Klikzink
Een dakvlak met solarfels bestaat niet uit alleen banen met cellen. Er liggen ook banen zonder cellen tussenin, en die zien er precies hetzelfde uit: dezelfde matte kleur, dezelfde fels van 35 mm, dezelfde lijn in het dakvlak. Het verschil zit onder de coating, niet aan de buitenkant. Bij een school is die lege baan geen restpost maar een vast onderdeel van het ontwerp, en wel om een paar redenen die bij een kantoor of een loods minder spelen.
Een school heeft altijd doorvoeren. Een schoorsteen van de ketelruimte, een klimaatunit op het dak van de aula, een rookluik boven het trappenhuis, een dakkapel bij de conciƫrgewoning. Op die plek kan geen cel liggen, simpelweg omdat er iets anders doorheen moet. Bij een paneel dat los op het dak staat, schuif je het paneel een stukje op en is het probleem opgelost. Bij solarfels ligt de opwekking in het dakvlak zelf, dus daar waar een doorvoer zit, leggen we een gewone baan zonder cellen. Verder naar boven en beneden zet de baan met cellen weer door, precies in dezelfde rij.
Ook schaduw is bij een schoolgebouw vaak voorspelbaar aanwezig, en dan is het zonde om daar toch cellen te leggen. Denk aan een gymzaal die lager is dan het hoofdgebouw en overdag in de schaduw van het klassengebouw ligt, of een fietsenstalling met een afdak dat half onder een boom staat. Wat schaduw met de opbrengst doet, staat uitgebreid uitgelegd op de pagina over [wat schaduw doet op het dak van een school](/dakstroom/school/schaduw); voor deze pagina is het genoeg om te weten dat we op die plekken vooraf al kiezen voor een baan zonder cellen, in plaats van een cel neerleggen die toch nooit voluit werkt.
Dan het budget. Niet elke school heeft de financiering om het complete dakvlak vol te leggen met cellen. Dat is geen probleem voor het systeem: je bepaalt per baan, of per rij banen, waar de cellen komen en waar niet. Een school kan ervoor kiezen om het zuidelijke dakvlak van het hoofdgebouw vol te leggen en het noordelijke dakvlak, of het dak van de fietsenstalling, uit te voeren in gewone felsbanen zonder cellen. Later bijleggen kan, en hoe dat in de praktijk werkt staat op de pagina over [uitbreiden met meer zonnecellen op het dak](/dakstroom/school/uitbreiden). Het punt hier is dat de keuze waar cellen komen niet vastligt bij de eerste tekening, en dat een school daarmee een dak in fases kan opbouwen zonder dat het dakvlak er ooit uitziet als een lapwerk.
Waar het bij een school echt anders ligt dan bij een kantoor, is de combinatie van verbruik overdag en leegstand in de zomer. Een school gebruikt stroom vooral tussen acht en vier, op schooldagen, buiten de vakanties. Precies in de zomer, als de zon het hoogst staat en een dak het meest zou opwekken, staat het gebouw grotendeels leeg. Dat betekent niet dat opwekken dan geen zin heeft, het net neemt het overschot af zoals te lezen is op de pagina over [wat het net doet met de stroom die een school niet zelf gebruikt](/dakstroom/school/het-net), maar het is wel een reden om vooraf goed te kijken hoeveel dakvlak je met cellen wilt beleggen. Een school die structureel weinig stroom zelf verbruikt in de piekmaanden, heeft baat bij een berekening op tekening in plaats van een dakvlak dat automatisch volledig belegd wordt. Soms is de uitkomst dat een deel van het dak beter als gewone felsbaan blijft liggen, met cellen op het deel waar het rendement het meest oplevert.
Een laatste reden is heel praktisch: het dak van een school mag niet zomaar belopen worden als er onder het dak kinderen zitten. Onderhoud aan een installatie boven een klaslokaal plan je niet tijdens de les, en op plekken waar vaste looppaden of hulpstukken nodig zijn om bij een klimaatunit of een rookluik te komen, ligt vaak bewust een baan zonder cellen. Niet omdat lopen op een baan met cellen gevaarlijk zou zijn voor de cel, maar omdat je op die vaste looproutes liever een eenvoudige, goedkope baan hebt liggen dan een baan met opwekking erin. Bij een gewoon paneel op beugels speelt dit net andersom: het paneel staat los van het dakvlak, dus de looproute ligt automatisch tussen de rijen panelen door. Bij solarfels is de looproute onderdeel van de indeling van het dakvlak zelf, en die indeling bepalen we samen met de school op basis van waar de installaties, de doorvoeren en de vaste onderhoudsroutes liggen.
Het verschil met een dak vol losse panelen zit dus niet in wat er technisch kan, maar in hoe fijnmazig de keuze is. Bij panelen kies je per paneel van ongeveer twee vierkante meter waar je opwekking neerlegt en waar niet. Bij solarfels kies je per baan van 475 mm breed, over de volledige lengte van het dakvlak. Dat is een fijnere maaswijdte, en bij een school met veel doorvoeren, een gymzaal in de schaduw en een duidelijk seizoenspatroon in het gebruik, is dat precies het soort dak waar die fijnere keuze het verschil maakt tussen een dakvlak dat overal netjes cellen heeft liggen zonder dat ze allemaal wat opleveren, en een dakvlak waar de cellen liggen waar ze wat doen.
Wat er in een concreet gebouw uiteindelijk met en zonder cellen wordt uitgevoerd, hangt af van de tekening van dat gebouw: de ligging van de schoorsteen, de hoek waarin de gymzaal schaduw geeft, het budget van dat jaar en de plek waar het onderhoudspersoneel al jaren over het dak loopt. Dat rekenen we uit op basis van de bouwtekening, kosteloos, voordat er iets besteld wordt.