Klikzink
Een dak dat stroom opwekt heeft een aarding nodig, en bij een felsdak van staal ligt die vraag anders dan bij panelen op een pannendak. Panelen op beugels staan los van het dakvlak; het metaal van de beugel raakt hoogstens het dakbeschot, en de aarding gaat via de kabels naar de omvormer en van daar naar de installatie van het huis. Bij een felsbaan met geïntegreerde cellen is het dakvlak zelf het geleidende oppervlak. De banen zijn van Sendzimir verzinkt staal, ze liggen aaneengesloten over de volle lengte van het dak en ze zijn onderling verbonden door de fels. Dat hele vlak moet als één geheel worden geaard, niet alleen de kabels die de opgewekte stroom afvoeren.
In de praktijk betekent dit dat er een aardverbinding wordt aangebracht op het metalen dakvlak zelf, meestal bij de goot of bij een van de doorvoeren, en dat die verbinding wordt doorgemeten voordat het dak wordt opgeleverd. Bij een pannendak met opgelegde panelen is dat een aparte stap die los staat van het dak; bij een felsdak hoort de aarding bij de constructie van het dak, net zoals de kabeldoorvoer daar hoort. Wie zich afvraagt waar de kabel het huis in gaat, vindt het antwoord in hoe wij dat oplossen bij de kabeldoorvoer op een twee-onder-een-kapwoning; de aarding volgt in de praktijk een vergelijkbaar tracé, vaak dicht bij diezelfde doorvoer, om het aantal doorboringen in het dakvlak te beperken.
Bij een twee-onder-een-kapwoning is er één doorlopend dakvlak boven twee adressen, en dat maakt de aarding een net iets ander verhaal dan bij een vrijstaand huis. Het stalen dakvlak loopt fysiek door van de ene woning naar de andere; de banen aan de linkerkant zijn even hard met elkaar verbonden als de banen aan de rechterkant. Elektrisch gezien moeten de twee installaties wel gescheiden blijven, want elke woning heeft een eigen aansluiting, een eigen meter en een eigen aardpunt. Dat betekent dat er in de regel twee aardverbindingen op het dak komen, één per woonhelft, ook al is het staal van het dak zelf één geleidend geheel.
De eerste vraag bij zo'n dak is daarom niet de aarding zelf, maar waar de scheiding in het dakvlak loopt en wie welk deel onderhoudt of ooit vervangt. Stel dat huis A op een gegeven moment de dakbedekking laat vervangen en huis B niet: dan moet helder zijn welke banen van wie zijn en waar de een ophoudt en de ander begint, ook al liggen ze in één lijn en oogt het dak als één vlak. Die grens wordt meestal bepaald door de bouwmuur eronder, maar het dakvlak zelf kent geen naad op die plek, want de felsbanen lopen door. Bij de aarding is het daarom gebruikelijk om per woonhelft een eigen aardpunt te maken op het deel van het dak dat bij die woning hoort, ook al zijn de banen ernaast, van de buren, met dezelfde klemmen onder dezelfde fels bevestigd.
Dat roept een praktische vraag op die bij een vrijstaand huis niet speelt: wat gebeurt er met de aarding van huis A als er aan het dak van huis B gewerkt wordt? Omdat het staal van het hele dakvlak geleidend is en de banen elkaar raken via de fels, kan werk aan de ene kant van het dak in theorie invloed hebben op het geleidende oppervlak van de andere kant. In de praktijk wordt dit ondervangen door beide aardpunten onafhankelijk van elkaar aan te sluiten op de eigen installatie, zodat een onderbreking aan één kant de aarding aan de andere kant niet raakt. Dat is een detail dat op tekening wordt vastgelegd voordat er één plaat op het dak ligt, en het is een van de redenen waarom wij bij een dubbel dak altijd naar het hele vlak kijken, en niet alleen naar de helft die op dat moment vervangen wordt.
Er is nog een verschil met een pannendak met opgelegde panelen dat de moeite waard is om te noemen. Bij panelen op beugels blijft het dakvlak zelf, de pannen, ongewijzigd; de aarding zit in het paneelsysteem en is in feite onafhankelijk van het dak eronder. Als er iets misgaat met de aarding van het paneelsysteem van huis A, heeft dat geen enkele relatie met het dak van huis B, want de pannen van de twee huizen zijn nooit met elkaar verbonden geweest. Bij een felsdak met geïntegreerde cellen is die scheiding er van nature niet, omdat het dakvlak zelf de drager van de installatie is. Dat is precies waarom de aarding hier als onderdeel van het dakontwerp wordt behandeld en niet als iets dat achteraf op het dak wordt geplakt.
Voor wie twijfelt of dit voor hun dak relevant is: wanneer een twee-onder-een-kapwoning een nieuw dak krijgt, zoals bij vervanging van een verouderde dakbedekking of bij nieuwbouw, is dit het moment waarop de aarding het makkelijkst wordt meegenomen. Wordt er alleen een deel van het dak vervangen, dan is het zaak om vooraf te bepalen hoe het nieuwe deel elektrisch aansluit op het bestaande, en waar het bestaande aardpunt zit. Dat is ook het moment waarop je kunt vaststellen of gewone panelen op beugels, zoals wij toelichten bij wanneer gewone panelen de betere keuze zijn bij een twee-onder-een-kapwoning, misschien praktischer zijn dan een volledig nieuw felsdak, juist omdat panelen los staan van het dakvlak en dus geen gedeelde aarding met de buren met zich meebrengen.
Omdat elk dak, elke situatie met twee eigenaren en elke bestaande installatie anders is, is dit typisch iets wat wij op tekening uitwerken, samen met de aannemer of installateur die de rest van de installatie verzorgt. Wat er precies nodig is aan aardpunten, waar ze komen en hoe ze zich verhouden tot het aardpunt van de buren, hangt af van de indeling van het dak en van de bestaande elektrische installatie in beide woningen. Klikzink denkt daarin mee vanaf de eerste tekening, zonder kosten voor dat vooroverleg.