Klikzink
Een boerderij die verduurzaamd wordt, krijgt meestal drie dingen tegelijk op de lijst: isolatie, nieuwe kozijnen en zonnepanelen. In de praktijk gebeurt dat zelden in die volgorde. Vaak beginnen eigenaren met de kozijnen omdat die het meest opvallen, dan de isolatie omdat die subsidiabel is, en pas daarna wordt er gekeken naar het dak, met panelen erbovenop als laatste stap. Dat is precies de verkeerde volgorde voor een gebouw met een groot, aaneengesloten dakvlak en een oude constructie eronder.
De reden is simpel. Een dak van een boerderij, vaak een schuurdak of stalkap van enige omvang, gaat na een renovatie weer twintig tot veertig jaar mee. Als er dan pas na de isolatie een pakket panelen op beugels bovenop komt, zit je met twee systemen die niet voor elkaar ontworpen zijn: een dakbedekking die op zichzelf al af is, en een tweede laag daarboven die apart bevestigd, bekabeld en onderhouden moet worden. Bij een boerderij waar het dakvlak vaak honderden vierkante meters beslaat, telt dat verschil harder door dan bij een rijtjeshuis.
Bij een agrarisch gebouw is het dak vaak het element dat het langst ongewijzigd blijft. De kozijnen worden een keer vervangen, de vloer krijgt een andere bestemming, de veestalling wordt omgebouwd tot iets anders, maar het dak blijft liggen tot het lekt. Dat is precies waarom het de volgorde omdraait: als het dak toch aan vervanging toe is, is dat het moment om te bepalen of het dakvlak zelf de stroom gaat leveren, in plaats van een dakbedekking te kiezen en er later panelen op te zetten.
Een voorbeeld uit de praktijk: een melkveehouderij met een stalkap van rond de veertig jaar oud, asbesthoudende platen, geen isolatie onder de gording. Bij sanering van die platen moet er toch een nieuw dak op. Op dat moment is de keuze niet meer of er nog een dakbedekking bovenop de bestaande constructie komt en er dan losse panelen bovenop, maar welk dak er in één keer neergelegd wordt. Isolatie tussen de gordingen, een felsbaan erop met de zonnecellen verwerkt in het vlak, één aannemer, één opleverdatum. Wie eerst isoleert en pas jaren later het dak vervangt, betaalt twee keer voor stellingen, twee keer voor een dakdekker op het dak en loopt het risico dat het isolatiepakket niet aansluit op wat er later als opwekking bijkomt.
Boerderijdaken zijn vaak groot en aaneengesloten: één lange kap zonder de dakkapellen, schoorstenen en hoekjes die een woonhuis wel heeft. Dat is in principe gunstig voor een dak dat zelf stroom opwekt, want een ongebroken vlak heeft geen obstakels die schaduw geven of de banen onderbreken. Maar diezelfde omvang legt ook meer gewicht en meer eisen op de constructie die het draagt.
Bij oudere stallen is die constructie vaak niet berekend op een tweede laag boven het dak. Sporen en gordingen die ooit gedimensioneerd zijn op een lichte golfplaat, houden niet zonder meer een pakket paneelframes en montagerails plus het bijkomende gewicht van bevestigingsmateriaal. Bij een systeem waarin de opwekking in de felsbaan zelf zit, komt er geen extra laag en geen extra puntbelasting van beugels bij; de bevestiging van het dak is ook de bevestiging van de cellen. Dat scheelt een aparte constructieberekening voor de draagkracht van een opstelsysteem. Het scheelt niet de noodzaak om de bestaande gording te keuren voor het gewicht van het nieuwe dakpakket zelf, inclusief isolatie, dat blijft nodig.
Wat bij een boerderij vaker de bottleneck is dan het dak, is de netaansluiting. Veel erven hebben een aansluiting die decennia geleden gedimensioneerd is op een paar lampen, een melkmachine en misschien een koeltank, niet op een dakvlak dat aardig wat vermogen kan gaan terugleveren. Wie het dak vervangt en gelijk voor opwekking kiest, moet dus ook uitzoeken of de aansluiting dat vermogen aankan of dat er een netverzwaring nodig is, en soms hoe lang de wachttijd bij de netbeheerder is.
Dat is geen reden om van opwekking af te zien, maar wel een reden om het traject in de juiste volgorde te doorlopen: eerst weten wat er op het dak komt en hoeveel vermogen dat oplevert, dan bij de netbeheerder de aansluiting laten toetsen, en dan pas de uitvoering plannen. Doe je dat andersom, dan loop je het risico dat het dak al ligt terwijl de aansluiting nog niet is aangepast, of dat er vermogen wordt geïnstalleerd dat het net rond het erf niet kan verwerken op momenten dat er veel zon is en weinig verbruik, bijvoorbeeld doordeweeks als het bedrijf niet volop draait.
Niet elk boerderijdak is een reden om nu in actie te komen. Als het dak nog dertig jaar meegaat, de golfplaten nog goed liggen en er geen sanering of vervanging op de planning staat, dan is een systeem waarin de opwekking in de dakbedekking zelf zit geen logische stap. Je zou dan een prima liggend dak vervangen om iets te installeren dat ook op een gewoon opstelsysteem met beugels had gekund, tegen hogere kosten per opgewekte wattpiek. In dat geval is een paneelsysteem op het bestaande dak, met beugels en klemmen die niet door het dakvlak heen gaan, vaak de nuchtere keuze.
Het loont vrijwel alleen wanneer het dak toch aan de beurt is: bij sanering van asbest, bij een lekkage die vervanging onvermijdelijk maakt, of bij nieuwbouw van een schuur of stal. Dan betaal je in feite één keer voor dak en opwekking samen, in plaats van twee keer voor twee verschillende systemen die los van elkaar ontworpen zijn. Bij een boerderij waar toch al gepland wordt om te isoleren en de kozijnen aan te pakken, is dat meestal ook het moment waarop de asbestinventarisatie of een dakinspectie al op de agenda staat. Dat is het gesprek om dan te voeren, niet pas nadat het dak er al weer een paar jaar op ligt.
Voor een boerderij die verduurzaamd wordt is de praktische volgorde meestal: eerst het dak beoordelen, dan pas isoleren en kozijnen vervangen, en de keuze voor opwekking meenemen in het moment dat het dak zelf vervangen wordt. Wie dat andersom doet, isoleert een gebouw waarvan het dak nog moet, en zet er straks alsnog een dakvervanging bovenop die niet meer aansluit op wat er net gebeurd is. Bij een groot, aaneengesloten dakvlak zoals een stalkap is dat verschil in kosten en gedoe groter dan bij een klein huis, simpelweg omdat het oppervlak groter is en de constructie ouder.
Wat een dak dat zelf stroom opwekt in de praktijk betekent voor het aanzien, de bekabeling en het onderhoud staat op de andere pagina's van deze site. Hier gaat het om de volgorde: als het dak van de boerderij op de planning staat om vervangen te worden, is dat het moment om opwekking mee te nemen in die keuze, niet iets voor erna. Wat dat voor een specifiek dakvlak betekent, rekenen we uit op tekening.