschaduwd dakvlak als geheel wordt afgeschreven. Een schoorsteen die drie procent van het dak beschaduwt, hoeft niet drie procent van de opwekking te kosten als de indeling goed is gekozen; hij kan ook minder kosten, of in een ongelukkige indeling meer. Precies daarom rekenen wij dit per dakvlak uit op basis van de tekening, met de werkelijke positie van elk obstakel, de dakhelling en de oriëntatie. Getallen die los van een concreet dak genoemd worden, zeggen weinig over wat een specifiek distributiecentrum gaat doen.

Wanneer dit niet de eerste vraag is

Bij een dak dat toch al zo groot is dat de netaansluiting eerder de beperking wordt dan de schaduw, is de indeling rond obstakels een verfijning, niet de kern van de beslissing. De kern is dan of het dak toch vervangen wordt of dat het om nieuwbouw gaat, want dan betaal je één keer voor dak en opwekking samen, in plaats van een tweede systeem boven op een dak dat er al ligt. Is de dakbedekking nog in goede staat en is er geen directe aanleiding om te vervangen, dan ligt een regulier paneel op beugels vaak dichter bij de praktische keuze, ook al speelt schaduw daar op dezelfde manier.

Wij kijken dit graag na op de tekening van het gebouw, met de werkelijke posities van schoorstenen, klimaatunits en andere opstanden erin, en rekenen dan uit hoe de indeling van de banen het beste past bij wat er op dat specifieke dak staat.

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink