Klikzink

Optimizer per baan bij een aanbouw

Een aanbouw staat vaak tegen het hoofdgebouw aan, onder een bestaand dakvlak, een galerij of een uitbouw van de buren. Dat lage, ingeklemde dakvlak is precies de reden waarom de vraag naar een optimizer per baan bij een aanbouw anders ligt dan bij een vrijstaand dak op nieuwbouw. Op een groot vlak zonder obstakels is de kans dat één baan in de schaduw ligt terwijl de rest volop licht krijgt klein. Op een aanbouw is die kans juist groot.

Wat een optimizer doet en waar hij zit

Bij een gewoon paneel op een dak zitten de cellen in strings achter elkaar geschakeld. Valt er schaduw op één paneel, dan daalt de opbrengst van de hele string mee, ook al liggen de andere panelen in de volle zon. Een optimizer is een klein regelelement dat per baan, of per groepje cellen, de stroom apart regelt voordat die de rest van de keten in gaat. Zo trekt een verduisterde baan de banen ernaast niet mee omlaag. Bij solarfels zit die regeling niet op een paneel maar aan de onderzijde van de baan zelf, verwerkt in dezelfde blinde bevestiging die ook de fels vasthoudt. Er komt geen extra kastje op het dak bij, en er gaat geen extra kabel overheen. De aansluiting van de baan is meteen ook de aansluiting van de regeling.

Waarom dit bij een aanbouw vaker aan de orde is

Een aanbouw heeft typisch een van deze drie dingen: een schoorsteen of dakkapel van het hoofdgebouw die er 's ochtends of 's middags een schaduwstrook op werpt, een boom of schutting die dichterbij staat dan bij een vrijstaand dak zou kunnen, of een overgang naar het hoofddak waar de ene helft van het vlak eerder in de zon komt dan de andere. Bij een vrijstaand zadeldak op een nieuwbouwwoning is dat zeldzamer: het vlak ligt vrij, er is geen belendend gebouw dat een schaduwrand gooit. Op een aanbouw is dat de normale situatie, niet de uitzondering. Wij kijken daarom bij een aanbouw altijd eerst naar de schaduwval over de dag heen, zoals ook beschreven bij [wat schaduw doet met het dakvlak van een aanbouw](/dakstroom/aanbouw/schaduw), voordat we bepalen of losse regeling per baan zinvol is of dat een eenvoudiger aansluiting volstaat.

Een voorbeeld uit de praktijk

Stel een aanbouw van vier meter breed, twaalf banen naast elkaar, tegen de achtergevel van een jaren-dertig huis met een schoorsteen die net boven de goot van het hoofddak uitsteekt. Tussen half negen en elf uur 's ochtends valt de schaduw van die schoorsteen over de twee buitenste banen aan de linkerkant. De rest van het dakvlak ligt dan al in de zon. Zonder regeling per baan zou de opbrengst van het hele vlak gedurende die twee en een half uur meebewegen met de twee schaduwbanen, ook al doen de andere tien banen niets verkeerd. Met een optimizer per baan blijven die tien banen op hun eigen niveau doorwerken en tellen alleen de twee beschaduwde banen tijdelijk minder mee. Op een dakvlak van deze omvang is dat verschil merkbaar in het dagpatroon, ook al kunnen we geen kilowattuur noemen zonder de tekening van dat specifieke huis erbij te hebben.

Wanneer het geen verschil maakt

Staat de aanbouw vrij van het hoofdgebouw, ligt hij op het zuiden zonder bomen, schoorstenen of hogere buurpanden in de buurt, dan is er weinig tot niets te regelen. Alle banen krijgen dezelfde hoeveelheid licht op hetzelfde moment en een optimizer per baan levert dan geen ander resultaat op dan een doorlopende aansluiting. In dat geval is de eenvoudigste bekabeling ook de goedkoopste en de meest onderhoudsarme, en raden wij niet aan om regeling per baan toe te voegen die niets oplost. Dit is precies waarom wij op tekening kijken in plaats van standaard voor de duurdere optie te adviseren: bij een aanbouw is schaduw vaak wel aan de orde, maar niet altijd.

De overgang naar het hoofddak

Bij een aanbouw ligt er meestal een naad tussen het lage dakvlak van de aanbouw en het hogere hoofddak. Die twee vlakken hebben vaak een andere hellingshoek en een andere oriëntatie, en ze worden praktisch gezien als twee aparte strings behandeld, ook als het hoofddak eveneens met solarfels is uitgevoerd. De regeling per baan houdt die twee vlakken onafhankelijk van elkaar: een baan op de aanbouw die tijdelijk in de schaduw van het hoofddak ligt, trekt niet de banen op het hoofddak mee omlaag, en omgekeerd. Bij een gewoon paneel dat aan de rand van zo'n aanbouwdak wordt gemonteerd, speelt hetzelfde probleem, maar dan meestal op het niveau van hele panelen in plaats van per baan; de regeling is dan grover, simpelweg omdat een paneel meer celoppervlak omvat dan één felsbaan.

De meterkast en de bestaande aansluiting

Een aanbouw wordt bijna altijd aangesloten op de meterkast die er al hangt, meestal in de bijkeuken of garage net achter de aanbouw. Dat is een kortere kabelweg dan bij een vrijstaand dak, wat op zichzelf weinig met de optimizer te maken heeft, maar wel bepaalt waar de regeling elektrisch samenkomt voordat die naar de omvormer gaat. Bij een aanbouw met regeling per baan loopt de bekabeling van elke baan naar een verzamelpunt dat meestal in de nok van de aanbouw of net binnen de gevel zit, vlak bij waar ook de doorvoer naar binnen ligt zoals beschreven bij [waar de kabel het dak verlaat en hoe die doorvoer dicht blijft](/dakstroom/aanbouw/stroom-naar-binnen). Bij een aanbouw is die afstand tussen dakvlak en meterkast klein genoeg dat het verschil tussen wel of geen regeling per baan zelden gaat over kabellengte of spanningsverlies. Het gaat vrijwel altijd over de schaduwval die we hierboven beschreven.

Wat dit anders maakt dan bij losse panelen

Bij een paneel dat op een aanbouw wordt gelegd, zit de optimizer meestal aan de onderzijde van het paneel als los toebehoren, apart bekabeld en apart aan te sluiten bij de montage. Bij solarfels is die regeling onderdeel van de baan zelf, meeverzinkt in dezelfde bevestiging die de fels ook vasthoudt. Er is geen apart onderdeel dat de installateur moet plaatsen, testen of vervangen los van de baan. Dat is geen kwestie van beter of slechter; het is een andere manier van organiseren, waarbij de regeling meeloopt met de dakbedekking in plaats van ernaast te hangen.

Wat wij doen bij de tekening van een aanbouw

Omdat een aanbouw zo vaak een schaduwgevende buur heeft, een boom, een schoorsteen of een hoger hoofddak, kijken wij bij elke aanvraag voor een aanbouw eerst naar de plattegrond en de omgeving voordat we zeggen of regeling per baan hier iets toevoegt. Soms is het antwoord nee, en dan stellen we de eenvoudigste uitvoering voor. Soms is het antwoord ja, en dan werken we dat uit op de tekening van dat specifieke dakvlak, inclusief waar het verzamelpunt komt en hoe dat aansluit op de bestaande meterkast. Dat rekenwerk kost niets; stuur ons de tekening en de ligging van de aanbouw ten opzichte van het hoofdgebouw en de buren, en wij geven aan of dit voor uw situatie speelt.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sSolarfels: felsplaten met de zonnecellen erinDiensten voor solarfels: van tekening tot dakOver ons: waarom wij de cellen in de baan zettenContact over solarfels op uw dakvlakDetailsHoe het werktSpecificatiesOpbrengstVergelijkenProjectenBlogPrivacyverklaring solarfels.com
Contact
Adres
© Klikzink