Klikzink
Een distributiecentrum verduurzamen gebeurt zelden in één beweging. Er is een gebouwbeheerder die met ledverlichting begint omdat dat snel terugverdiend is, een facilitair manager die kozijnen laat vervangen omdat de klachten over tocht binnenkomen, en een directie die op een gegeven moment vraagt waarom er nog geen zonnepanelen op het dak liggen. Elk van die stappen is op zichzelf logisch. Het probleem ontstaat in de volgorde, niet in de losse keuzes.
Bij een distributiecentrum is het dak meestal het grootste vlak dat je hebt om iets aan te doen, en het is ook het element waar het meeste op af komt: isolatiewaarde, daglichttoetreding, brandcompartimentering en, steeds vaker, de vraag of het dakvlak zelf stroom kan leveren. Als het dak op de lijst van verduurzamingsmaatregelen onderaan staat, dan is de kans groot dat er eerst panelen op beugels worden gelegd op een dak dat over vijf of tien jaar toch vervangen moet worden. Dan haal je die panelen er weer af, zet ze ergens tijdelijk neer of verkoop je ze, en leg je het dak opnieuw aan. Dat is dubbel werk en dubbele kosten voor iets dat in één keer had gekund.
De volgorde die wij meestal aanraden is andersom: eerst kijken of het dak zelf aan de beurt is of binnen afzienbare tijd aan de beurt komt, en pas daarna beslissen hoe de opwekking erin past. Is het dak recent vervangen en nog in goede staat, dan is een systeem op beugels de logische keuze, ook al ligt er dan een tweede laag boven het bestaande dakvlak. Moet het dak binnen een paar jaar toch open, dan is het moment om te kijken naar een felsbaan met de zonnecellen erin verwerkt, zodat je één keer betaalt voor dakbedekking en opwekking samen. Dat is precies waarom wij op de eerste plaats zeggen dat dit vrijwel alleen loont bij vervanging of nieuwbouw: het is geen upgrade die je zomaar over een bestaand, goed dak heen legt.
Isolatie en kozijnen horen in dezelfde afweging. Een distributiecentrum met een dakopbouw die niet aan de huidige isolatie-eisen voldoet, is een gebouw waar je bij dakvervanging toch al aan de constructie moet zitten. Dat is het moment waarop de meeste toegevoegde waarde ontstaat: de dakplaten gaan eraf, de isolatie gaat erop of erin, en de nieuwe felsbanen gaan erover, met of zonder geïntegreerde cellen. Kozijnen en gevelisolatie kunnen gelijktijdig of los daarvan lopen, maar het dak is qua planning en stelling vaak de bepalende factor: als er toch steigers of hoogwerkers nodig zijn voor het dak, is het efficiënt om de gevel in hetzelfde traject mee te nemen.
Bij distributiecentra komt er nog een praktische complicatie bij die bij kleinere gebouwen minder speelt: de aansluiting op het net. Een distributiecentrum heeft doorgaans een zeer groot dakvlak, vaak tienduizend vierkante meter of meer, en dus een theoretisch grote opwekcapaciteit. Maar de netaansluiting waarop het gebouw is aangesloten is vaak niet berekend op het terugleveren van die hoeveelheid stroom. In de praktijk zien we dat het net eerder de beperkende factor is dan het dakoppervlak. Een netbeheerder die aangeeft dat een aansluiting pas over enkele jaren capaciteit heeft, verandert de businesscase volledig: je kunt een dakvlak volledig benutten voor opwekking en toch een deel van die stroom niet kwijt kunnen op het moment dat je hem opwekt.
Dat is een reden om het dak en de opwekking niet star aan elkaar te knopen. Een felsbaan met geïntegreerde cellen wordt in dezelfde werkgang gelegd als een baan zonder cellen; je kunt dus bewust een deel van het dakvlak nu voorzien van opwekking en de rest voorbereiden op een latere fase, zonder dat het dakvlak zelf een lappendeken wordt. De banen liggen namelijk in dezelfde matte, donkere kleur en op dezelfde lijn, met of zonder cellen erin, zodat het dakvlak optisch één geheel blijft, ook als niet elke baan stroom opwekt. Wie meer wil weten over hoe die stroom vanaf het dakvlak naar binnen komt, vindt dat uitgewerkt op de pagina over [hoe de stroom naar binnen komt bij een distributiecentrum](/dakstroom/distributiecentrum/stroom-naar-binnen), en hoe het net op het dak in de fels blind wordt bevestigd staat toegelicht op de hoofdpagina over [dakstroom bij een distributiecentrum](/dakstroom/distributiecentrum).
Wat schaduw doet voor de opbrengst en waarom dat bij een groot plat of licht hellend dakvlak anders werkt dan bij een schuine kap, hangt sterk af van de dakopbouw, luchtbehandelingskasten, liftschachten en installaties die vaak juist op een distributiecentrum bovenop het dak staan. Dat soort obstakels bepaalt mee waar opwekking wel en niet zinvol is, en dat teken je in vóór je iets besluit over volgorde of fasering.
Voor een distributiecentrum dat toch al plannen heeft voor renovatie is het verstandig om het dak als eerste stap te beoordelen, niet als sluitstuk. Vraag aan de partij die de isolatie of kozijnen aanbiedt wat de resterende levensduur van het huidige dak is, en vraag aan de netbeheerder wat de aansluiting op de middellange termijn toelaat. Die twee antwoorden samen bepalen of het zin heeft om nu al te kiezen voor een felsbaan met geïntegreerde opwekking, of dat een gewoon dak met eventueel later panelen op beugels de betere keuze is voor dit gebouw op dit moment.
Onze rol daarin is rekenen op tekening, niet verkopen op gevoel. Wij hebben geen belang bij het adviseren van geïntegreerde opwekking als een gewoon dak met panelen erop voor dit gebouw logischer is; wij hebben wel eigen walsmachines en leveren op maat, dus als de volgorde en de aansluiting eenmaal duidelijk zijn, kunnen we snel een dakvlak doorrekenen op wat het aan opwekking kan dragen. Neem contact op met Klikzink, Boylestraat 22 in Ede, en stuur de dakplattegrond en de gegevens van de netaansluiting mee. Dat meedenken op tekening kost niets, en dan weet u ook meteen of dit voor uw distributiecentrum een zaak is voor nu of voor over een paar jaar.