Klikzink
Een loods heeft vaak een groot, ononderbroken dakvlak. Precies daardoor speelt schaduw op een loods anders dan op een schuin woonhuisdak met een schoorsteen of dakkapel. Op een loods komt schaduw meestal van iets wat er los van staat: een naastgelegen bedrijfshal, een hoge boom aan de rand van het terrein, een reclamemast, een luchtbehandelingskast die later op het dak is gezet. Die schaduw valt op een deel van het vlak en verschuift gedurende de dag, maar raakt zelden het hele dak in één keer.
Bij een gewoon paneel op beugels zitten meerdere panelen achter elkaar in één elektrische streng. Valt er schaduw op één paneel, dan werkt de hele streng op het niveau van het slechtste paneel. Bij een felsbaan met geïntegreerde cellen speelt dat net zo, met dit verschil: hier is de baan zelf de eenheid. Wij zetten daarom een optimizer per baan, niet per paneel en niet voor het hele dakvlak in één keer. Elke baan regelt zijn eigen stroom en spanning, onafhankelijk van de baan ernaast. Ligt er schaduw van een luchtkanaal over drie banen aan de oostkant, dan leveren die drie minder, en de rest van het dak levert onverminderd door.
De optimizer hangt aan de onderzijde van het dakbeplating, bij de bekabeling die vanuit de baan naar binnen loopt. Hij zit dus niet op het dakvlak zelf en is aan de buitenkant niet te zien; het dakbeeld blijft één vlak van banen met en zonder cellen, zonder dat je aan de buitenkant kunt aflezen waar de elektronica zit. Hoe die bekabeling verder het gebouw in gaat, staat beschreven bij hoe de stroom naar binnen komt bij een loods. De optimizer meet continu wat een baan levert en past daar de spanning op aan, zodat die baan optimaal blijft functioneren ongeacht wat er op andere banen gebeurt. Vanuit de optimizers gaat de stroom gebundeld naar de omvormer, die op zijn beurt gaat over de vraag waar hij komt bij een loods.
Het praktische verschil zit in het woord per baan. Bij een systeem zonder optimizers, of met één optimizer voor een hele groep banen, trekt een probleem op één plek de opbrengst van de rest van die groep mee naar beneden. Met een optimizer per baan is de invloed van schaduw, vervuiling of een defect begrensd tot precies die baan. Dat is ook relevant voor wat er gebeurt als één baan stuk is bij een loods: een storing op één baan hoeft dan niet de opbrengst van de banen eromheen aan te tasten.
Bij een loods die volledig vrij ligt, zonder buren, zonder bomen, zonder installaties op het dak, is de kans op deelschaduw klein en is een optimizer per baan minder van belang. Dan werkt het dakvlak vrijwel altijd als één geheel en levert een eenvoudiger systeem vergelijkbaar resultaat. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een nieuwe distributieloods op een leeg bedrijventerrein, ver van de erfgrens en zonder hoogbouw in de buurt.
Bij een bestaande loods op een ouder bedrijventerrein ligt dat vaak anders. Daar staat de buurpanden dichter op elkaar, hangt er soms een tweede loods direct naast de eerste, of is het dak in de loop der jaren volgebouwd met een klimaatinstallatie, een rookluik of een antenne. In die situaties is deelschaduw eerder de regel dan de uitzondering, en dan telt een optimizer per baan wel degelijk mee in wat het dak per saldo oplevert.
De reden dat dit specifiek bij een loods een aandachtspunt is, zit in het gebruik van het gebouw. Een loods is doorgaans groot, open van opzet en meestal niet of nauwelijks verwarmd. Het elektriciteitsverbruik zit vooral in machines, transportbanden, laadpalen voor heftrucks en verlichting, en dat verbruik valt overdag, tijdens de bedrijfsuren. Dat sluit aan bij het moment waarop het dak stroom levert: overdag, als de zon schijnt. Bij een kantoorpand met avondgebruik of bij een woning met een piek 's ochtends en 's avonds ligt die aansluiting anders. Bij een loods valt opwekking en verbruik grotendeels samen, en dan is het extra de moeite waard om ervoor te zorgen dat een lokale schaduwplek niet meer opbrengst wegneemt dan nodig.
Een voorbeeld uit de praktijk: een loods met een sheddak, waarbij het ene dakvlak naar het zuiden helt en het andere naar het noorden. Op het zuidvlak staat 's middags een klimaatunit die een schaduwband over een paar banen werpt zodra de zon lager komt te staan. Zonder optimizer per baan zou die schaduwband de opbrengst van een compleet blok banen meetrekken naar het niveau van de banen die in de schaduw liggen. Met een optimizer per baan blijft dat beperkt tot de banen die daadwerkelijk beschaduwd zijn, en blijven de banen ervoor en erna gewoon op vol vermogen doorwerken.
Bij een regulier paneel op beugels wordt vaak gekozen tussen een string-omvormer zonder optimizer, of optimizers per paneel. Bij een systeem met de cellen in de felsbaan zelf is de indeling anders: de baan is de kleinste eenheid die apart is aangesloten, dus krijgt de baan ook zijn eigen optimizer, niet elk los celveld daarbinnen. Dat is een directe consequentie van hoe het dak is opgebouwd: de fels is de scheidslijn tussen twee elektrisch onafhankelijke delen, net zoals de fels ook de scheidslijn is voor waterdichtheid, zoals te lezen is bij hoe het waterdicht blijft bij een loods.
Of een optimizer per baan nodig is, per hoeveel banen, en waar de optimizers precies komen te hangen, hangt af van de vorm van het dak, de ligging ten opzichte van obstakels en de indeling van de installatie. Dat rekenen wij uit op tekening, per dakvlak en per uitvoering; een algemeen getal voor hoeveel dit oplevert bestaat niet, omdat elke loods een andere schaduwsituatie heeft.
Een optimizer per baan voorkomt niet dat een beschaduwde baan zelf minder levert; hij zorgt er alleen voor dat die mindere opbrengst beperkt blijft tot die ene baan. Bij een dakvlak dat voor een groot deel structureel in de schaduw ligt, van bijvoorbeeld een veel hogere loods ernaast, verandert een optimizer daar weinig aan. In dat geval is het zinvoller om bij het ontwerp al te kijken of dat deel van het dak wel geschikt is voor opwekking, of dat het beter leeg blijft. Ook dat is iets wat op tekening wordt beoordeeld, niet achteraf op het dak.
Klikzink werkt dit per project uit vanaf Boylestraat 22 in Ede, met eigen walsmachines voor de felsbanen en zonder kosten voor het meedenken op tekening.